Niets is grilliger dan de carrière van Mark Tuitert

Hij werd olympisch kampioen, maar kreeg weinig cadeau. Mark Tuitert vertrekt uit het schaatsen.

Het was een klassiek olympisch epos. Mark Tuitert, de kampioen die jarenlang strijd leverde: met zijn omgeving, met zijn sport, met zichzelf. „Soms kan ik schaatsen haten”, zei hij afgelopen herfst nog, toen alles tegenzat en hij geen idee had hoe zich moest plaatsen voor Sotsji. En toch was het al die jaren ploeteren waard geweest, voor die ene dag in Vancouver waarop alles samenkwam: 20 februari 2010.

Vanochtend maakte Mark Tuitert (33) uit Holten op zijn eigen rauwe wijze bekend dat hij zijn loopbaan beëindigt. „Ik stop met schaatsen”, twitterde hij.

Na de wereldbekerwedstrijden van Inzell, komend weekeinde, en een week later in Heerenveen houdt hij het voor gezien. „Ik heb voor mijn gevoel alles gegeven in al die jaren en nergens iets laten liggen en dus ook nergens spijt van”, schreef hij vanochtend op zijn website. „Ik kan met opgeheven hoofd afscheid nemen en dit gegeven vervult mij met trots.”

Tuitert kreeg weinig cadeau. Aanvankelijk was hij een typische kroonprins van het Nederlandse allrounden: Europees kampioen in 2004, zoals zo veel landgenoten voor hem. De nieuwe Rintje Ritsma. Maar uiteindelijk werd hij in 2010 de onvermoede opvolger van Ard Schenk, als eerste Nederlands olympisch kampioen op de 1.500 meter sinds 1972. Dat enkele feit kon hij maar nauwelijks bevatten. Nog steeds niet.

Want niets was grilliger dan de carrière van Mark Tuitert. „Die grilligheid zegt iets over mij als persoon”, zei hij in 2009 in deze krant. Hij verloor kostbare jaren, maakte alles mee: valpartijen, blessures, de ziekte van Pfeiffer, ontslagen trainers, failliete ploegen.

Daarnaast had Tuitert zijn privéproblemen, vooral door de scheiding van zijn ouders. Jarenlang meed hij elk contact met zijn vader, zo beschreef hij in zijn biografie Zonder strijd geen overwinning, verschenen in 2011. Het wegstoppen van het grote familieverdriet leidde tot meer frustraties en blokkeerde zijn ontwikkeling als schaatser.

Tuitert miste de Winterspelen van 2002 (Salt Lake City) omdat hij zwaar overtraind was geraakt in de ploeg van Amerikaanse coach Peter Mueller, waar van alles aan de hand was. Tuitert antwoordde met nog meer beuken, totdat hij nauwelijks meer kon opstaan. „Ik wilde alle teleurstellingen van me af trainen”, zei hij in 2009 in deze krant.

Zijn grote succes kwam een jaar later in Vancouver, toen eigenlijk niemand rekening meer hield met Mark Tuitert. Mede door de opkomst van concurrent Sven Kramer had hij besloten zich niet meer toe te leggen op het allrounden, maar zich te specialiseren op de 1.500 meter, onder leiding van coach Jac Orie. „De afstand voor de echt sterke jongens”, vond hij. „Het is de ultieme combinatie tussen snelheid, techniek, kracht en uithoudingsvermogen.”

Hij vond zichzelf opnieuw uit, en het bracht hem in Vancouver een onwaarschijnlijke titel op de schaatsmijl. Hoewel hij zich met Orie had toegelegd op de kleinste details, kreeg Tuitert uit de resultaten weinig bevestiging dat hij op een gouden koers lag. Temeer omdat de koningsafstand al jaren zwaar was gedomineerd door Shani Davis.

Het werd uiteindelijk een overwinning op alles waartegen hij al die jaren had moeten vechten. „Ik heb zo veel tegenslag moeten verwerken”, zei hij vier jaar geleden, na zijn gouden race op de Richmond Oval. „Dat alles dan samenkomt in zo’n race, daar kun je alleen van dromen.” Het leverde Tuitert in 2010 ook de titel van Sportman van het Jaar op – vóór Kramer.

Na zijn grote succes keerde Tuitert weer terug in de schaduw. Hij brak emotioneel met zijn coach Orie en maakte een nieuwe start in de sprintersploeg van Gerard van Velde.

Afgelopen seizoen wilde het allemaal weer niet lukken, in de aanloop naar Sotsji. Het liep niet, het wilde niet, Tuitert voelde zich een krabbelaar op glad ijs. Totdat de olympische startbewijzen eind december werden verdeeld, in Thialf. Een van de beste races van zijn loopbaan leidde ertoe dat hij, ook tegen zijn eigen verwachtingen in, zijn olympische titel van Vancouver kon verdedigen.

Twee weken geleden, in Sotsji, stond hij er opnieuw. Hij reed zelfs zijn snelste tijd ooit op een laaglandbaan, maar genoeg was het niet. Tuitert raakte zijn olympische titel kwijt, aan de Pool Zbigniew Bródka.

Hij schaamde zich niet voor zijn „eervolle” vijfde plek. „Ik heb nergens iets laten liggen. Als je dan verslagen wordt door jongens die op dit moment beter zijn, moet je daar mee leren leven. Maar het komt wel hard aan”, zei Tuitert na afloop.

Hij is nog niet klaar met schaatsen, liet hij vanochtend weten op zijn website. Om fit te blijven voor een eventuele Elfstedentocht zal hij zo nu en dan een marathon rijden, in het schaatsen of het skeeleren, zijn andere grote passie.

Tuitert heeft, ondanks alle tegenslagen, plezier beleefd aan het schaatsen, zegt hij nu. „Ik heb genoten van alle epische duels op de ijsbaan met mijn concurrenten. De strijd aan mogen gaan met de besten ter wereld is het mooiste wat er is.”

    • Rob Schoof