Wie wint de Oscar voor slimste filmbons?

Zondag worden de Oscars uitgereikt // Acteurs winnen zo af en toe, maar een paar filmbonzen winnen bijna jaarlijks // De veteranen krijgen nu concurrentie van een miljardairsdochter en Brad Pitt

Grote Oscarbeelden worden naar hun plek vervoerd ter voorbereiding van het Oscargala. foto AFP

De echt vaste klanten op de rode loper van de Oscars zijn eigenlijk niet de sterren, maar de filmproducenten en geldschieters op de achtergrond. Waar regisseurs, acteurs en actrices – behalve als ze Meryl Streep zijn – elke keer weer moeten afwachten of ze de concurrentie kunnen afschudden en een nominatie in de wacht slepen, zijn er filmbonzen die elk jaar wel met een of meer films van de partij zijn. Toch is er ook op de achtergrond zeker dit jaar van alles aan het verschuiven.

Twee van de meest succesvolle filmproducenten van de afgelopen jaren als het gaat om het binnenhalen van Oscars, zijn producenten Harvey Weinstein en Scott Rudin, die jaar in jaar uit een uitputtende strijd met elkaar voeren; niet alleen vanwege de eer en de prestige, maar ook omdat Oscarsucces kan worden omgezet in harde dollars.

De ene veteraan verslapt...

Weinstein heeft een legendarische reputatie als Oscarlobbyist. Hij weet volgens de overlevering van elk stemgerechtigd lid van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences waar en wanneer ze in hun vakantiehuis verblijven, zodat hij ze ook daar nog kan achtervolgen met dvd’s van de films waarvoor hij nominaties in de wacht hoopt te slepen. Maar de laatste jaren begint zijn ijzeren vuist te verslappen en tekenen van metaalmoeheid te vertonen. Vorig jaar greep hij al grotendeels mis, en dit jaar is zijn beoogde troefkaart, de toneelverfilming August: Osage County, niet eens genomineerd voor beste film; wel zijn twee van de actrices, Meryl Streep en Julia Roberts, weer genomineerd, maar veel kans lijken ze niet te maken.

Weinstein geeft zichzelf voor een deel de schuld van de zeperd: hij had regisseur John Wells niet zo onder druk moeten zetten om August: Osage County af te hebben voor het invloedrijke filmfestival van Toronto, in september vorig jaar, toen de film eigenlijk nog niet helemaal goed was. Regisseur David O. Russell met American Hustle en Martin Scorsese met The Wolf of Wall Street eisten (en kregen) meer tijd om hun film goed af te maken, en kozen voor premières in december. Die films zijn nu wel goed voor de nodige Oscarnominaties in de belangrijkste categorieën.

Ook Weinsteins film The Butler, die het wel uitstekend deed als een onverwachte zomerhit in de VS, wist dat succes aan de kassa nauwelijks om te zetten in nominaties. En ook Mandela: Long Walk to Freedom, eveneens van The Weinstein Company, heeft weinig in de melk te brokkelen bij de komende Academy Awards; alleen de Ierse band U2 werd genomineerd voor Best Song, voor hun nummer voor soundtrack van de film. Weinstein heeft nu alleen nog Philomena in de race voor Beste Film en Beste Actrice (Judi Dench). Dat is een film die hij uitbracht in de Verenigde Staten, maar die Weinstein niet heeft geproduceerd.

... de ander is niet veel beter

Weinsteins eeuwige concurrent, Scott Rudin, profiteert niet echt van het zwakke jaar van zijn grote rivaal. De theater- en filmproducent dirigeerde Joel en Ethan Coen naar de Oscar voor Beste Film met No Country for Old Men (2007) en wist daarna in ieder geval nominaties in de wacht te slepen voor A Serious Man en western True Grit. Maar de laatste film van de Coens, Inside Llewyn Davis, die zich afspeelt in de folkscene in New York in de jaren zestig, doet dit jaar helemaal niet mee in de belangrijkste categorieën. Dat is een echte verrassing gezien de sterke reputatie van de Coens. Wel heeft Rudin Captain Phillips met Tom Hanks nog in de race. Maar Hanks doet dan weer niet mee voor Beste Acteur. Geen heel indrukwekkende score.

