Wie Frankrijk wil

begrijpen

, moet naar deSalon

De correspondent // Peter Vermaas in Frankrijk

Een boer wast zijn koe vlak voor de opening van de Salon International de l’Agriculture in Parijs. Tijdens de landbouwbeurs worden 4.000 dieren tentoongesteld. Foto reuters

Konijn nummer 742 heeft het niet gehaald. „Beetje korte oren”, meldt het kaartje van de jury. Hij wil niet meer gezien worden: nummer 742 verstopt zich onder een berg stro. Een groep schoolkinderen jengelt naar de lelijkerd.

Het platteland is naar de stad gekomen en de stad mag zich negen dagen lang laven aan al het moois van het platteland. Op de Salon International de l’Agriculture, de landbouwbeurs die zaterdag in Parijs opende, voelt Frankrijk zich eens per jaar de trotse boerennatie van weleer.

Ruim 4.000 koeien, varkens, konijnen en vele andere boerderijdieren staan tijdens de wintervakantie tentoongesteld naast al het heerlijks waartoe ze verwerkt kunnen worden. Luidruchtig knorrende Baskische varkens prijzen (onder de slogan ‘le goût de la liberté’) gedroogde hammen aan, de geur van koeienmest vermengt zich in hal 7 met die van verse boeuf bourguignon en geroosterde entrecôtes.

„Wie Frankrijk wil begrijpen, kan de Salon niet overslaan”, had een collega me op het hart gedrukt. Hij sprak hoogdravend over „de ziel van het land”, over „Frankrijk tegen de rest” en over „een Frankrijk dat eigenlijk niet meer bestaat”. Hoewel zelfs McDonald’s tegenwoordig een ‘educatief’ kraampje heeft, komen op de landbouwbeurs de fijnzinnige patriottische sentimenten samen die bij de verkiezingscampagnes de komende maanden weer centraal zullen staan „En de geur went wel”, beloofde de collega.

Ik heb dag vier gekozen, de dag waarop de mooiste ‘Pie rouges des plaines’ onderscheiden zou worden: een befaamd ras melkkoeien, zei de persdame. Aangemoedigd door een enthousiaste Bretonse (die een opmerking had gemaakt over mijn schijnbaar sceptische blik) applaudisseer ik mee als ‘Angelik’, geboren in augustus 2005, in de prijzen valt. „Is ze niet prachtig?!”, schettert de speaker. „Parijs, laat u horen!”

Boer blijft het droomberoep

Hoewel nog maar 3 procent van de Franse beroepsbevolking in de landbouw werkzaam is (tegenover 50 procent in 1900), plattelandsdorpen leeglopen en vanwege immense schulden volgens de boerenbonden gemiddeld iedere dag een landbouwer een eind aan zijn leven maakt, blijft het plattelandsbestaan voor iedere Fransman een na te streven idylle die zich helaas meestal beperkt ziet tot drie weken in augustus in de résidence secondaire.

Ook daarom is de beurs met 700.000 bezoekers een hoogtepunt in de politieke agenda, zelfs buiten verkiezingstijd. Vrijwel het hele Franse kabinet, tientallen leden van de Assemblée Nationale en vele andere politici en bestuurders laten zich bij het expositiecentrum bij Porte de Versailles voorrijden om zich „onder de koeienkonten” te begeven, zoals oud-president Chirac het placht uit te drukken.

„Ernaartoe gaan is geen garantie op succes, niet gaan zou een fout zijn”, schreef Le Monde vorig weekend in een analyse over de plattelandsstem, die technisch gesproken aan waarde heeft ingeboet. Het was Chirac die tot nu toe het record in handen had: zeven uren lang aaide hij iedere koe die op zijn pad kwam, zeven uren lang schudde hij elke agrariër de hand. François Hollande evenaarde dat: ook hij hield het zaterdag zeven uur vol.

Boeren stemmen overwegend rechts, blijkt uit recent onderzoek. Slechts een op de tien boeren met meer dan 100 hectare land, koos in 2012 voor Hollande.

„We hebben hem fatsoenlijk ontvangen, want dat doe je met de president van de republiek”, knipoogt een kippenboer als ik hem vraag wat hij van de president vindt. „Maar het enthousiasme bij Marine Le Pen was groter.” Wilde die niet met Frankrijk uit de EU dan? Dat zou toch desastreus zijn voor de miljarden aan landbouwsubsidies? „Geen probleem”, bulderlacht de kippenboer, lurkend aan een flesje cola. „Marine wil Franse subsidies.” Eigen subsidies eerst, wel zo consequent eigenlijk. „Veel beter zelfs!”

    • Peter Vermaas in Frankrijk