Ook in 1992 was hij al aan de dope

Zo onschuldig als hij zich jarenlang heeft voorgedaan, is hij nimmer geweest. Sterker nog: ook in de begindagen van zijn wielercarrière gebruikte Lance Armstrong verboden stimulerende middelen.

Dat schrijft New York Times-journaliste Juliet Macur in De Leugens van Lance. De ondergang van een wielerlegende, het vandaag verschenen boek waarvoor zij de praktijken van de gevallen wielerheld onderzocht.

Een van haar ontdekkingen is dat Armstrong op de Olympische Spelen van Barcelona (1992) al zijn toevlucht nam tot verboden middelen. Welke, dat durfden haar bronnen niet met zekerheid te zeggen, maar één ding wisten ze zeker: Armstrong verrichte verboden handelingen.

Die bronnen waren zijn voormalige soigneurs John Neal en John Hendershot. Tegenover Macur vertelt Neal hoe Armstrongs oud-ploeggenoot Tim Peddie diens hotelkamer binnenkwam en zag hoe Armstrong aan een infuus werd gelegd. Peddie schrok en ging snel weer naar buiten.

Macurs andere bron, de toentertijd in Belgie woonachtige ‘dopingsoigneur’ John Hendershot, verklaarde dat hij voor Armstrong geregeld middelen als bloedverdunners, cortisonen, amfetaminen en testosteron aanschafte bij een apotheek bij hem om de hoek.