Ziekenhuizen publiceren sterftecijfers tegen hun wil

Op straffe van een boete weigert vijftien procent van de ziekenhuizen cijfers over sterfte te publiceren.

Loopt een patiënt in het Amstelland-ziekenhuis in Amstelveen meer kans te overlijden dan in een ander ziekenhuis? Ja, zegt het gemiddelde sterftecijfer over 2012. Nee, zegt Amstelland zelf. Nee, zeggen andere ziekenhuizen. Nee, zegt de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen. Toch scoort het Amstelland het hoogste sterftecijfer van Nederland. In het Martini-ziekenhuis in Groningen overlijden gemiddeld de minste patiënten.

Afgelopen zaterdag verliep de deadline die minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) ziekenhuizen vorig jaar stelde om de sterftecijfers over 2012 te publiceren. Ze moeten de score op hun eigen websites plaatsen en aan de Nederlandse Zorgautoriteit melden. Schippers wil openheid om ziekenhuizen te dwingen kritisch naar hun afdelingen te kijken. Bovendien vindt ze dat transparantie ervoor zorgt dat patiënten ziekenhuizen kunnen vergelijken. Veertien van de ongeveer negentig ziekenhuizen publiceerden geen cijfers; een aantal uit principe. Ze geloven niet in de vergelijkbaarheid van het sterftecijfer en bekritiseren de berekening ervan. Uit onderzoek van NRC Handelsblad blijkt dat ook veel ziekenhuizen die wel publiceerden kritiek hebben op de berekening ervan. Want wat zegt zo’n sterftecijfer?

Kwaliteit

Kijk naar het Amstelland-ziekenhuis. Het haalt over 2012 een HSMR-score (Hospital Standardised Mortality Ratio) van 123. Het ziekenhuis uit Amstelveen heeft het hoge sterftecijfer intern onderzocht, verklaart het op de eigen website. Daaruit blijkt dat in 2012 veel patiënten in hun laatste levensfase zijn overgenomen van ziekenhuizen en verpleeghuizen in de omgeving. Anders dan veel andere ziekenhuizen verpleegt het Amstelland hen tot het overlijden. Het Martini-ziekenhuis, met de laagste score, stuurt wel door naar hospices. De HSMR-score wordt daarvoor niet gecorrigeerd. Het bestuur van het Amstelland ziet „geen enkele reden” aan te nemen dat het hoge sterftecijfer een indicator is voor de kwaliteit van het ziekenhuis. In hun toelichting op de gepubliceerde cijfers blijken veel meer ziekenhuizen kritiek te hebben op de verplichte publicatie. Ze vinden dat het cijfer niet als „vergelijkingsmateriaal” gebruikt mag worden.

Ziekenhuis De Tjongerschans in Heerenveen onderzocht intern waarom zijn HSMR-score relatief hoog ligt (117). Het ontdekte dat ziekenhuizen op verschillende manieren coderen, waardoor de sterftescores uiteenlopen. Het grootste ziekenhuis van Nederland, Erasmus MC in Rotterdam, publiceerde een eigen cijfer dat het wél zinvol vindt. Het hecht „totaal geen waarde” aan de HSMR-scores die eigenlijk gepubliceerd hadden moeten worden, zegt hoofd medische informatie Jan A. Hazelzet. Het Máxima Medisch Centrum in Eindhoven (met een HSMR van 122) noemt de berekening een „niet gevalideerd instrument”. Het ziekenhuis schrijft: „Dat levert vaak informatie op die moeilijk te begrijpen is, én waarbij onderlinge vergelijking lastig is.”

Geschrokken

Sommige ziekenhuizen zijn geschrokken van het hoge sterftecijfer. Het Jeroen Bosch ziekenhuis in Den Bosch (117) opent een „diepgaand en breed onderzoek” naar de oorzaken van de HSMR-score. Het Academisch ziekenhuis Maastricht (110) schrijft op de website: „Ondanks dat het jaarcijfer binnen de bandbreedte valt, is het wel een aanzet voor nader onderzoek om na te gaan in hoeverre er eventueel structurele tekortkomingen in behandeling hebben plaatsgevonden.” Andere ziekenhuizen beginnen onderzoeken naar bepaalde afdelingen die de gemiddelde score hebben opgedreven. Eerder kwamen problemen aan het licht in het Ruwaard van Puttenziekenhuis in Spijkenisse nadat hoge sterftecijfers werden gepubliceerd.

Veertien ziekenhuizen publiceerden helemaal geen cijfers. Het Erasmus MC en de Ziekenhuisgroep Twente deden dat uit principe, en een paar ziekenhuizen zijn zo gespecialiseerd dat ze niet de juiste gegevens kunnen verzamelen. Een aantal ziekenhuizen zegt dat nog niet voldoende tijd te hebben gehad om ‘codeurs’ aan te stellen en te trainen die de gevraagde data kunnen verzamelen.

Opvallend is dat de Zorgautoriteit daar bij het ene ziekenhuis coulanter mee omspringt dan bij het andere. Het Elkerliek ziekenhuis in Helmond meldt dat het zonder problemen toestemming kreeg om pas volgend jaar het sterftecijfer te publiceren. De NZa zegt desgevraagd dat elk ziekenhuis gewoon moet publiceren. Het Diaconessenhuis in Leiden had ook die indruk gekregen: het berekent al jaren een eigen sterftecijfer, maar doet dat met andere data dan het CBS, dat de berekening voor de ziekenhuizen maakt. Ondanks het ontbreken van de juiste data, eiste de NZa publicatie. Nu heeft het Diaconessenhuis twee HSMR-scores gepubliceerd: een eigen score van 84 en een ‘officiële score’ van 116. Bestuurslid Mark de Jong: „Het is ongelukkig dat we twee cijfers moeten noemen. De score van 116 klopt in elk geval niet, want is gebaseerd op foute percentages over acute opnames. Maar de NZA zegt dat we het cijfer moeten publiceren.”

    • Enzo van Steenbergen