‘Zat er een chagrijnige vrouw thuis met halfkoud eten’

John en Prisca Harinck zijn jong getrouwd en wonen in Amsterdam. Prisca kookt altijd. „Dan stuur ik hem een appje om te vragen hoe laat hij thuiskomt, en is het klaar als hij er is.” Heerlijk, vindt John.

‘Ik neem graag cadeaus mee’

John: „Ik heb wel moeten wennen aan het feit dat we getrouwd waren.”

Prisca: „We hebben er allebei wel aan moeten wennen.”

John: „Ik ging altijd door op mijn werk. Eind van de middag gaat iedereen weg, dus dat zijn de meest productieve uurtjes. Dat gaat niet meer als je getrouwd bent.”

Prisca: „Nou dat ging wel, maar dan zat er een chagrijnige vrouw thuis met halfkoud eten. Ik ging ervan uit dat hij dan wel doorhad dat ik zat te wachten op hem, maar dat was voor hem niet vanzelfsprekend.”

John: „We hebben geleerd dat je juist over al die kleine verwachtingen goed moet praten. Ik vind het bijvoorbeeld leuk om kleine cadeautjes mee te brengen, zoals een muffin. Maar daar reageert ze anders op dan ik verwacht.”

Prisca: „Ik geef daar minder om. Maar omdat ik zie hoe leuk hij het vindt om mij iets te geven, doe ik nu wel mijn best dat te waarderen.”

John: „Het geven en ontvangen van liefde doe je op verschillende manieren. Het ontvangen van cadeaus is niet haar liefdestaal.”

Prisca: „Complimenten ontvangen vind ik wel leuker.”

John: „Dus daar let ik nu meer op.”

‘Haar trouwjurk staat in de gang’

John: „We leerden elkaar kennen toen we 16 waren. Tweeënhalf jaar geleden zijn we getrouwd. Toen is ze bij mij komen wonen in Amsterdam.”

Prisca: „We hebben onze bruiloft twee dagen gevierd, eerst in het stadhuis, de tweede dag in de kerk en met een groot feest op het strand.”

John: „Het plannen van de bruiloft ging heel klassiek. Zij was er heel erg mee bezig, en ik kwam er op het eind bij.”

Prisca: „Jij was ook net met je baan gestart.”

John: „Maar je stopte er ook veel tijd in. In december had je al een jurk, terwijl we in augustus pas trouwden. Ik bestelde mijn pak zes weken van tevoren, het kwam twee dagen voor de bruiloft aan. Ik ben altijd last minute.”

Prisca: „En op een of andere manier lukt het hem dan toch. Dat is soms zo frustrerend.”

John: „Haar trouwjurk staat in de gang op een paspop, het is het eerste wat je ziet als je binnenkomt.”

Prisca: „ John vindt dat wel wat minder.”

John: „Ja, na zo lang mag hij wel opgeborgen worden.”

‘Hij leest liever een e-boek’

Prisca: „Mijn dagen zien er elke dag anders uit. Ik werk twee ochtenden in de week met kinderen en ben nu tijdelijk ook nanny bij een gezin uit de kerk.”

John: „Ik werk vaak meer dan 40 uur als manager bij Groupon. En dan hebben we een druk schema ’s avonds. Ik organiseer netwerkborrels en ben het hele jaar bezig met het voorbereiden van een jongerenkamp in de zomer. Soms kom ik thuis en hebben we een kwartier voor het avondeten voor we weer op pad gaan.”

Prisca: „Soms spreken we elkaar pas ’s avonds in bed echt goed.”

John: „Onze agenda’s op elkaar afstemmen is soms best lastig. Helemaal omdat zij geen digitale agenda heeft, ik kan nooit zien of zij vrij is. Ik probeer haar over te halen om digitaal te gaan.”

Prisca: „Ik wil bladeren, papier voelen. Ik lees ook liever een boek, terwijl hij e-boeken leest. Het heeft me ook een tijdje gekost om over te stappen naar een smartphone.”

Prisca: „Op de zijkant van de koelkast hebben we een schema hangen met wat er schoongemaakt moet worden, dan zetten we een kruisje als het gedaan is. We hebben een tijdje een huisgenootje gehad dat de structuur prettig vond, en voor ons is het ook wel fijn.”

John: „We konden de afwas rustig een week laten staan. We hebben een witte vloer, die moet je eigenlijk vaak doen. Je bent zo druk doordeweeks, dan komt het er niet van.”

Prisca: „En we vinden allebei schoonmaken heel stom. Terwijl het wel een voldaan gevoel geeft als het gebeurd is. Koken vind ik wel leuk, ik doe dat ook elke avond voor John. Dan stuur ik hem een appje om te vragen hoe laat hij thuiskomt, en is het klaar als hij er is.”

John: „Ik vind het heerlijk. Ik werk altijd tot redelijk laat, als ik dan ook nog zou moeten koken...daar heb ik geen energie voor.”

‘We sparen voor een wereldreis’

Prisca: „Ik heb van huis uit geleerd meer op te letten met het besteden van geld. Dus dan doe ik wat vaker boodschappen bij de Turkse supermarkt.”

John: „Al anderhalf jaar sparen we elke maand 250 euro voor de wereldreis die we willen maken.”

Prisca: „En tanken doen we niet langs de snelweg, maar bij de goedkoopste pomp. Daarnaast hebben vaste giften: een sponsorkindje dat we financieel ondersteunen, en een deel van het geld gaat naar de kerk.”

John: „Toch leven we heel erg met de dag, geven soms meer geld uit dan nodig is.”

Prisca: „We hebben afgesproken dat we onze trouwdag wel goed vieren, elk jaar bedenkt er één een weekend.”

John: „Laatste keer was ik aan de beurt. Toen heb ik haar meegenomen naar een luxe restaurant.”