Het pick-upje waarop de jonge Ramses zijn platen draaide

De kiekjes en aantekeningen uit het familiealbum van Ramses Shaffy tentoongesteld.

Foto uit familiealbum

Didi Snellen heette hij, als adoptiekind. Op zijn zesde was hij door zijn Pools-Russische moeder in Parijs op de trein naar het noorden gezet, waar hij na enkele omzwervingen onderdak vond bij de familie Snellen in Leiden. Zijn pleegmoeder hield vanaf de eerste dag alles bij in een fotoalbum: „9 mei 1940. De dag waarop Didi bij ons in huis kwam.”

Alle fotootjes en alle bijschriften op de volgende pagina’s getuigen van een harmonieuze jeugd. Zoals, op 18 april 1941: „Hij genoot van de opvoering van Sneeuwwitje. Sprookjes zijn zóó aan hem besteed.” En op 29 augustus 1942, op Didi’s negende verjaardag: „De jarige kreeg van ons een bureautje, waar hij echt trotsch op was.”

Pas een jaar of tien later, als toneelschoolstudent, wilde hij weer Ramses Shaffy heten. Want dat was zijn ware naam.

De kiekjes en de aantekeningen uit dat album vormen nu – uitvergroot – de entree van Ramses Shaffy, de tentoonstelling, die vanaf vrijdag te zien is in het gebouw voor Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. Een bonte uitstalling is het, met spullen uit de inboedel van het huis aan de Herengracht dat Shaffy vele jaren bewoonde, en uit zijn kamertje in het Dr. Sarphatihuis waar hij de laatste jaren van zijn leven werd verzorgd.

Zijn vleugel, met pianokrukje en spiekbriefjes voor zijn liedteksten, zijn voyante theateroverhemden, zijn rode Baghwan-trui met bijbehorende ketting, het pick-upje waarop hij platen afspeelde, de niet eerder vertoonde aquarellen die hij veelal in volle vaart moet hebben geschilderd, de kwitanties en de werkroosters, de blocnotes, de agenda’s en andere parafernalia – aangevuld met tientallen tv- en filmopnamen die Shaffy laten zien als acteur en liedjestroubadour.

En het wemelt van de foto’s. „Je ziet ook op de vroegste foto’s al vrij snel die brutale, open blik van hem”, zegt conservator Hans van Keulen.

Typerend is voorts een ongedateerd hanenpotenbriefje aan zangeres Liesbeth List, uit de eerste jaren van hun samenwerking: „Ik ben een rijk mens. Voordat ik je ontmoette, had ik behoefte aan een mooie sensuele vrouw met de eenzaamheid van nergens vandaan komen.” Zelf kwam hij immers ook nergens vandaan.

    • Henk van Gelder