Ook met 80 km kom je vooruit

Minister Schultz (Infrastructuur en Milieu, VVD) kan worden nagegeven dat ze consequent is in haar verkeersbeleid. Sneller waar het kan, langzamer waar het moet, is haar motto. Let ook op de volgorde. De automobilist moet zo hard kunnen rijden als mogelijk en remt pas als het moet, vrij vertaald. In het verkeer is dat al een mentaliteit die je liever niet in bestuurders tegenkomt. In de politiek leidt het tot verkeersbeleid op het scherp van de snede, waar de rechter vorig jaar korte metten mee maakte. Een verhoging van de snelheid op de ringwegen rond Rotterdam en Amsterdam van 80 naar 100 werd afgekeurd. De minister bleek alle marges in milieunormen te hebben geïncasseerd voor een marginale verbetering in de doorstroming bij een dicht bebouwde plek.

Het kabinet probeerde consequent de normen voor maximale milieubelasting zo dicht mogelijk te benaderen. De ruimte voor omwonenden om net iets schonere lucht in te mogen ademen, werd weggestreept tegen de wens van de mobiele medemens om zo snel mogelijk te kunnen rijden. Politiek is het inderdaad een keuze. Alleen een opvallende, want eenzijdig en bestuurlijk ondoordacht.

Dat blijkt ook wel uit de brief die Schultz vorige week aan de Tweede Kamer stuurde. Zij gaat in hoger beroep tegen de onwelkome correctie van de rechter, belooft de maximumsnelheid weer te verhogen zodra het (wederom) maar enigszins mogelijk is en verlaagt deze nu noodgedwongen op twee locaties naar 80 kilometer per uur. Dat doet zij naar eigen zeggen uit voorzorg – om de omwonenden te beschermen die daar in aaneengesloten flats en rijtjeshuizen pal aan de snelweg wonen. Politiek is dat een nederlaag voor een autopartij als de VVD. Of ‘voorzorg’ hier gemeend is, kan betwijfeld worden.

Inhoudelijk is het een laat, maar welkom inzicht, dat Schultz overigens bereid is meteen weer te laten varen als de mogelijkheid zich voordoet. In het Europese milieurecht is het voorzorgsbeginsel echter algemeen aanvaard. Dat zou ieder kabinet tot voorzichtigheid moeten nopen. Als er sterke aanwijzingen zijn dat het verhogen van bijvoorbeeld de maximumsnelheid ernstige gevolgen heeft voor het milieu, dan moet de overheid maatregelen treffen. Ook als er wetenschappelijk nog onzekerheid is. ‘Sneller waar het kan, langzamer waar het moet’ is daarvan precies het omgekeerde. Dat is roekeloosheid als uitgangspunt: de kruik net zolang te water laten gaan tot ze barst. Toch doet de minister dat.

De omwonenden kunnen zich dus schrap zetten. Zodra Schultz een gaatje ziet, verhoogt zij straks de snelheid en vergroot zo de gezondheidsrisico’s. Langzamer waar het kan, sneller waar het moet, was beter geweest. Zeker op snelwegen in bebouwde gebieden.