Jelena is bang: gaan broers elkaar bevechten?

De Krim was voor de Russen heel makkelijk af te sluiten van de rest van Oekraïne. Er zijn maar twee wegen. Verslag uit de trein naar Simferopol.

Na twee dagen vruchteloze pogingen om de Krim te betreden rijden we ’s middags om een uur of twee eindelijk per trein door de ‘Dijk van Perekop’, een naam die herinneringen oproept aan de Krimoorlog van (1853-1856) tussen Rusland en de Turken, Fransen en Engelsen.

Russische militairen zijn inmiddels in de hoofdstad Simferopol, al proberen ze zo min mogelijk zichtbaar te zijn. Russische oorlogsschepen blokkeren de havens en Oekraïense legerbases op de Krim zijn omsingeld door Russische militairen.

Op 30 maart mag de regio zich per referendum uitspreken over afscheiding van Oekraïne.

De nieuwbakken Oekraïense regering in Kiev heeft hier op de Krim in een oogwenk alle vaste grond onder de voeten verloren.

Terwijl het steppenland van de Krim aan ons voorbijtrekt, brengt conductrice Galina uit Odessa thee en koekjes en vertrouwt ze me stiekem toe dat Rusland hier niets te zoeken heeft. „Ze moeten Oekraïne haar eigen problemen laten oplossen.” In de trein vertolkt zij een minderheidsstandpunt.

Niets blijkt makkelijker voor Rusland dan de Krim afsluiten van het vasteland van Oekraïne. Er zijn maar twee wegen over de smalle landtong tussen de zee van Azov en de Zwarte Zee. Twee roadblocks zijn voldoende. Twee dagen geleden liepen we dood op een geïmproviseerde wegversperring bij Armjansk, verstevigd met zandzakken en amateuristisch in elkaar geknutselde kraaienpoten. Operette-achtige kozakken met snorren, zwarte bontmutsen en lederen zwepen hielden de wacht, met militair ogend voetvolk en leden van de oproerpolitie Berkoet.

De volgende ochtend vroeg liep een nieuwe poging om de Krim te betreden wederom stuk op de zwarte bivakmutsen van de Berkoet, die mijn medepassagiers beroofden van hun kogelvrije vesten en helmen. Ze beten ons toe dat we nu alweer probeerden „de Krim binnen te dringen”. Een derde keer zou voor ons niet goed aflopen. De kozakken waren vervangen door mannen met machinegeweren en er werd druk gegraven aan schuttersputten.

De mensen in de trein zijn blij met de Russen. Bij Perekop zijn inmiddels speciale troepeneenheden uit Sevastopol gearriveerd om de grens te bewaken, zegt de Oekraïense huisvrouw Larisa uit de badplaats Aloesjta goedkeurend. In Oost-Oekraïne, zegt ze boos, zijn de mensen beschaafder en rustiger dan die ‘fascisten’ uit het Westen. „De Krim-Tataren zijn zelfs bereid om de wapens op te nemen tegen ons en Rusland en hebben inmiddels Turkije om hulp gevraagd”. De Krim-Tataren, 15 procent van de bevolking, woonden hier al lang voor de Russen, maar werden in 1944 door Stalin gedeporteerd naar Centraal-Azië. Pas na de perestrojka mochten zij terugkeren naar huis.

De Oekraïense Tatjana uit Odessa is gematigder. Ze gaat op bezoek bij haar ouders in Feodosia, die de hele dag voor de televisie zitten, bang dat er oorlog komt. Tatjana vraagt zich af wie er bij de protesten in Kiev met schieten is begonnen. „Hier ligt een duister scenario aan ten grondslag en niemand weet meer wie aan de knoppen zit.”

De verdreven President Janoekovitsj heeft voor haar totaal afgedaan. „We zijn zo lang belazerd, het hele land is leeggeroofd.” Dat de oppositie de oplichter heeft weggejaagd, wordt de demonstranten in Kiev toch ook niet in dank afgenomen. „Premier Jatsenjoek is een stomme idioot”, zegt Larisa giftig. „Hoe kun je mensen oproepen de wapens op te nemen?”

De Russische zeeman Anatoli, die al 30 jaar op containerschepen vaart, heeft zijn gezin 9 maanden niet gezien en grapt dat hij „thuiskomt in een ander land”. Ook hij heeft geen goed woord over voor de West-Oekraïners. Mijn oma in Poltava, zegt Anatoli, zit te huilen omdat de fascist Bandera in ere wordt hersteld. „Zij herinnert zich hoe vreselijk zijn bendes zich hebben gedragen in de oorlog.”

Hij weet dat de Krim-Tataren terecht zijn gedeporteerd. „Ze hielpen de Duitsers via hun geitenpaadjes het land binnen te dringen”. Volgens Larisa broeit op de Krim een stil multicultureel conflict. „De Tataren krijgen gratis grond en allerlei voordeeltjes en ze concurreren onze marktkooplui weg. Ze zijn te lui om te werken en leven slechts van hun handeltjes.”

Larisa is vierkant vóór afscheiding van de Krim. „Wij zijn beter af met Rusland dan met Jatsenjoek.” Driekwart van de industrie zit in Oost-Oekraïne, maar van het westen van het land gaat niks dan agressie uit. „Wij hebben met die lui niks gemeen. Als ze in Kiev regeringsgebouwen bezetten zijn het helden, maar als wij het parlement van de Krim innemen zijn we direct separatisten.” Ze heeft geen probleem met het uiteenvallen van Oekraïne. Kiev kan ze missen als kiespijn. „Zolang we Charkov en Donetsk maar houden.”

Een aanpalende coupé met vier 18-jarige jongens denkt er al precies hetzelfde over. Wat er in Kiev is gebeurd is een „potsierlijk toneelstuk, totale wetteloosheid”. „Iedereen wil een stuk van de Oekraïense koek afsnoepen”. Uitstekend dat Poetin heeft ingegrepen, laat hij van de Krim zo iets prachtigs maken als van Sotsji, dan zal het toerisme pas tot bloei komen. Oorlog wordt het niet, „maar als ze hierheen komen, slaan we erop los”.

Maar de jonge moeder Jelena is zwijgzaam. Haar man zit bij de Oekraïense luchtmacht op de basis in Nikolajevsk, vlakbij de Krim. Een Russische neef dient bij de Russische troepen die nu oefenen bij de Oekraïense grens. Ze is doodsbang dat de beide legers tegenover elkaar komen te staan. „Ik wil er niet aan denken dat er oorlog komt. Dat broer op broer gaat schieten.”