Van Gaal en de macht van het niet selecteren

Bondscoach Louis van Gaal speelt met de psychologie van ‘het lijstje’, vooralsnog zijn belangrijkste machtsmiddel. Voor het oefenduel woensdag tegen Frankrijk selecteerde hij één linksback. „Zo laat ik zien aan die jongens: kom op nou, die laatste twee maanden.”

Zoals op de Winterspelen, zo moet het, volgens Louis van Gaal. „Dat schaatsen, dat was toch geweldig, he? Die sfeer daaromheen. Er is toen iets ontstaan in Nederland.” Dat wil zeggen: „Tot de laatste dag.” Want toen zag Van Gaal waar hij als toptrainer al zo vaak tegenaan liep: de teleurstelling van een reservespeler. Een haar in de boter bij de ‘gouden’ ploegenachtervolging van de mannen was het afhaken van stand-in Jorrit Bergsma. „En wat zien we dan in alle tv-programma’s? Die Bergsma, met zijn trainer. Dat is toch gek, al die aandacht? Nou ja, dat is de cultuur in Nederland.”

Altijd maar weer die focus op het negatieve. Na de afkondiging van de selectie van het Nederlands elftal, voor de oefenwedstrijd volgende week tegen Frankrijk, ging het in Zeist tot ergernis van Van Gaal weer eerst en vooral over spelers die niet geselecteerd zijn. Nigel de Jong dus, in dit geval. En in mindere mate Maarten Stekelenburg, Stefan de Vrij en Jonathan de Guzman, de middenvelder van Swansea die niet eens bij de voorselectie zat. Kan het niet anders, vroeg Van Gaal zich gisteren hard op af. „Wij maken naar eer en geweten een selectie en dan wordt er áltijd gevraagd naar degene die ontbreekt.”

Toch is het juist Van Gaal die het niet selecteren van spelers tot zijn belangrijkste machtsinstrument heeft gemaakt. Jij wel, jij niet. Jij nu even niet, misschien later weer. In de aanloop naar het duel tegen Frankrijk is het zelfs het enige marionettenkoord dat hij tot zijn beschikking heeft. Het schema laat immers maar één training toe, dinsdagavond in Parijs. Eén schamele training dus in die onmetelijke tijd tussen de oefeninterland tegen Colombia, afgelopen november, en het begin van de WK-voorbereiding in mei. Van Gaal gruwelt van zo weinig gelegenheid tot kneden.

Lijstje

En dus speelt Van Gaal met de psychologische effect van ‘het lijstje’. Een beproefd recept, waar Wesley Sneijder beter van lijkt te zijn geworden. De coach nam zijn – ooit – belangrijkste speler de aanvoerdersband af, liet hem een wedstrijd thuis en nam hem via een geleidelijk rehabilitatietraject weer in genade aan. Sneijder is er weer gewoon bij, op het oog fitter en kwieker dan een jaar geleden. Zij het dat hij bij Galatasaray op links speelt en daar zal Van Gaal hem nooit posteren.

Aan het niet selecteren van Nigel de Jong moeten geen verstrekkende conclusies verbonden worden, zei Van Gaal. Hij weet al precies wat hij aan AC Milans mannetjesputter heeft als controlerende middenvelder, terwijl hij bij Feyenoorder Jordy Clasie weer eens wil zien hoe die zich houdt tegen een topploeg als Frankrijk.

Het probleem zit, zoals vaker in de Oranje-geschiedenis, op linksback. Van Gaal selecteerde drie rechtsbacks (Paul Verhaegh, Gregory van der Wiel en Daryl Janmaat), tegen één linksachter (Daley Blind). Mannen als Patrick van Aanholt en Jetro Willems zullen zonder aantoonbare verbetering niet meegaan naar Brazilië, waarschuwde de bondscoach. Dan maar met alleen Blind – een speler die Van Gaal net als Bruno Martins Indi liever op andere positie ziet dan linksachter. „Daarmee laat ik zien aan al die jongens die wij hebben gevolgd: kom op nou, die laatste twee maanden. Want op deze manier wordt je niet geselecteerd. Ik wil dolgraag een linksback hebben, maar dan moet je wel in de profielschets passen, in de visie.”

Invloed

Van Gaal zei gisteren in Zeist dat hij zijn invloed voelt toenemen. De maanden van zelfverklaarde opoffering, waarin hij zich zelfs liet ontvallen het bondscoachschap ‘spuugzat’ te zijn, zijn weldra ten einde. „Nu begint de droom werkelijkheid te worden. Het handelen van de coach wordt leuker omdat je meer invloed kunt uitoefenen. Alleen al door dit lijstje. Daar staat De Guzman niet op. Die heeft een hele grote bijdrage geleverd bij de kwalificatie, heel belangrijk geweest. Maar ja, die zit ook in een dip, met zijn club, trainer ontslagen. Kan hij ook niets aan doen. Met dit lijstje laat ik hem wel merken: jongen, je moet er aan werken. Maar hij is niet vergeten.”

De laatste keer dat hij zo genoot van zijn rol, zo vertelde hij gisteren, was voorafgaand aan België-uit. Het was de eerste wedstrijd na zijn rentree als bondscoach toen hij zich als taak stelde een uitgebluste selectie tot leven te wekken. Toen kon hij echt wat betekenen, met een groepsgesprek over de onderlinge grieven en littekens die waren opgelopen op het EK in 2012. Verschil maken, koers uitzetten. Ook toen was er maar één training voor de wedstrijd en dat verklaart volgens Van Gaal ook meteen de nederlaag – zijn enige.

Het experimenteren is daarna niet opgehouden, ook niet in deze vergevorderde fase. Bij nieuwelingen Jean Paul Boëtius, Karim Rekik, Quincy Promes en Davy Klaassen gaat het niet eens zozeer om hoe ze trainen of spelen, volgende week. „Het gaat erom dat ik ze recht in de ogen kan kijken, vragen wat ze denken, wat ze verwachten”, zei Van Gaal. „Dat kan beter op training dan aan de telefoon.”

Elke week maakt hij op papier een elftal, een schaduwelftal en nog een (derde) elftal. Het Patrick Kluivert-elftal, noemde hij dat, naar de tweede assistent. Vijftig spelers worden op de voet gevolgd, zei Van Gaal. Acht scouts stellen wekelijks rapporten op – niets ontgaat hem.

Op 13 mei moet Van Gaal dertig namen aan de FIFA doorgeven, later terug te brengen tot de definitieve 23 WK-gangers. „Dan is het geen richting meer, maar een duidelijke schifting.” En dan zal het vast weer gaan over wie er niet bij zit.

    • Bart Hinke