Opinie

    • Caroline de Gruyter

Wat heeft Europa de Oekraïners te bieden?

Weer een volk dat, met onze welgemeende steun, in naam van principes als democratie en mensenrechten een corrupt, dictatoriaal regime omverwerpt. Maar kan Europa zijn Oekraïense vrienden de kater besparen waarmee het zoveel burgers in Libië en Syrië heeft opgezadeld?

Ook Libiërs en Syriërs werden aangemoedigd door Europa, toen ze in opstand kwamen tegen kolonel Gaddafi en Bashar al-Assad. In Libië hielpen Franse en Britse bombardementen Gaddafi te verdrijven. De toenmalige Franse president Sarkozy vloog meteen naar Benghazi, met de salonfilosoof die hem tot die ingreep had geïnspireerd, en verklaarde dat de „democratie had gezegevierd”. Maar de postrevolutionaire orde lieten wij de Libiërs zelf vestigen. Dat was hun zaak. Trouwens, Europa had geen geld, geen manschappen en geen energie om dit immense, gebutste land onder de arm te nemen. Sindsdien is Libië één grote anarchie waar geen democratie heerst en mensenrechten evenmin hebben gezegevierd. Gaddafi’s wapendepots zijn leeggeroofd en met het schiettuig halen machtsbeluste bendes, al dan niet gesponsord door Al-Qaeda, de gevestigde orde in Tsjaad, Nigeria en Mali omver.

In Syrië schrok Europa terug voor een interventie. Terecht: meer dan wat chirurgische bombardementen had Europa daar niet kunnen uitvoeren. Wat lost dat op, in een land met zulke complexe, historische problemen? Wie Syrië een toekomst wil geven, moet die problemen bij de kop pakken. Dat wilde en kon Europa niet. Alleen de Franse president Hollande had zoveel last van zijn geweten (en van desastreuze peilingen), dat hij bereid was de Syrische oppositie manhaftig en kortstondig te hulp te schieten. De Amerikanen hielden de Franse Mirages op het laatste moment aan de grond door een akkoord met de Russen te sluiten over de verwijdering van chemische wapens uit Syrië. En zo bleef het in Syrië bij Europese solidariteitsverklaringen en humanitaire hulp. Dat chemische wapens worden weggehaald, is fantastisch. Maar het heeft weinig invloed op dit gruwelijke conflict, dat vooral met conventionele wapens wordt uitgevochten. De kans dat president Assad dit wint, is niet denkbeeldig.

Dat Europa medeplichtig is aan het Syrische inferno, is misschien te zwaar aangezet. De vraag is wel of Syrische oppositiegroepen zich even roekeloos in de strijd hadden gegooid als ze eerder hadden geweten dat Europa op zijn handen bleef zitten.

Kiev is dichter bij huis. Oekraïners zijn Europeanen. Tot honderd jaar geleden werden zij grotendeels vanuit Wenen bestuurd. Dat maakte de solidariteitsbetuigingen van Europese politici aan de Oekraïense oppositie intenser dan ze in Libië en Syrië waren. Daarbij staan de Europese verkiezingen voor de deur en biedt de Maidan ambitieuze politici een ‘tweetbaar’, heroïsch podium dat ze in het grijze Brussel niet vinden. Maar ze moeten oppassen.

Financieel kan Europa het corrupte Oekraïne weinig bieden. Behalve Polen wil bijna niemand Oekraïne in de EU halen. En terwijl Europa al botste met Rusland over Libië en Syrië – Moskou was razend dat Gaddafi werd afgezet: de VN-resolutie repte van ‘humanitaire interventie’, niet ‘regime change’ – dreigt nu openlijke confrontatie. Dat sommige Amerikanen alweer toeteren dat Oekraïne bij de NAVO moet, helpt evenmin. Voor de Russen is Oekraïne pure emotie. Oekraïne is een van hun geopolitieke pilaren. Daar kan geen Europees vrijhandelsakkoord tegenop. De Europeanen moeten nu erg verstandig handelen. Anders zitten veel Oekraïners straks met een gigantische kater. En de Europese Unie met een nog veel grotere.

    • Caroline de Gruyter