‘Kanker, diabetes, dementie: het is één pot nat’

Nobelprijswinnaar James Watson, die de structuur van het DNA ontdekte, publiceert een nieuwe medische theorie.

Dementie, ouderdomsdiabetes, hart- en vaatziekten, sommige vormen van kanker: volgens Nobelprijswinnaar James Watson is het allemaal één pot nat. Al deze ziekten zijn terug te voeren op een verstoorde balans tussen oxidanten en antioxidanten in het lichaam, schreef hij dit weekend in een artikel in het medische vakblad The Lancet.

Maar wacht eens, Jim Watson was toch een geneticus? De man die in 1953 samen met Francis Crick het baanbrekende artikel in Nature schreef over de dubbele helixstructuur, waarvoor zij later de Nobelprijs ontvingen? Ja, dat klopt. Maar Watson, nu 85, wil zich nog steeds laten gelden in de wetenschap, en het liefst ook buiten zijn eigen vakgebied.

In een interview met de Britse krant The Times zei hij vorig jaar dat hij wel eens een hartig woordje met Richard Horton, hoofdredacteur van The Lancet zou willen wisselen. Alle onderzoekers van kanker zaten op een verkeerd spoor, vond Watson. Daarom moest de medische wetenschap kennisnemen van zijn nieuwe theorie. Een voorproefje stond begin vorig jaar in een opinie-artikel in Open Biology: antioxidanten in voeding helpen niet tegen kanker, schreef hij – sterker: sommige tumoren groeien harder met extra vitamine C en E.

Het is Watson nu ook gelukt om bij het prestigieuze The Lancet binnen te komen. Niet dankzij een tête-a-tête met Horton: de redactie van The Lancet benadrukt dat het gaat om een gewoon ingezonden stuk, dat net als alle andere gepubliceerde artikelen de peer review heeft doorstaan.

In een artikel van drie bladzijden zet Watson zijn hypothese uiteen: zogeheten zuurstofradicalen, moleculen die ontstaan bij de verbranding van glucose in spiercellen, zijn essentieel voor het in stand houden van de juiste driedimensionale structuur van allerlei eiwitten in het lichaam. Dat verklaart onder meer dat lichaamsbeweging beschermt tegen ouderdomsdiabetes, aldus Watson.

De ‘baanbrekende nieuwe theorie’ van Watson wordt door deskundigen lauw ontvangen. „Er zit veel bravoure en overmoed in”, zegt Sander Kersten, hoogleraar moleculaire voeding aan de Wageningen Universiteit. „Hij komt erin als iemand van buiten die denkt dat hij weleens even alles op zijn kop kan zetten. Daaruit spreekt een zekere minachting voor alles wat er gebeurt in dit veld.” Volgens Kersten baseert Watson zich op „enkele geïsoleerde waarnemingen” die hij aan elkaar probeert te koppelen. „Dat creëert een eenzijdige blik en levert zelden iets heel vernieuwends op.”

Watsons hypothese steunt grotendeels op een studie van de Duitse fysioloog Michael Ristow. Volgens die studie doen antioxidanten de effecten van lichamelijke inspanning teniet. „Maar één zo’n bevinding is niet overtuigend, zo lang die niet door anderen is bevestigd”, zegt Kersten.

En origineel is het idee van Watson ook niet. „Het doet sterk denken aan de zogeheten common soil hypothesis van Michael Stern, 20 jaar geleden”, zegt diabetesdeskundige Eelco de Koning van het Leids Universitair Medisch Centrum. „Stern legde het verband tussen hart- en vaatziekten en het ontstaan van diabetes. Stern had het over een fysiologisch mechanisme; Watson vertaalt het nu naar een meer cellulair mechanisme en haalt er ook Alzheimer en kanker bij.”

Maar Watson laat zich liever niets aan de mening van anderen gelegen liggen, zegt hij in een begeleidend interview met The Lancet. „Als je de koppen bij elkaar steekt en gaat samenwerken, kom je altijd uit op de minst interessante zienswijze.” Dus gaat hij gewoon door: „Zo lang ik nog geloofwaardig tennis kan spelen, denk ik dat ik ook in de wetenschap thuishoor.”

    • Sander Voormolen