Violiste Isabelle Faust fel en gecontroleerd in Bartók

Dirigent Marc Albrecht heeft graag veel om handen. Hij gedijt bij opera’s van Strauss, waar orkest en stemmen voluptueuze volumes bereiken. Geen wonder dus dat zijn contract bij het Ned. Phil. Orkest en de Nat. Opera pas is verlengd tot 2018.

Zaterdag ging hij energiek te werk met de rauwe partituur van Bartóks Tweede Vioolconcert. Het grillige, soms groteske karakter werd maximaal uitgebuit. Gepast was de keuze voor het weinig gehoorde originele slot, waarin niet de solist maar woest steigerende hoorns en trompetten het stuk uitblazen.

Soliste Isabelle Faust had weerwoord. De Duitse violiste, artist-in-residence bij het orkest, bracht in oktober al een onsentimentele Brahms. Ook nu ging ze gecontroleerd los: diep in de snaar, met ruwe randjes en felle attaque.

In het weinig opmerkelijke Mover of the Earth, Stopper of the Sun van de Oekraïens-Nederlandse Svitlana Azarova (1976) gaf Albrecht ook vol gas. Klankmassa’s suggereerden er logge planeetbanen waaruit korte nootjes als meteorieten wegschoten.

Toen het orkest daarna uitdunde voor Beethoven, verloor de overactieve Albrecht controle. Beethovens Vijfde ontbeerde groepsgevoel, in het langzame deel werd te veel gewroet. Het klonk niettemin uitbundig, met een hysterische finale.