De filosofie van Ajax mag best even opzij

Vernederd in Europa, lange ballen en minder balbezit. Het kwartet kampioenschappen is binnen bereik na een wezensvreemde week voor Ajax-coach Frank de Boer.

Het is weer maart. Ajax is uit Europa en bijna kampioen. Concurrenten falen, zelf is de club veertien wedstrijden ongeslagen waarvan twaalf gewonnen. Niets nieuws uit het westen, ware het niet dat trainer Frank de Boer een wezensvreemde week beleefde. De eclatante uitschakeling in de Europa League door Red Bull Salzburg dreunde hard door in de voorbereiding op de Klassieker.

De Boer vermoedde bij Feyenoord een op Salzburg geïnspireerd strijdplan, of tenminste spelers die schuimbekkend vanuit de spelerstunnel het veld over zouden vliegen – Graziano Pellè voorop. Zolang Feyenoord dat zou doen, moest Ajax „lange ballen” spelen, zo verklaarde De Boer de tactiek in het eerste kwartier. Het mantra ‘onder de druk uit voetballen’ is na Salzburg even in onbruik geraakt. De aftandse beginfase was kennelijk geregisseerd, maar het had met de huisstijl weinig te maken. „Soms zijn er wedstrijden dat het niet anders kan”, excuseerde De Boer zich haast.

Sinds de tijden van zijn voorganger Martin Jol, de coach die met speculatief voetbal de toorn van Johan Cruijff wekte en onbedoeld een revolutie ontketende, had Ajax niet zo weinig balbezit als gisteren: 46,6 procent. Een gotspe voor een ploeg die prat gaat op het rondtikken van de bal en daarin vaak tussen de zestig tot zeventig procent scoort.

Het leek een illustratie van De Boers bereidheid om na Salzburg zijn ‘filosofie’ geweld aan te doen. Hij bleef herhalen dat niet iedere ploeg ineens „even zoals Salzburg kan gaan spelen” als Ajax langskomt. Maar De Boer is minder overtuigd van zijn ploeg als hij doet voorkomen. Hij is in het tijdsbestek van tien dagen een pragmatische tacticus geworden: combinerend als het kan, met een zakelijke aanpak als het moet.

Aanvoerder Siem de Jong zei gisteren dat er tegen Feyenoord in de rust afgesproken was om – bij een ongewijzigde gelijke stand – vanaf twintig minuten voor tijd over te gaan op behoud van een punt. Ajax, gehard door de lessen in Europa, was bereid tot consolideren, maar door het toevallige doelpunt van Joël Veltman bleef dit scenario uit.

En nu dan, met acht wedstrijden te gaan, is de voorsprong acht punten op Twente en Vitesse. Beide clubs mogen in hun resterende duel tegen de titelfavoriet doen wat ze willen en dan nog is er weinig aan de hand. Op weg naar de status als eerste coach in de eredivisie met vier titels op rij heeft De Boer met Ajax opnieuw de meest gelijkmatige ploeg in de eredivisie. Het beste (Barcelona thuis) en het slechtste (Red Bull Salzburg) bewaart de ploeg ondertussen voor Europa.

Man van de wedstrijd was Ricardo Kishna. Een rasaanvaller die begin dit jaar als speler van Jong Ajax allerminst in het gevlij kwam bij toeschouwer De Boer. „Hij denkt dat hij alles in zijn voetjes krijgt”, klaagde de coach nog over het gebrek aan wedstrijdinstelling, profmentaliteit, werkethiek. Het is de kramp van De Boer met elk grillig toptalent. Exceptioneel? Prima, maar dan wel normaal doen.

Kishna is er weer zo één, zeggen ze graag bij Ajax. Met een actie, pats, en weg is ie. Haagse bluf in Amsterdamse dienst. Die de vergelijking met zijn voorbeeld Robin van Persie vorige week, na zijn debuut met doelpunt tegen AZ, alvast niet uit de weg ging. Die moeilijk deed, of namens zichzelf moeilijk liet doen, bij de contractbespreking waarbij Ajax weer om tafel moest met Mino Raiola – de zaakwaarnemer die met Jol en al de Arena uit gewerkt werd.

De Boer moest slikken toen Kishna bij de 1-0 van Feyenoord zijn mannetje liet lopen omdat hij speculeerde op de aanval. Maar hij zette ook vlak voor rust met een lichaamsbeweging dezelfde Bruno Martins Indi op het verkeerde been en vond vanaf de achterlijn Ajax-invaller Kolbeinn Sigthórsson: 1-1. Die dreun kwam Feyenoord niet te boven.

Als de Klassieker van gistermiddag de wedstrijd blijkt te zijn waarin De Boer zijn vierde titel op rij veilig heeft gesteld, deed hij dat op een voor hem atypische wijze: met sluwheid, met realisme en met een dwarsdenkende aanvaller bovendien.

De titel van de Ajax-filosofie, heette de eerste van De Boer in 2011 te zijn. Het jaar daarop doopte aanvoerder Jan Vertonghen titel nummer twee tot die van het gelóóf in de filosofie – volharden tegen de klippen op in het slechtste seizoen onder De Boer. En vorig seizoen spinde de coach van tevredenheid na een jaar waarin hij veel van zijn oefenstof terugzag in het vertoonde spel, onder impuls van discipel Christian Eriksen.

Op driekwart van het huidige seizoen lijkt het kwartet kampioenschappen van De Boer al bijna compleet. Toch: sinds ‘Salzburg’ is Ajax een vooral een ploeg met een blootgelegde achilleshiel. De filosofie is niet onfeilbaar, maar dat was bekend. Op weg naar de titel van het pragmatisme.