Laat het elke dag carnaval zijn

Morgen eindigt carnaval en begint de vastentijd. Zonde dat deze belangrijke tradities niet het hele jaar duren, betoogt Rikko Voorberg.

Bezoekers van de carnavalsoptocht in Wijchen. Foto Flip Fransen

Terwijl een deel van mijn vrienden zich deze dagen afvraagt hoe ze dit jaar eens veertig dagen zullen gaan vasten, gaan mijn meer zuidelijk georiënteerde vrienden helemaal los met carnaval. Het vasten is weer helemaal hip in randkerkelijke religieuze kringen, omdat het rijmt met een behoefte aan bewust, verantwoord en mindful leven. Maar ook het carnaval groeit, zelfs boven de rivieren vinden hier en daar dit soort feesten plaats. Wat hebben beide met elkaar gemeen?

Meer dan op het eerste gezicht lijkt. Of het nu om gaat gedurende een bepaalde periode helemaal los te gaan of jezelf juist van alles te onthouden: het zijn verschillende kanten van dezelfde medaille. Beide zijnuitlaatkleppen die alleen maar bestaan om na deze periode weer de status quo te bevestigen. Intensief feesten en vasten kan in onze gematigde samenleving immers geen dagelijkse kost zijn. Maar de onderbuik vraagt er wel om. Daarom hebben we er een speciale periode voor bedacht. Daarna gaan we over tot de orde van de dag. Na het feesten en vasten kan het normale leven weer beginnen.

En ik vind dat zonde. De behoefte machtsstructuren op hun kop te zetten en de behoefte jezelf af en toe iets te ontzeggen horen wat mij betreft niet thuis in het reservaat van de vast- en feestperiode, maar in het dagelijkse leven.

Maskerade als bevestiging van macht

Aan het begin van carnaval krijgt in diverse tradities de ‘prins’ de sleutel van de stad overgedragen. De burgemeester legt even symbolisch alle macht in handen van het gespuis, van de onderbuik van de samenleving, in de verzekering dat hij na drie dagen feest weer in alle rust kan regeren. Dat is wellicht de belangrijkste betekenis van dit feest. Zowel met de geestelijke macht als de staatsmacht werd in het carnaval en haar voorlopers de spot gedreven. In sommige tradities werd er jaarlijks een anti-mis opgedragen, waarbij het verzamelde volk na elke zin van de ‘misdienaar’ een luide gezamenlijke boer liet. Het was een uitlaatklep voor de strenge kerkregels, die na deze ontluchting weer strak aangetrokken konden worden. Zo bezien zijn de maskerade en het spel een bevestiging van de macht en een onwelvoeglijk verklaren van het onderbuikgevoel.

Carnaval is een realistisch, maar badinerend feest. Realistisch omdat het de beperktheid van het leven volgens strenge normen erkent. Badinerend omdat dankzij het feest de onrust en onlust onder het volk niet meer serieus genomen hoeven te worden, maar een geïsoleerde plek vinden buiten de samenleving. Even zijn alle rollen doorbroken, kan een geestelijke zelf meedoen in het ordinaire volksgedoe, want gemaskerd kan alles. Even is de hele wereld één, en iedereen elkaars vriend. Een loffelijk streven dat natuurlijk niet reëel is. Als de maskers af gaan, is het kastesysteem in ere hersteld, zijn de oude vetes weer zoals ze waren en is de wereld weer keurig verdeeld in vrienden en vijanden.

Even vroom en matig doen

Waarom vasten mijn vrienden? Omdat ze ontevreden zijn. Omdat ze niet geloven in wat ze doen. Omdat ze ergens in hun onderbuik het anders willen. Als de een klust aan zijn carnavalsoutfit, plaatst de ander op Facebook waar hij zich dit jaar eens van zal onthouden. Wordt het afzien van Facebook, van alcohol, van tv, van niet-biologisch eten? Of wordt het nog spiritueler door je veertig dagen over te geven aan meditatie, yoga, esoterische lectuur of nog wat anders? In de reacties regent het voorstellen. En terwijl in het Zuiden de eerste tonen van het dweilorkest klinken, kies ik er voor om dit jaar maar eens ’s avonds niet meer online te gaan voor mijn werk. Wel zo rustig. Toch knaagt er iets.

Ik wil niet achter een religieus masker een periode vroom en matig doen, om na veertig dagen vasten weer ‘gewoon’ een mens te zijn die zijn plicht heeft voldaan en zich daar eigenlijk heel lekker en schoon bij voelt. En ook niet achter een carnavalsmasker voor eventjes iedereen omhelzen en allemansvriend zijn, om daarna weer gewoon te doen. Zo’n feest waarbij we even niet chagrijnig hoeven zijn, waarbij we voor een paar dagen het juk van de baas afwerpen om ons dan weer een heel jaar in het gareel te voegen.

Moeten we dan helemaal niet vasten en feesten? Nee, maar als zo’n periode geen herinnering is om de rest van het jaar even bewust, menslievend of maatschappijkritisch te leven, heeft het geen zin. Rituelen zijn belangrijk, maar zo gauw ze fungeren als uitlaatklep om de status quo te bevestigen, missen ze hun doel. Laten we gewoon met kleine stappen beginnen om te beseffen wat we eigenlijk willen als we de vrijheid hadden om even niet zo verrekt redelijk en realistisch te zijn. Als je met carnaval maatschappelijke verhoudingen kunt omkeren, waarom dan in het echte leven niet? Ik wil ook in het gewone leven de spot leren drijven met de baas z’n bazigheid en mijn eigen slaafsheid. Als we in de vastentijd ons van alles kunnen ontzeggen, dan ook daarvoor en daarna. Zowel carnavalsvierders als vastende vrijwilligers hebben een verlangen dat veel te belangrijk is om te laten ontsnappen in een jaarlijkse uitlaatklep.

    • Rikko Voorberg