Winnen kan altijd, maar de kloof met Ajax is groot

Elk jaar eindigt Feyenoord achter Ajax op de ranglijst. Hoe kan die kloof worden gedicht? Nieuwe trainer, andere spelers? Of met geld?

Hij was een keeper met stijl. Met handen die de bal de baas waren. Altijd klemvast, zelfs in de kruising. Een perfectionist die op maandag in de bioscoop naar het Polygoonjournaal keek of er op de buitenlandse velden ergens een penalty was genomen. Welke hoek koos Josef Masopust van Dukla Praag? En welke Eusébio van Benfica? Eddy Pieters Graafland schreef het allemaal op. Naast de statistieken van Nederlandse tegenstanders.

Feyenoord zou veel profijt krijgen van het perfectionisme van ‘Eddy PG’, de man die alles in eigen hand hield en het wassen van keeperstenue en trainingspak alleen aan echtgenote Teddy toevertrouwde. Het Feyenoord van Pieters Graafland groeide in de loop van de jaren zestig uit tot een Europese topclub. „We speelden droomvoetbal en hebben toen Feyenoord op de kaart gezet”, vertelt Pieters Graafland.

Tachtig is hij al weer, maar nog altijd present op de eretribune van de Kuip. En geziene gast in de Amsterdamse Arena. Eddy PG is man van twee werelden: icoon in Rotterdam, maar ook kind van Amsterdam. Hij groeide er op, zijn vader zat in het bestuur van Ajax, zijn broer speelde er. En vanaf zijn elfde speelde hij er zelf. Pieters Graafland had er al een behoorlijke carrière bij Ajax op zitten toen Feyenoord hem in 1958 kocht. Voor 134.000 gulden, een recordtransfer in die tijd. Hij was het waard, gelouterd international die hij was. Feyenoord had toen nog het geld.

In de Kuip zou de geboren Amsterdammer zijn grootste successen beleven. Hij won met Feyenoord in 1970 de Europa Cup I. „Tweehonderdduizend mensen op de Coolsingel!”, mijmert Pieters Graafland. „Onbegrijpelijk dat de club in de misère is terechtgekomen.” Zo heel veel verschil is er niet tussen Ajax en Feyenoord, relativeert Pieters Graafland. „Ach, Amsterdammers zijn gewoon wat brutaler.”

Zondag speelt Feyenoord thuis tegen koploper Ajax, maar om het kampioenschap zal de wedstrijd niet gaan. Feyenoord staat negen punten achter. Het is al weer vijftien jaar stil op de Rotterdamse Coolsingel. Het laatste grote internationale succes van Feyenoord dateert van 2002: de UEFA Cup. Sinds 1999 is Feyenoord geen kampioen meer geweest. Het legioen moet toezien hoe aartsrivaal Ajax dit seizoen waarschijnlijk weer een stap zet in de richting van een vierde kampioensster, goed voor veertig landstitels.

Valt de kloof met Ajax nog te overbruggen? Aan talent ligt het niet: de jeugdopleiding van Feyenoord doet niet onder voor die van Ajax. En qua achterban zijn beide clubs ongeveer even groot. Sportmarketeer Frank van den Wall Bake: „Ajax spreekt internationaal meer aan: door het succes, maar ook door ondeugend, aanvallend voetbal. Feyenoord blijft in de perceptie van het publiek de club van niet lullen maar poetsen. Dat hoort bij Rotterdam. Maar financieel gezien heeft Feyenoord een enorme achterstand.”

Feyenoord moet van ver komen, van de rand van een faillissement zelfs. Terwijl Ajax vermogen opbouwt met een beursgang, raakt de Rotterdamse club in geldnood. Feyenoord lijdt in de jaren na de eeuwwisseling jaarlijks zes miljoen euro verlies, zegt Chris Woerts, destijds commercieel directeur. De schuld loopt op tot 43 miljoen euro. Feyenoord maakt de klassieke fout dat er wordt uitgegeven wat er nog niet binnen is. In de begroting wordt rekening gehouden met inkomsten uit de Champions League, die niet komen.

In 2007 wordt Feyenoord negende in de eredivisie, het slechtste resultaat sinds 1990. Die zomer haalt de club vier routiniers, met het kampioenschap als doel: Giovanni van Bronckhorst, Roy Makaay, Kevin Hofland en Tim de Cler. Halverwege het seizoen staat Feyenoord bovenaan, maar in de tweede helft van de competitie stort het elftal in. Feyenoord wordt zesde, krijgt dus geen inkomsten binnen uit de Champions League en zit opgescheept met veel te dure, oude spelers.