Wie doen er dan wel mee?

In de eerste plaats is dat Megan Ellison, de 27-jarige dochter van een van de rijkste mannen in de VS, Larry Ellison, oprichter van softwaregigant Oracle. Ellison deed voor het eerst van zich spreken met haar filmbedrijf Annapurna Pictures door haar portemonnee te trekken voor The Master van Paul Thomas Anderson; ze was goed voor het budget van 40 miljoen dollar. Dat bedrag was vooral zo hoog omdat de regisseur op het dure 60 millimeter wilde draaien, maar de regisseur kreeg van alle studio’s in Hollywood nee te horen op dat voorstel. Dat was een investering waar Ellison volgens insiders tientallen miljoenen aan moet hebben verloren. Destijds werd ze binnen de Amerikaanse filmindustrie al snel gecategoriseerd als ‘dumb money’. Maar inmiddels is dat dedain aan het verdwijnen. Bij de huidige ronde heeft Elison met films waarbij ze is betrokken niet minder dan zeventien nominaties in de wacht gesleept.

Eerdere door haar gefinancierde films als Zero Dark Thirty en Spring Breakers waren een succes. En bovendien: Megan Ellison gooit haar geld, als ze het al weggooit, tenminste in de richting van risicovolle, persoonlijke films. Haar broer, David, zit ook in de filmbusiness maar investeert alleen in blockbusters, zoals in de beoogde herstart van The Terminator.

Megan staat als producent op de credits van twee films die zijn genomineerd als beste film: Her van Spike Jonze, en American Hustle. Niet eerder was een vrouwelijke producer in één jaar met twee films in de hoofdcategorie vertegenwoordigd.

Er komt weinig van de grote studio’s

Van de negen genomineerde films zijn zeven door onafhankelijke partijen gefinancierd, slechts twee films komen volledig uit de koker van een van de grote studio’s: roadmovie Nebraska van Alexander Payne komt van Paramount en ruimtefilm Gravity van Alfonso Cuarón is gemaakt door Warner Bros. Onafhankelijke partijen zoals Megan Ellison, die zich nog een flop – of twee, drie – kunnen veroorloven worden steeds belangrijker, nu de grote studio’s zich nadrukkelijk en welhaast exclusief richten op sequels en superhelden.

Ook voor filmsterren met artistieke ambities is dat eenzijdige dieet van blockbusters in Hollywood frustrerend. Daarom scheppen ze soms hun eigen werk. Ondanks zijn star power was Leonardo DiCaprio zes jaar in de weer om de zwarte komedie The Wolf of Wall Street van de grond te krijgen: een film waarin hij niet alleen te zien is, maar die hij ook produceerde en – afgaand op de verhalen over hoe het eraan toeging op de set – ook mede heeft geregisseerd, naast Martin Scorsese. Uiteindelijk betaalde investeerder Granite Pictures 100 miljoen dollar om de film te maken – een flink risico, dat zich met een wereldwijde opbrengst van 340 miljoen dollar tot nu toe, terugbetaalt.

Gelukkig is er Brad Pitt

De meest succesvolle filmster als filmproducent is Brad Pitt, die met zijn bedrijf Plan B de blockbuster World War Z tot een wereldwijd succes wist te maken, en met het slavernijdrama 12 Years a Slave het prijzenseizoen domineerde.

Voor een historisch epos kostte de film naar Hollywoodmaatstaven niet veel – met een geschat budget van 20 miljoen dollar – maar er zijn weinig filmfinanciers die het aandurven om met zo’n uitgesproken, rigoureuze filmmaker als Steve McQueen in zee te gaan. Pitt nam het risico. Hij lijkt nu bij de Oscars op weg te zijn naar het erepodium. Als acteur stond hij daar nog nooit, maar wellicht straks wel als een van de moedigste filmproducenten in het huidige Hollywood.

    • Peter de Bruijn