Regen, modder en keitjes; zo hoort het

Lars Boom en Niki Terpstra lagen op koers voor de zege in de Omloop Het Nieuwsblad // Maar de Brit Ian Stannard won // Opnieuw heeft de Vlaamse openingsklassieker een verrassende winnaar

Een belangrijke koers is de Omloop Het Nieuwsblad eigenlijk niet; de traditionele openingsklassieker van het wielerseizoen telt niet eens mee voor de World Tour, de hoogste divisie van het profwielrennen. De koers is ook veel minder zwaar dan bijvoorbeeld de Ronde van Vlaanderen; pas in de laatste zeventig kilometer wordt er echt gekoerst. En toch wil iedereen de Omloop winnen. Omdat het de eerste koers in Vlaanderen is. Omdat het pas op het Sint-Pietersplein in Gent aanvoelt alsof er weer gereden wordt, niet in ver weg gelegen zandbakken in Qatar. Koers, dat is slagregens in het gezicht en een bemodderde bilnaad.

Even leek de Omloop zaterdag een Nederlandse winnaar te krijgen, bij Sint-Denijs-Boekel, het Oost-Vlaamse dorp waarnaast de Molenberg ligt. Lars Boom (Belkin) en Niki Terpstra (Omega Pharma-Quickstep) kwamen na die beklimming, op 36 kilometer van het einde, samen voorop te rijden. Maar zes kilometer later was de Hollandse hegemonie alweer voorbij. Eerst doordat de Noor Edvald Boasson Hagen (Sky) aansloot, later doordat Boom lek reed. Natuurlijk voelde dat voor zijn ploeg als het moment waarop de overwinning definitief werd verspeeld, aan een Brit nog wel, Sky-renner Ian Stannard. Maar het was toch al de vraag of het sterke driemanschap voorop zou zijn gebleven. Terpstra weigerde immers om door te rijden, volgens Boom omdat hij „geen zin had om met twee rappe mannen naar de streep te rijden”.

Boom en Terpstra hebben als renners wel wat van elkaar weg. Beiden zijn hardrijders pur sang, renners die ook onder zware omstandigheden de pedalen rond kunnen laten draaien. En beiden hebben een doorgroefd gelaat als ze, zoals zaterdag, grote inspanningen leveren.

Een week of twee geleden won Terpstra de Ronde van Qatar, een woestijnkoers over brede lanen. Fotopersbureaus stuurden mooie plaatjes door van kamelen die pardoes overstaken voor het aanstormende peloton. Het contrast met de Omloop was zoals het moet zijn. In Oost-Vlaanderen brak de Noor Thor Hushovd (BMC) zijn elleboog nadat hij onderuit was gegaan op de gladde kinderkopjes. Alsof een stel mijnwerkers de fiets heeft beklommen, zo zwart zijn de vegen en de verbetenheid op de gezichten. Van alle renners in de Omloop kan Boom het mooist lijden. Zijn vegen zijn nog net wat zwarter, zijn gelaatstrekken verbetener. Als hij na zijn lekke band merkt dat hij meteen door de achtervolgende groep wordt bijgehaald, vloekt hij hartgrondig en slaat hij op zijn stuur. Lars Boom kijkt bozer dan ooit tevoren.

Eindelijk leek Boom zaterdag op koers te liggen om zijn grote belofte als klassiekerrenner in te lossen. Waar hij in het veldrijden ongenaakbaar was, met een wereldtitel in 2008 tot gevolg, prijken op zijn palmares in het wegwielrennen slechts magere overwinningen. Een enkel proloogje, een kleinere ronde hier en daar en als hoogtepunt een rit in de Ronde van Spanje. Ook alweer vijf jaar geleden.

Wanneer gaat Boom nou eens Parijs-Roubaix winnen? Of de Ronde van Vlaanderen? Alles heeft hij in huis: het talent, de benen, het doorzettingsvermogen. Maar het komt er telkens net niet uit. Pech? Of niet goed genoeg? In de Omloop was het lot hem niet gunstig gezind. Met de vorm zit het wel goed. Misschien moet Boom één keer de drempel over van een grote klassiekeroverwinning. Winnen doet winnen.

In Vlaanderen werd Boom ook wel genoemd als een van de favorieten. Maar eigenlijk was er slechts één kandidaat-winnaar, ook volgens de organiserende krant Het Nieuwsblad: Tom Boonen. Opvallend genoeg was de viervoudig winnaar van Parijs-Roubaix nog nooit de sterkste in de Omloop, waar toch vaak een Belg wint. Maar Boonen gaf zaterdag niet thuis – geveld door een hongerklop.

Goed, Boonen dus niet. Greg Van Avermaet dan? De BMC-renner schuurt al jaren tegen de top van de klassiekerrenners aan en presenteerde zich vooraf als een van Boonens belangrijkste uitdagers. Zelf won Van Avermaet één keer een belangrijke eendagskoers: Parijs-Tours in 2011. In de Omloop zat alles mee voor Van Avermaet. Precies toen Terpstra en Boasson Hagen werden teruggepakt, ging hij op avontuur met Stannard, in de laatste Tour een trouwe knecht van eindwinnaar Christopher Froome. Dat kon niet misgaan voor Van Avermaet. Stannard heeft weliswaar staalkabels door zijn bovenbenen lopen in plaats van spieren, maar hij sprint toch als een strijkplank? Niet dus. Op pure macht ging Stannard de sprint aan. De Belg kwam er nooit meer voorbij.

De Omloop heeft een „rare aankomst”, zei ploegleider Nico Verhoeven van Belkin na afloop. Hij speculeerde over wat er was gebeurd als Boom geen lekke band had gekregen. „Ik weet niet of Boom had gewonnen in een groepje met Boasson Hagen en Terpstra. Maar je ziet hier wel vaker iemand winnen die je niet zou verwachten. Twee jaar geleden was Vanmarcke ineens een betere sprinter dan Boonen. En niemand had toch gerekend op een overwinning van Stannard? Ik in elk geval niet.”