Boko Haram slacht zelfs de kinderen in Nigeria af

Boko Haram gaat steeds meedogenlozer te werk. Burgers zijn hun leven niet zeker. Het lukt de regering in Abuja niet het moorddadig geweld in te dammen. Wat wil de terreurgroep?

Eerst sloten ze de deuren af. Toen staken ze, bij het krieken van de dag, de slaapzalen van de kostschool in brand. De meeste jongens die nog lagen te slapen, verbrandden levend. Degenen die door de ramen probeerden te ontsnappen, werden als schapen afgeslacht, vertelde onderwijzer Adamu Garba tegen persbureau AP. Met machetes werd hen de keel doorgesneden. Anderen werden doodgeschoten toen ze weg wilden rennen.

Dit gruwelijke tafereel speelde zich vorige week af in Buni Yadi, een Nigeriaans dorpje in de noordoostelijke deelstaat Yobe. De aanval, waarbij 59 scholieren het leven lieten, was het werk van Boko Haram, een terreurgroep die al een jaar of vier dood en verderf zaait in de arme regio die grenst aan de buurlanden Kameroen, Tsjaad en Niger.

Afgelopen weekeinde sloeg de terreurgroep opnieuw toe. Bij autobomaanslagen in een drukke uitgangsbuurt van Maiduguri, de hoofdstad van de naburige deelstaat Borno, en bij een aanval op een ander afgelegen dorp op het platteland vielen in totaal meer dan 90 doden.

Barbaars

Het nieuws over de bloedbaden gaat de wereld over in de vorm van standaardberichtjes op de binnenpagina’s van kranten. De daden zijn barbaars genoeg voor voorpaginanieuws, inderdaad, maar ook een beetje déjà vu. Boko Haram, dat zegt te streven naar een kalifaat, een puur islamitische staat zonder verderfelijke westerse invloeden, heeft al duizenden slachtoffers gemaakt met executies, schietpartijen, zelfmoordaanslagen, brandstichtingen en bomaanslagen. In 2013 waren het er meer dan 1.500. Dit jaar staat de teller al op ruim 400.

De schoolleiding in Buni Yadi was dus gewaarschuwd. Maar achteraf bleek dat de bewakers van de school vlak voor de komst van de strijders waren verdwenen.

Voor de regerende elite in de hoofdstad Abuja begint de situatie nu wel heel ongemakkelijk te worden. De strijd in het afgelegen noordoosten was altijd ver weg. Maar dat verandert nu het leger er maar niet in slaagt het extremistische geweld in te dammen, ondanks het feit dat extra troepen zijn gestuurd.

Ook in het buitenland groeit de angst voor destabilisatie. Met 170 miljoen inwoners is Nigeria het volkrijkste land van Afrika en bovendien de belangrijkste olieproducent. Wat in Nigeria gebeurt, raakt de hele regio, en landen ver daarbuiten. Vandaar dat een bezoek, donderdag, van de Franse president François Hollande aan Abuja extra gewicht had. „Uw strijd tegen terreur is ook onze strijd”, zo probeerde Hollande zijn Nigeriaanse ambtgenoot Goodluck Jonathan een hart onder de riem te steken.

Boko Haram heeft haar bakermat in Maiduguri, de hoofdstad van de deelstaat Borno. Hier leidde de invloedrijke geestelijk leider Mohammed Yusuf jarenlang een ziekenhuis en een school, en predikte hij de in zijn ogen zuivere leer van de islam, zoals de geestelijke vaders van de Talibaan in Afghanistan en Pakistan dat ook deden. Yusuf fulmineerde tegen westerse decadentie, tegen gemengd onderwijs voor meisjes en jongens en tegen de corruptie van de politieke elite in Nigeria zelf.

Heilige missie

Sekteleider Yusuf kon min of meer zijn gang gaan. Totdat zijn overmoedig geworden aanhangers in 2009 de staat fysiek gingen belagen – en politiebureaus en andere overheidsgebouwen aanvielen. De veiligheidstroepen sloegen meedogenloos terug. Er vielen honderden doden. Yusuf werd in de zomer van 2009 gedood – standrechtelijk geëxecuteerd, volgens mensenrechtenorganisaties.

Na Yusufs dood radicaliseerde Boko Haram sterk, mede als reactie op de harde repressie van de overheid. Van een moslimfundamentalistische sekte veranderde Boko Haram in een jihadistische strijdgroep, met als heilige missie de oorlog tegen de staat en alles wat die staat vertegenwoordigt, zoals scholen. Twee jaar geleden splitste zich een kleine groep af, Ansaru, ‘Voorhoede voor de Bescherming van Moslims in Zwart Afrika’. Zoals de naam suggereert, heeft Ansaru ook internationale ambities. Ze onderhoudt betrekkingen met jihadgroepen in onder andere het noorden van Mali. Strijders van Boko Haram gebruiken het grondgebied van Kameroen, Niger en Tsjaad vaak als uitvalsbasis voor hun acties.

