Bezuinigen op verpleegkunde leidt tot meer doden

Opleiding en werkdruk van de verpleging hebben forse invloed op de sterfte in een ziekenhuis. In ziekenhuizen met vooral mbo-opgeleide verpleegkundigen overlijden meer patiënten na een operatie dan in ziekenhuizen met veel hbo-opgeleide verpleegkundigen. En met iedere patiënt extra die verpleegkundigen moeten verzorgen, stijgt de sterftekans met 7 procent.

Dat is de conclusie uit een groot onderzoek in 300 ziekenhuizen verspreid over negen Europese landen, waaronder Nederland. In een vorige week gepubliceerd artikel in The Lancet schrijft het onderzoeksconsortium dat deze kennis vooral belangrijk is bij dreigende bezuinigingen. „Besparen op de verpleging is makkelijk, door vermindering van het aantal verpleegkundigen, terwijl bezuiniging door ‘grotere efficiëntie’ moeilijk te realiseren is”, schrijven de onderzoekers. In Groot-Brittannië hebben twee overheidscommissies vorig jaar de gestegen ziekenhuissterfte deels toegeschreven aan bezuinigingen op de verpleging. Europees onderzoek naar de samenhang tussen verpleging en de ziekenhuisdood was er nauwelijks, schrijven de onderzoekers. Dit met EU-geld gesteunde project maakt daar een eind aan.

In het grote onderzoek zijn de gegevens van bijna 425.000 patiënten (50-plussers), en de opleiding en werkomstandigheden van ruim 26.500 verpleegkundigen gebruikt. Als in een ziekenhuis een verpleegkundige tijdens een dienst de zorg voor zes in plaats van acht patiënten heeft, en als 6 op de 10 in plaats van 3 op de 10 verpleegkundigen een hbo-opleiding heeft, dan is de sterfte bij operatiepatiënten in dat ziekenhuis 30 procent lager.

Nederlandse ziekenhuizen

Voor het onderzoek zijn ook gegevens van 22 Nederlandse ziekenhuizen gebruikt. Een verpleegkundige had in Nederland gemiddeld zeven patiënten onder zijn hoede. „De variatie was niet groot – van vijf tot acht,” zegt verpleegkundehoogleraar Theo van Achterberg aan de Katholieke Universiteit Leuven en het Nijmeegse Radboud MC. Hij is mede-auteur van het Lancet-artikel en leidde de Nederlandse gegevensverzameling en -bewerking. „Dat was in sommige landen anders. In Spanje had een verpleegkundige wel tien tot achttien patiënten onder zijn hoede.” Die Spaanse verpleegkundigen hadden allemaal een hbo-opleiding, net zoals de Noorse, die gemiddeld maar vijf patiënten verzorgden.

In de Nederlandse ziekenhuizen varieerde het percentage verpleegkundigen met een hbo-opleiding van 16 tot 68. Van Achterberg: „Het ligt sterk aan het beleid of een ziekenhuis hbo- of mbo-opgeleiden aanneemt. Ze doen vaak hetzelfde werk en verdienen dan hetzelfde. hbo’ers stromen wel vaker door naar hogere functies.”

Er zijn in Nederland geen richtlijnen, maar er is wel discussie over de vraag of er een vast percentage hbo’ers moet zijn.

De kwaliteit van de verpleging weegt niet mee in de 36 prestatie-indicatoren die ziekenhuizen jaarlijks moeten melden aan de inspectie, hoewel er dus een duidelijke invloed op de ziekenhuissterfte is.