Geweldig! Zo bescherm je wat altijd al van jou was

Poetin vindt dat hij in zijn recht staat Het Westen schreeuwt moord en brand Michel Krielaars over Poetins beweegredenen en Juurd Eijsvoogel over de gevolgen die het Westen vreest

Een Nederlandse Ruslandkenner, die eind november na een afwezigheid van anderhalf jaar weer in Moskou kwam, wist niet wat hij meemaakte. De sfeer was grimmig en dreigend geworden, de oppositie vrijwel verdwenen, de schaarse onafhankelijke pers nog meer gemuilkorfd. Russische politicologen en journalisten spraken van het mogelijk aan de macht komen van een junta en een terugkeer naar de Koude Oorlog. Ze waren bang, omdat ze heel goed wisten waar hun president werkelijk mee bezig was: het strak aandraaien van de duimschroeven, zodat het voortbestaan van het autoritaire regime de komende decennia gegarandeerd was en de enorme financiële belangen van de machtselite gewaarborgd bleven.

Dat het Westen Poetins ‘nieuwe democratie’ sinds zijn aantreden jarenlang had vergoelijkt, vonden ze een teken van hypocrisie en domheid. „Jullie willen ons gas en geld en weigeren in te zien wat er werkelijk aan de hand is”, zei een van hen. „En dat komt doordat jullie onze geschiedenis niet kennen.”

Dat Poetin zelf het Westen allang niet meer serieus neemt, wil eveneens geen westerse politicus zien, zeiden ze. Die minachting van het Kremlin was het gevolg van de dubbele maatstaven die westerse politici hanteren als het om Rusland gaat: enerzijds oefenen ze kritiek op Poetins schending van de mensenrechten uit, anderzijds mogen de handels- en energiebetrekkingen niet worden geschaad. Zelfs de meest dubieuze Russische politicus en zakenman kan zijn miljarden bij westerse banken blijven deponeren, zonder dat ooit vraagtekens worden geplaatst bij de herkomst van dat geld.

Los van het cynische machtsspel dat Poetin speelt, hanteert hij bij zijn optreden in Oekraïne ook de geschiedenis als wapen om te kunnen doen wat hij wil. Volgens die geschiedenis is de Krim van Rusland, zo klinkt tussen zijn drogredenen door, als zou de etnisch Russische bevolking moeten worden beschermd tegen de ‘fascisten en bandieten’ uit Kiev. Wat voor de Krim geldt, geldt ook voor de rest van Oekraïne.

In 2005 noemde Poetin het uiteenvallen van de Sovjet-Unie nog de ‘grootste geopolitieke catastrofe van de twintigste eeuw’. Dat Oekraïne in 1991 een onafhankelijke staat werd in de chaos na de mislukte coup tegen partijleider Gorbatsjov en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, is iets dat voormalig KGB-overste Poetin en de zijnen nooit hebben geaccepteerd. Zij zouden het liefst die hele Sovjet-Unie in ere herstellen, maar dan met staatskapitalisme. Maar omdat ze weten dat dit verlangen een illusie is, nemen ze voorlopig genoegen met de Euraziatische Unie, een vage bond van voormalige Sovjetstaten waarvan de tolunie tussen Rusland, Wit-Rusland, Kazachstan en Oekraïne een eerste stap is. Die Euraziatische Unie heeft echter nog een ander doel en dat is het het huidige regime te rechtvaardigen en de gigantische corruptie die ermee gepaard gaat te verhullen door Rusland onder gelijken plaats te laten nemen. Sinds het Oekraïne van de zichzelf verrijkende Janoekovitsj niet meer bestaat is er een belangrijke pijler onder dat genootschap van ‘partners in crime’ weggevallen.

Voorop bij het historisch rechtvaardigen van Poetins ingrijpen staat dat Oekraïne de bakermat is van de Russische-Orthodoxie en van het huidige Rusland. In 882 voegde Oleg de Wijze, de vorst van Novgorod, zijn gebied bij dat van Kiev en stichtte daarmee de eerste Russische staat. Een van zijn opvolgers, Vladimir de Grote, bekeerde zich in 988 tot de Oosterse-Orthodoxie. Waren de gebieden ten oosten van de Dnjepr in 1686 onder Rusland komen te vallen, eind achttiende eeuw veroverde Catharina de Grote het zuiden van Oekraïne en de Krim op de Turken.

Menig beroemde Russische schrijver heeft zijn sporen in Oekraïne en op de Krim achtergelaten: Nikolaj Gogol is in Oost-Oekraïne geboren, Konstantin Paustovski groeide op in Kiev, Tolstoj vocht in de Krimoorlog (die overigens door de Russen werd begonnen omdat zij onder het mom van het beschermen van Russisch-Orthodoxe gelovigen in Palestina de Turkse zeehegemonie wilden inperken), en Anton Tsjechov bracht zijn laatste levensjaren door in zijn villa bij Jalta op de Krim.

Dat de uit Oekraïne afkomstige partijleider Nikita Chroesjtsjov het schiereiland in 1954 cadeau deed aan de Oekraïense Socialistische Sovjet Republiek was niet meer dan een symbolische daad, die niets voorstelde zolang de Sovjet-Unie bestond. De Krim bleef de favoriete vakantiebestemming van de meeste Russen, zowel tijdens als na de Sovjet-Unie. Het was hun Zandvoort. En juist die nostalgie komt Poetin van pas.

Hij maakt ook handig gebruik van het feit dat het Rode Leger in de Tweede Wereldoorlog heel hard gevochten heeft om het schiereiland van de Duitsers te bevrijden. Niet voor niets worden er zowel in Rusland als in Oost-Oekraïne dezer dagen permanent oorlogsfilms op televisie uitgezonden om te benadrukken dat de Russen de fascisten hebben verslagen en datzelfde zullen doen met de nieuwe ‘fascisten’ – de nieuwe machthebbers in Kiev die ook uit zouden zijn op het knechten van de Russische inwoners van Oekraïne. Een aanzienlijk deel van de Russen gelooft in deze propaganda. Ze zien Poetin als de tsaar die het beste met hen voor heeft en orde weet te brengen waar de anarchie dreigt.

De huidige ‘strafexpeditie’ dient echter ook een concreet binnenlands politiek doel: het definitief onderdrukken van de oppositie door die af te schilderen als dezelfde door het Westen gefinancierde ‘fascisten en bandieten’ als in Kiev aan de macht zijn. Poetin heeft daar alle reden toe. Toen vorige week zijn autoritaire bondgenoot Janoekovitsj werd afgezet besefte de Russische machtselite dat iets dergelijks op den duur ook in Moskou zou kunnen gebeuren. Poetin moest onmiddellijk hun positie veiligstellen.

De propagandamachine van het Kremlin doet zijn opperste best om dit in de staatsmedia aan te tonen. De conclusie die de nietsvermoedende kijker moet trekken is dat het land zonder Poetins daadkracht gedoemd is tot anarchie. En dat is iets waar de meeste Russen sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en de chaos onder president Jeltsin doodsbang voor zijn.

Een van de politicologen die de Nederlandse Ruslandkenner eind november sprak, definieerde die instemmende meerderheid als volgt: het merendeel van mijn landgenoten denkt op het niveau van een 3-jarige.