Gemeentes kunnen beter zelf hun verkiezingen uitschrijven

De democratie moet terug op gemeenteniveau. Breek de macht van de landelijke partijen, schrijven Thierry Baudet en Jan Dirk Pruim.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

De gemeentelijke verkiezingen gaan helemaal niet over de gemeente. Ze zijn een landelijke populariteitspoll; een oefenwedstrijd voor de (ook nog eens grotendeels uit de rijksbegroting betaalde) campagnemachines van de landelijk partijen. Bovendien bepaalt de landelijke partijtop wie in de belangrijke grote steden de lijsten aanvoert en welk beleid er wordt verdedigd. En met modelverkiezingsprogramma’s wordt de landelijke eenheid bewaakt. Om dan nog van gemeentelijke democratie te spreken is een farce. Geen enkel lokaal succes of falen zal worden beloond of afgestraft. Het gaat om Samsom versus Rutte, Roemer versus Buma.

Heel het verhaal van ‘gemeentelijke verkiezingen’ wordt zo tot een leugen gemaakt. Een leugen die exemplarisch is voor de halfslachtigheid waarmee wij in Nederland omgaan met de lokale politiek. Stuitend voorbeeld daarvan: op 1 januari 2015 „wordt ons land in een bestuurlijke reageerbuis gegooid”, aldus emeritus hoogleraar Frank Ankersmit in een bijdrage vrijdag in NRC Handelsblad. De uitvoering van de wet Werk en Inkomen, van de AWBZ, van de Jeugdzorg (zoals de Wajongregeling) en de Ouderenzorg wordt overgeheveld van de rijksoverheid naar de gemeentes. Van de ene op de andere dag kantelt het bestuurlijk zwaartepunt van Den Haag naar de gemeenten, schrijft Ankersmit.

J.L. Heldring meende al dat Nederland niet bepaald een politiek denkende natie is. Het valt terug te voeren op het feit dat er in Nederland, zowel financieel als politiek, nauwelijks lokale politiek bestaat. De gemeentelijke politiek is de belangrijkste bestuurslaag in een democratie. In de gemeente, waar de politiek dicht bij de burger staat, komt de democratische geest tot ontwikkeling die van onderop de democratische samenleving schraagt.

Die democratische geest wordt in Nederland door landelijke bestuurders in de kiem gesmoord. Gevolg is dat de burger nog meer met de rug naar de instituties van democratie en rechtsstaat gaat staan. De gemeentelijke ‘decentralisatie’ is niets minder dan een schoffering van de burger, omdat hem alle uiteindelijke beslissingsmacht wordt onthouden.

Om de democratie terug te brengen op het gemeentelijk niveau moet de machtspositie van landelijke partijen over de gemeentelijke democratie worden gebroken. Dat zou kunnen door een ingewikkelde grondwetswijziging die er toch nooit zal komen. Denk maar eens aan de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester. Dat is zo bedreigend voor de huidige partijelites, dat ze altijd wel weer een argument zullen vinden om invoering ervan te dwarsbomen. In maart 2005 dwarsboomde één senator – Ed van Thijn (PvdA) – het wetsvoorstel van Thom de Graaff (D66) in de Eerste Kamer omdat de invoering van de gekozen burgemeester ‘te snel’ zou gaan.

Dus moet de oplossing elders gezocht worden. Gelukkig zijn er talloze alternatieven die geen grondwetswijziging vereisen, maar wel het stelsel ingrijpend zouden democratiseren. Bijvoorbeeld: laat de gemeentes zelf hun verkiezingen uitschrijven. Door de gemeenteverkiezingen afzonderlijk per gemeente te organiseren, vallen de gemeentelijke verkiezingen niet meer in heel Nederland op dezelfde dag maar worden het hele jaar door altijd wel ergens in een gemeente verkiezingen gehouden. Dit maakt het onmogelijk voor de landelijke politici om zich daar nog mee bezig te houden, en daardoor krijg je dus eindelijk weer gemeentelijke politiek. Hierdoor wordt het ook mogelijk dat colleges van B&W ‘vallen’ omdat gemeentes nu zelf hun verkiezingen uit kunnen schrijven. Burgers kunnen veel gemakkelijker direct hun stem laten horen en actief participeren, en ook vanuit hun gemeentelijke machtsbasis onafhankelijk deelnemen aan het landelijke publieke debat. En passant wordt een veelgehoorde wens om een college een maximale zittingsduur van zes jaar te geven ook minder bedreigend.

Een andere optie is dat het aantal uitgebrachte stemmen direct bepaalt of je in de gemeenteraad komt – en niet langer je plek op de kieslijst. Door het aantal voorkeurstemmen dwingend te maken voor de lijstpositie, kunnen de hoog op de lijst geplaatste favorieten van de partijtop worden ‘weggespeeld’ door populairdere luizen in de pels. Nieuwe gezichten kunnen op eigen kracht boven komen drijven. Raadsleden verwerven hun eigen electorale machtsbasis en zullen aan dat electoraat ook verantwoording voor hun stemgedrag moeten gaan afleggen.

Ook is het eenvoudig mogelijk dat lokale afdelingen en gemeentelijke bewegingen besluiten om niet meer onder de banier van de landelijke partijen mee te doen aan de verkiezingen. PvdA Almere wordt dan: Almere Sociaal, de PVV wordt Stad van de Vrijheid, enzovoorts.

Zo krijgt de gemeentepolitiek een eigen gezicht. Visie en vernieuwing over de gemeente komt niet uit Den Haag; het is aan de lokaal gekozenen met hun kiezers om verandering te brengen. De aanstaande verkiezingen zijn zo geen feest van de lokale democratie, maar eerder haar rouwstoet.

    • Thierry Baudet
    • Jan Dirk Pruim