De stagiair die vandaag weer aan het werk mag

Een stagiair van een rechtbank die een kort geding aanspant tegen die rechtbank en wint: vandaag hervat een 20-jarige mbo-studente haar stage als waarnemend griffier in Amsterdam. Eind vorige week bepaalde de Haagse rechtbank namelijk dat de Amsterdamse rechtbank haar niet had mogen wegsturen.

Waarom was ze weggestuurd?

Ze was net twee weken begonnen met een afstudeerstage van zes maanden, toen ze op 12 februari te horen kreeg dat de stage werd beëindigd. Per direct. Op die dag diende bij de Amsterdamse rechtbank een strafzaak tegen haar broer. En niet voor de eerste keer. Hij staat in de ‘top-600’, de lijst met jeugdige Amsterdamse criminelen. De rechtbank vindt dat de stagiair had moeten melden dat haar broer een bekende was van justitie. En dat er die dag een strafzaak tegen hem diende.

Want bij het begin van de stage had de rechtbank gezegd dat ze het meteen moest zeggen als haar familie of vrienden in aanraking zouden komen met justitie. Nu was de stagiair potentieel chantabel, vond de rechtbank, en daarmee waren de onafhankelijkheid en integriteit van de rechtbank in het gedrang gekomen.

Klinkt redelijk. Waarom is de Haagse rechtbank het daar niet mee eens?

Het is een vaste regel dat rechters en rechtbankmedewerkers het moeten melden als er zaken dienen waarbij familie of vrienden betrokken zijn. Zij kunnen zulke zaken niet zelf behandelen. En soms gaan de zaken zelfs naar een andere rechtbank. Maar de stagiair zegt dat ze niet wist dat haar broer die dag moest voorkomen. En uit niets blijkt dat dat niet klopt. Daarom kan haar niet verweten worden dat ze niets heeft gezegd.

Daarnaast vindt de Haagse rechter dat de stagiair de criminele carrière van haar broer niet zelf bij de rechtbank bekend hoefde te maken. Ook al was haar bij de beëdiging gezegd dat ze contacten van familie of bekenden met justitie moest melden. Die meldingsplicht geldt alleen voor lopende zaken, zegt de rechtbank, waar de stagiair dus niet vanaf wist.

Volgens haar advocaat, Richard Korver, woog de rechter ook mee dat de meldplicht nergens op papier stond. „Stagiairs zijn doodnerveus bij zo’n plechtige beëdiging, de helft van wat er wordt gezegd dringt niet tot ze door.” Volgens Korver wees de rechter er tijdens de zitting op dat in Den Haag medewerkers wel bij de beëdiging op papier meekrijgen wat die meldingsplicht precies inhoudt.

Dus criminele familie vormt geen belemmering voor een baan bij justitie?

Zo eenvoudig is het niet, zegt Evert Verhulp, hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. In Nederland hechten we zeer aan de volstrekte neutraliteit van politie, rechterlijke macht en Openbaar Ministerie. Dat betekent dat in dit geval de rechtbank zorgvuldig moet nagaan of er mogelijk tegenstrijdige belangen kunnen zijn. „Die zijn er niet alleen bij lopende zaken. Deze stagiair is onderdeel van een organisatie die erop is gericht jongens als haar broer te berechten. Als zij een belang heeft bij de relatie met haar broer, bijvoorbeeld financieel omdat ze deel uitmaakt van hetzelfde huishouden, of sociaal omdat de familiebanden hecht zijn, dan is zij kwetsbaar voor conflicterende belangen. Stel bijvoorbeeld dat haar broer informatie van haar wil over zaken tegen vrienden of concurrenten. Je moet mensen niet in zulke situaties willen plaatsen.”

Verhulp vindt dan ook dat de rechtbank mag vragen naar de criminele antecedenten van familie van medewerkers. En dat zij die ook moeten geven. Bij de politie zijn ze daar heel streng in.

Dus familie van de top-600 kan toch niet bij de rechtbank werken?

Zover wil Verhulp niet gaan. Maar de rechtbank mag en moet controleren hoe sterk de band is met die criminele familieleden – en hoe crimineel die zijn. Dat bepaalt de feitelijke kwetsbaarheid voor belangenverstrengeling. De Amsterdamse rechtbank zelf zegt hierover dat medewerkers met criminele familie niet op de strafrechtgriffie geplaatst worden, maar bijvoorbeeld bij bestuursrecht.

Wordt dit nog een goede stage?

Advocaat Korver zegt niet in te zien waarom niet. Direct na de zitting liet de president van de Amsterdamse rechtbank al weten niet in hoger beroep te gaan. En kort daarop kwam het bericht dat de stagiair maandag weer aan de slag kan. „De rechtbank is een sportief verliezer.”

    • Elsje Jorritsma