Veel boze dromen geven later psychose

Kinderen van 2 tot 9 jaar die vaak geplaagd worden door nachtmerries of nachtelijke paniekaanvallen hebben op 12-jarige leeftijd een twee- tot driemaal verhoogde kans op psychotische stoornissen. Dat schrijven Britse onderzoekers van de University of Warwick in het tijdschrift Sleep.

Aanhoudende nachtmerries en nachtelijke paniekaanvallen bij kinderen in de lagere schoolleeftijd kunnen dus een voorbode zijn van psychiatrische problemen later in het leven. Op 12-jarige leeftijd hadden de nachtmerriekinderen een grotere kans op paranoïde gedachten en op hallucinaties (dingen zien en horen die er niet zijn). Die symptomen zijn in eerder onderzoek al voorspellend gebleken voor schizofrenie en andere psychiatrische afwijkingen bij volwassenen.

Met de vroege opsporing van de eerste signalen, zou mogelijk groter leed voorkomen kunnen worden, denken de Britten. Nachtmerries zijn met bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie te behandelen. Maar of dat daadwerkelijk de ontwikkeling van ernstige psychiatrische aandoeningen kan stoppen, is op dit moment niet bekend.

Nachtmerries ontstaan tijdens de tweede helft van de droomslaap (de zogeheten REM-slaap). Nachtelijke paniekaanvallen treden juist op in de eerste helft van de nacht tijdens cycli van de diepe slaap. Het gaat vaak gepaard met een luide schreeuw waarbij mensen angstig rechtop in bed zitten. Ze worden echter niet wakker en zijn niet aanspreekbaar. De volgende morgen herinneren zij zich niets meer van deze aanval.

Ouders hoeven zich nu niet meteen zorgen te maken als hun kind een nachtmerrie heeft, benadrukken de onderzoekers. Driekwart van de kinderen in de studie had wel eens van zulke angstdromen. Bij jonge kinderen is dat vrij normaal, maar de nachtmerries verdwijnen meestal naarmate de kinderen ouder worden. Pas als deze angstdromen met regelmaat (een paar keer per week) terugkeren, is er een verhoogd risico op psychische stoornissen.