Geen stemrecht, wel kandidaat

Kandidaten voor de gemeenteraad vinden is lastig. Maar soms melden ze zich spontaan. En zijn ze piepjong.

Alex Panhuizen (17, met das) enDavid van den Hout (16), kandidaat-raadsleden voor de VVD. Foto’s Merlin Daleman

Tijdens de Nacht van Wiegel konden ze net praten, tijdens de Fortuynrevolte zaten ze in groep drie.

Nu zijn ze kandidaat-gemeenteraadsleden. Alex Panhuizen (17) en David van den Hout (16): de gedroomde kandidaten van elke lokale afdeling. Het werven van raadsleden is notoir lastig: mensen schrikken terug van de karige vergoeding voor twintig extra werkuren per week. Dus als twee minderjarigen zich vrijwillig melden, gretig en kneedbaar als klei, dan hapt elke partij toe.

De VVD, in dit geval. Alex Panhuizen staat in Tilburg zestiende op de lijst, zijn klasgenoot (4 havo) David staat in Hilvarenbeek op plek vijf. Dat is waarschijnlijk niet hoog genoeg om te worden verkozen: de VVD in Tilburg bezet nu zeven zetels, die in Hilvarenbeek twee. Bovendien moeten de jongens eerst 18 worden en moet er een vacature ontstaan, voordat ze mogen toetreden. Maar als kandidaat-raadslid kunnen zij wél alvast ervaring opdoen, redeneren de beide VVD-afdelingen: met burgers in gesprek tijdens de verkiezingscampagne, en, straks, deelnemen aan fractievergaderingen. „Hoe meer ervaring nu, hoe kleiner de kans dat ze later als raadslid afhaken”, zegt Roland Krijger (30), VVD-lijsttrekker in Hilvarenbeek.

Dat maakt Alex Panhuizen en David van den Hout dus aantrekkelijk. Maar wat maakt eigenlijk dat zijzelf de lokale politiek aantrekkelijk vinden, tegen alle statistieken en verontrustende raadsenquêtes in?

David: „Ik ben voorzitter van de leerlingenraad van mijn school, Mill Hill College in Goirle. Een school met 1.500 leerlingen. Alex was de vorige voorzitter. We hebben samen ook een paar ledenvergaderingen van het LAKS bezocht (Landelijk Aktie Komitee Scholieren). Door die leerlingenraad, en door LAKS, zie ik hoe leuk het is om invloed uit te oefenen. Dat wil ik in de gemeenteraad ook.”

Heb je een speerpunt, mocht je raadslid worden?

David: „Er is veel gedoe over het zwembadcomplex van Hilvarenbeek. Dat complex bestaat al bijna vijftig jaar. Gemeenten om ons heen hebben hun zwembaden wel vernieuwd, Oirschot, Tilburg. Inwoners trekken dus weg, gaan daar zwemmen. Ik wil die mensen in Hilvarenbeek houden.”

Alex: „Ik heb er een enorme hekel aan als goede initiatieven worden gedwarsboomd door allerlei stomme regels. Vandaar ook mijn voorkeur voor de VVD. Ondernemers in Tilburg hebben aangeboden tijdens de zomer horecatenten op te zetten in het park. Een vetpot voor onze gemeente. Maar dan heb je van die linkse figuren die allemaal negatieve kanttekeningen plaatsen. Daar wil ik tegenin gaan.”

De helft van de raadsleden heeft moeite met het combineren van raadswerk met andere verplichtingen. Hoe gaan jullie je tijd managen?

David: „Het wordt wel druk ja. Basketbal moet op een laag pitje. Ik train nu nog drie keer in de week.”

Alex: „Ik heb een handige tactiek: alle nevenfuncties laten vallen. Ik ben lid van de medezeggenschapsraad van onderwijsorganisatie OMO, vicevoorzitter van de medezeggenschapsraad van mijn school, en zit in de kascommissie van het LAKS.”

Gemeenten krijgen er grote taken bij. Jeugdzorg, langdurige zorg. Die worden deels belegd in regionale samenwerkingsverbanden. Raadsleden klagen over een gebrek aan invloed.

David: „Als je níét in de raad gaat, heb je helemaal geen invloed.”

Alex: „Je moet als raadslid gewoon goed netwerken. Passend onderwijs gaat volledig naar gemeenten, er is nu al een gemeenschappelijke regeling voor. Ik ken veel mensen daar. Als ik met hen praat en mijn punten voorleg, heb ik er zeker invloed op. Zo doe ik het ook op partijdagen. Den Haag staat ook op een afstand, maar ik loop gewoon naar de interruptiemicrofoon en ga hard tegen de Haagse bestuurders in.”

Wat zei je de laatste keer, toen je naar zo’n microfoon liep?

Alex: „Dat was bij een VVD-barbecue in Tilburg, afgelopen zomer. Vier VVD-Kamerleden kwamen vertellen dat het goed was om zes miljard extra te bezuinigen. Ik was het daar totaal niet mee eens. Dus ik zei in die microfoon: ‘Ben je nu helemaal krankjorum? Om in de laagconjunctuur met zo’n hoge werkloosheid onze economie wéér op z’n donder te geven.’ ”

Hoe bevalt het, spreken in het openbaar?

David: „Ik vind dat best lastig, voor een groot publiek. Laatst moest ik me op de lokale radio voorstellen, vertellen waarom ik bij de VVD zat. Het ging wel redelijk, maar ik vergat een paar dingen. De volgende keer moet ik misschien wat steekwoorden opschrijven.”

Alex: „Ik vind spreken geweldig. Bij bijeenkomsten van de JOVD en VVD heb ik altijd de mentaliteit gehad: als ik nú niet naar die microfoon loop, ga ik er spijt van krijgen. Zenuwachtig ben ik niet meer. Dat heb ik afgeleerd. De laatste keer dat ik écht zenuwachtig was, was op een ledendag van de VVD, in de Tweede Kamer. Vijfhonderd leden, alle VVD-Kamerleden, Rutte daar, Zijlstra daar. Of er nog vragen waren, vroeg de voorzitter. Ik aarzelde even, maar ben gewoon naar voren gelopen en met trilhandjes aan de microfoon heb ik toch een mooie speech kunnen geven. Ik kreeg applaus. Het is gewoon doen-doen-doen. En als raadslid moet je wel.”

    • Ingmar Vriesema