Ajax is dan al naar de beurs. Volgens Jan-Willem van Dop, tussen 1998 en 2005 directeur algemene zaken van Feyenoord, heeft Ajax daarmee een „stabiele financiële basis” gelegd. Ook krijgt Ajax jaarlijks enkele tientallen miljoenen binnen voor deelname aan de Champions League. En als het om transfers gaat, staat Ajax dik voor. Tussen 2007 en 2011 verdient Ajax telkens zo’n 27 miljoen euro aan de verkoop van Luis Suárez, Wesley Sneijder en Klaas-Jan Huntelaar. Feyenoord verkoopt in zijn historie maar twee spelers voor meer dan tien miljoen: Dirk Kuyt in 2006 voor achttien miljoen en Royston Drenthe een jaar later voor veertien.

De transfers van Sneijder en Huntelaar komen tot stand onder leiding van Martin van Geel, toen in dienst van Ajax en nu technisch directeur van Feyenoord. Transfersommen, zegt hij, hebben mede te maken met de salarissen die je betaalt. „Dat is marktwerking. En het heeft te maken met de uitstraling van je club, het niveau waarop je speelt. Feyenoord betaalt nu eenmaal veel minder. Wel stijgt ons salarisbudget, van 10 miljoen euro in 2011 en 11 miljoen euro in 2012 tot 12 miljoen euro in 2013. Maar dat minder dan de helft van de budgetten van Ajax en PSV.” Chris Woerts over het verschil in transfersucces: „Het is of wij de Lidl zijn en Ajax Albert Heijn. Bij Ajax betalen ze een topprijs en bij ons willen ze voor een koopje zaken doen.”

Als Van Geel in 2011 bij Feyenoord begint, kent hij de problemen. Zijn opdracht is om de selectie op peil te brengen zonder geld. Dat betekent: veel spelers huren of transfervrij aantrekken. En niet zonder succes. Sinds het aantreden van Van Geel en trainer Ronald Koeman wordt Feyenoord geheel tegen de verwachtingen in tweede en derde, en ook dit seizoen doet de ploeg mee om de bovenste plaatsen. Dat is een hele prestatie, zeker gezien de marktwaarde van beide selecties.

Feyenoord is nog steeds niet helemaal gezond, met een negatief eigen vermogen. Van Geel: „Maar we maken enorme stappen. De schuld is teruggebracht van 43 naar 6 miljoen euro. En we maken al een paar jaar achter elkaar winst. Feyenoord hoort in de topdrie van Nederland, maar sec financieel staan we vijfde. Toch worden we gezien als topclub. Je merkt dat we daar een beetje moeite mee hebben. We konden thuis tegen Heracles de koppositie veroveren. Maar als het per se moet, gaat het mis. Dat is het verschil met Ajax: daar is er altijd druk. Dat zit daar in de genen.”

Van den Wall Bake is optimistisch. „Martin van Geel en Ronald Koeman hadden geen geld tot hun beschikking. Maar ze hebben het goed gedaan. Boven alle verwachtingen. Bestuurlijk is er rust. De basis en de cultuur van Feyenoord zijn sterk genoeg om nummer één te worden.”

Om Ajax van de troon te stoten, moet Feyenoord buiten het veld scoren, zegt Woerts. „Je verdient aan zakelijke klanten en media. Aan supporters verdien je niet. Clubs als Heerenveen en Twente mikken op hospitality, op een businesscommunity. Bij Twente kunnen 2.200 man voor de wedstrijd eten, in de Kuip 175 man. Ook Ajax heeft veel meer te bieden. De Kuip is niet meer van deze tijd. Als de wind verkeerd staat, krijg je op de eretribune de regen in je gezicht”.

Ook Pieters Graafland denkt dat een nieuwe Kuip, waarvoor bouwconsortia plannen maken, de club een „enorme boost” zal geven. Maar Ajax moet zondag verslagen worden in het oude stadion. Pieters Graafland rekent op een verrassing. Maar eigenlijk zou het geen verrassing mogen zijn. „Feyenoord moet in de Kuip onverslaanbaar zijn. On-ver-slaan-baar!”

    • Harry Meijer
    • Derk Walters