Opinie

    • Margriet Oostveen

Prinsessen

In Westerbeek hebben ze dit jaar geen prins carnaval maar twee lesbische prinsessen. Ze heten Evelien Selten en Bea van Erp. Evelien heeft lang haar, een bril en een hoge stem. Bea heeft kort haar, geen bril en een lage stem. Ze zijn al negen jaar samen. Als je in het dorp vraagt hoe het zo kwam, dan zegt iedereen: „Ik weet niet. Dat is gewoon zo.”

Emancipatie-technisch mag je twee lesbische prinsessen misschien ook niet opmerkelijk vinden. Maar Westerbeek is geen Amsterdam, waar Gay Prides de laatste westerse homo nu wel zo’n beetje uit de kast getetterd hebben. Westerbeek is een piepklein dorp van 600 inwoners in de Peel, vlak boven Limburg, in het meest zuidoostelijke hoekje van Brabant. In Westerbeek staken de boeren vroeger turf. Daarom noemen ze zich met carnaval ‘de Tusstèkers’ (en Tusstèkerinnekes).

De optocht begon om 10.00 uur. Meer dan de helft bestond uit de 32 wagens van de oudere jeugd, ook uit omliggende dorpen: carnaval in deze streek behelst een marathon van optochten. Terwijl de kleinste kinderen gehoorbeschermers droegen, liepen zestienjarigen koppig bier te drinken achter hun wagens, soms uit champagneflessen om de zaak nog wat kracht bij te zetten. Op een tot schip omgebouwde kar stond: ‘Met deze alcohol-loze boot is onze hele carnaval verkloot’ – het thema was duidelijk. Achteraan kwamen de prinsessen, dansend in een enorm boerenhoofd van papier-maché. Er waren maar een paar lach-of-ik-schiet-grappen met het woord ‘pot’. Een man in lange roze jurk en mutsje droeg een bordje met ‘kapotje’. Verder was alles zoals altijd.

In het dorpshuis vertelde Thijs van Kempen, de eerste democratisch gekozen prins carnaval van Westerbeek, over het ‘gent rijden’ van vroeger: op de laatste dinsdag van carnaval kon je in het dorp op een paard onder een opgehangen dode gans doorrijden. Wie het lukte zijn kop eraf te trekken, was het jaar daarna de prins. „Maar ik had geen paard”, zei Thijs, die nu een boevenpak droeg. Pas toen er een echte carnavalsvereniging werd opgericht, gingen ze een prins kiezen. En Thijs, in het dagelijks leven uitvoerder in de wegenbouw, was populair door zijn grappen op ‘pronkavond’, voorafgaand aan carnaval.

We zaten aan lange tafels. De mindervaliden op hun scootmobielen verlieten de zaal met een krat Bavaria achterop, zodat de dansmarietjes de macarena konden dansen. De prinsessen schoven ook aan, naast de stralende moeder van prinses Evelien. („Ons mam was vroeger met ons pap ook prinses en prins”, glunderde Evelien.) Mark van Lankveld (27), uit het bestuur van de carnavalsvereniging, bleek ook al homo. Hij woont in de oude pastorie van het dorp, meldde hij grijnzend: „die heb ik persoonlijk van het bisdom gekocht”.

Evelien en Bea kwamen eerder uit de kast dan hij, dat herinnerde Mark zich nog goed. „Over zoiets wordt hier dan even gepraat. En daarna is het gewoon zo.” Iemand had geopperd om van de traditionele boerenbruiloft op carnavalsdinsdag dan ook maar meteen een homohuwelijk te maken, maar dat vond Mark „te veel van het goede”. In Westerbeek veranderen de dingen vanzelf.

    • Margriet Oostveen