In Brussel maakt niemand zich illusies, Rusland trekt zich niet terug

Ondanks verdeeldheid dreigt de EU met enkele concrete sancties tegen Rusland. Maar zelfs Polen houdt de deur nog open voor diplomatie.

De Europese Unie komt alsnog op stoom: het aanvankelijke ongeloof over de inval in Oekraïne, dat zaterdag een wat late en slappe verklaring van buitenlandcoördinator Catherine Ashton opleverde, is verdwenen. EU-ministers van Buitenlandse Zaken dreigden gisteren in Brussel met sancties tegen Rusland als de ‘daden van agressie’ niet stoppen. Hun bazen kwamen meteen met een soort ultimatum: donderdag, werd bekend, houden EU-leiders een extra ingelaste top in Brussel. Daarmee is Oekraïne op Europees niveau ‘chefsache’ geworden.

Achter de schermen maakt niemand zich veel illusies: de bezetting van de Krim lijkt onomkeerbaar, temeer daar het Oekraïense schiereiland van oudsher sterk Russisch georiënteerd is. Of zoals een diplomaat zegt: „Is de Krim ooit wel echt Oekraïens geweest?” Maar in hun slotverklaring lieten de EU-ministers er geen twijfel over bestaan: als de Russische militairen op de Krim niet ‘onmiddellijk’ terugkeren naar hun kazernes breekt een nieuw hoofdstuk aan in de relatie tussen Rusland en de Europese Unie.

De Poolse minister Radek Sikorski benadrukte dat de Krim een ‘rode lijn’ is. „Trekt Rusland zijn troepen niet terug, dan volgen sancties”, zei hij na afloop van het spoedberaad. „De situatie verandert compleet als Rusland besluit om [de rest van] Oekraïne binnen te vallen.” Hij onderstreepte zijn woorden met een aan tv-camera’s gerichte, dramatische oproep aan Moskou om die stap niet te zetten. Wordt de Krim daarmee de facto niet opgegeven? „Nee”, bromde Sikorski. „Geen enkel EU-land accepteert de schending van Oekraïens grondgebied.”

Europa zit in een spagaat. Een militaire oplossing voor de Krim is ondenkbaar, tegelijkertijd wil Europa duidelijk maken dat Poetin zelfs met een gedeeltelijke bezetting niet wegkomt. Niet iedereen wilde daarbij gisteren even ver gaan. Minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) zei voor aanvang van het spoedberaad dat sancties „niet aan de orde” zijn. „Rusland moet terugkeren naar de onderhandelingstafel.” Duitsland drong vooral aan op het sturen van internationale waarnemers.

Ook Polen hield de deur open voor diplomatie: tegen de verwachting in eiste het geen onmiddellijke sancties. Maar het land, gesteund door de Baltische Staten en Zweden, drong wel aan op fermere taal en, vooral, duidelijke vervolgmaatregelen als praten niets oplevert. Volgens Sikorski worden voormalige Oostbloklanden slecht of te laat begrepen in het Westen. „Wij voelen dit in onze botten. Andere landen kunnen soms maar moeilijk geloven dat wat wij voorspellen ook echt gaat gebeuren. Dat heeft tijd nodig. Dat is de aard van de democratie.” Letland, waar een kwart van de bevolking Russisch spreekt, is geschokt over de drastische wijze waarop Poetin de belangen van Russisch-taligen in de wereld meent te moeten verdedigen.

Sikorski zette zijn collega’s onder druk door tijdens het spoedberaad zo nu en dan live verslag te doen van de laatste, dramatische ontwikkelingen. Even leek Rusland zelfs een ultimatum te hebben gesteld aan Oekraïne. Aan het begin van de avond lag er een – in de woorden van Sikorski – „kraakheldere” tekst op tafel. Een voor EU-begrippen zeer uitgesproken tekst, die ook op de instemming van Timmermans kon rekenen.

De Europese Unie geeft daarin concrete voorbeelden van sancties. Zo worden met Rusland onderhandelingen gevoerd over een nieuw samenwerkingsakkoord en over versoepeling van het visa-regime. „Als deëscalerende stappen uitblijven” worden die „snel” stopgezet. Bovendien komen dan ook „gerichte”, niet nader gedefinieerde maatregelen in beeld. Volgens Sikorski gaat het om zaken als een inreisverbod voor Russische beleidmakers en bevriezing van hun tegoeden in de EU.

In de verklaring wordt Oekraïne geprezen om zijn terughoudendheid en spreekt de Europese Unie „volledige steun” uit voor financiële hulp aan het vrijwel bankroete land. Ook besloten de ministers dat ze in staat van paraatheid blijven. Dat betekent dat buitenlandcoördinator Ashton snel besluiten kan nemen, weliswaar altijd in overleg, maar zonder dat alle 28 ministers fysiek bijeen moeten komen. Logistieke besognes leidden ertoe dat de EU niet al dit weekeinde bijeenkwam, zoals de NAVO, maar pas gisteren. Dat leidde weer tot een hoop gesputter over ‘het machteloze, want logge Europa’. De ministers willen dat nu voorkomen.

    • Stéphane Alonso