Een van de redenen voor de afsplitsing was volgens analisten een verschil van mening over de geoorloofde middelen in de gewapende jihad. Ansaru wijst aanvallen op burgers af. Boko Haram is minder kieskeurig in het bepalen van haar doelen. De meeste slachtoffers van bomaanslagen en andere aanvallen van islamitische extremisten in landen als Pakistan, Afghanistan en Irak zijn onschuldige moslimburgers – zij vormen nu eenmaal de grote meerderheid van de bevolking. Datzelfde geldt voor het noordoosten van Nigeria waar Boko Haram opereert. Maar de zwaarbewapende strijders schuwen ook ‘harde’ doelen niet: begin december vielen ze bijvoorbeeld een luchtmachtbasis en legerbarakken bij Maiduguri aan, waarbij helikopters werden vernield en tientallen militairen werden gedood.

Vanuit Maiduguri schreef NRC-correspondent Koert Lindijer drie jaar geleden over de aantrekkingskracht van Boko Haram op de jeugd. Op iedere straathoek, onder iedere boom in Maiduguri, hingen jongeren doelloos rond, schreef hij. „We nemen ieder klusje aan”, zei Yahaya Ibrahim. Hij uitte sympathie voor Boko Haram, want: „Wat moeten we anders, het leven is ondraaglijk geworden zonder werk en inkomsten.” Religie is in straatarme gebieden het enige wapen voor wanhopige jongeren die geen enkel ander toekomstperspectief hebben.

Anno 2014 is het voor (buitenlandse) journalisten onmogelijk geworden om zomaar naar het noordoosten te reizen. Ook daarom horen we zo weinig over wat er daar gebeurt. Vorig jaar kondigde president Jonathan de noodtoestand af in de drie noordoostelijke deelstaten. Maar die poging „om de territoriale integriteit van Nigeria te herstellen” heeft alleen maar geleid tot meer doden. Dit ondanks de massale inzet van leger en speciale veiligheidstroepen en het bestoken van geïmproviseerde kampen van Boko Haram in de bossen met gevechtsvliegtuigen.

Ook de omstreden tactiek om lokale burgermilities te bewapenen heeft desastreus uitgepakt. Afgelopen augustus werd zo’n groep ingehuurde jongeren in een hinderlaag gelokt en afgemaakt door strijders van Boko Haram. Ze hadden zich verkleed als regeringssoldaten.

Die tegenslagen slaan terug op president Jonathan. In januari stuurde hij de volledige legertop naar huis. Maar tot een ommekeer in de strijd heeft dat niet geleid. „Het is absoluut onmogelijk Boko Haram te verslaan”, merkte de gouverneur van de deelstaat Borno onlangs nog mismoedig op. Soldaten klagen dat ze worden geconfronteerd met sterk gemotiveerde tegenstanders die over veel betere en zwaardere wapen beschikken dan zij zelf – aangevoerd vanuit Libië en andere gebieden. En er zijn geruchten dat sommige officieren meer sympathie hebben voor de religieuze idealen van Boko Haram dan de voor corrupte politici in Abuja.

Tegen die achtergrond van falend leiderschap is het ‘hulpaanbod’ van de Franse president Hollande vernederend. Nigeria speelde in het verleden zelf de rol van regionale politieagent, onder andere om het geweld in in Liberia te stoppen. Begin vorig jaar stuurde het nog troepen naar Noord-Mali om de Fransen te helpen in de strijd tegen terreurgroepen daar. Nu is Nigeria blijkbaar niet meer in staat de problemen in eigen huis op te lossen. En moet bijvoorbeeld het leger van Kameroen in actie komen om strijders van Boko Haram van zijn grondgebied te verjagen. Nigeria is een regionaal probleem geworden, in plaats van een regionale probleemoplosser.

Voor de bevolking verandert er voorlopig niets. Bij de school in Buni Yadi werden alleen jongens gedood. De meeste meisjes mochten gaan, met de dringende boodschap snel te trouwen en zich nooit meer op een school te vertonen. Volgens onder andere Human Rights Watch is de ontvoering van vrouwen en meisjes ook een handelwijze van veel andere Afrikaanse rebellengroepen die is overgenomen door Boko Haram.

Ook het regeringsleger wordt overigens verantwoordelijk gesteld voor de verdwijning van honderden mannen en jongens, die banden zouden hebben met Boko Haram.

„Er is niemand die ons beschermt”, zei een lokale functionaris onlangs tegen AP. „Het is niet te voorspellen waar en wanneer we worden aangevallen. Mensen kunnen niet gaan slapen met de ogen dicht.”

    • Wim Brummelman