Sterftecijfers ziekenhuizen openbaar. Wat heb je als patiënt aan deze info?

Vanaf vandaag zijn ziekenhuizen verplicht hun sterftecijfers openbaar te maken. Foto ANP / Lex van Lieshout

Ziekenhuizen zijn vanaf vandaag verplicht sterftecijfers openbaar te maken. Dat moet de veiligheid verbeteren. Onduidelijk is wat patiënten eraan hebben. Want, zo waarschuwen ministerie, inspectie en de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen: “Dit meet niet de kwaliteit van de zorg.”

1. Wat moeten ziekenhuizen publiceren?
Cijfers over hoeveel patiënten in het ziekenhuis zijn overleden. Het gaat om de cijfers over 2012, die het ziekenhuis op zijn website moet vermelden en die het moet aanleveren aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Het gaat om een gemiddelde van alle afdelingen in het ziekenhuis (het HSMR-cijfer) en de sterftecijfers per diagnosegroep (SMR).

De score wordt berekend door het werkelijke aantal sterfgevallen te delen door het ‘verwachte’ aantal. Dit wordt vermenigvuldigd met honderd. Het verwachte sterftecijfer is de sterfte per groep patiënten met een bepaalde diagnose, gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, opname-urgentie, andere kwalen, herkomst en economische achtergrond van de patiënt. Alle ziekenhuizen, circa negentig door heel Nederland, moeten dit op dezelfde manier doen.

2. Wat hebben patiënten eraan?
Minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) wil openheid forceren, zodat ziekenhuizen gedwongen zijn kritisch te kijken naar de afdelingen die minder goed functioneren. Ook wil de minister dat patiënten kunnen beoordelen naar welk ziekenhuis ze willen. Tegelijkertijd waarschuwen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen dat dit géén “meetinstrument voor de kwaliteit van zorg” is voor patiënten. Een woordvoerder van de Inspectie: “Een hoge HSMR betekent niet automatisch slechte kwaliteit. Het is aan ziekenhuizen zelf om hier communicatie op los te laten.” Schippers schrijft de Tweede Kamer eind januari dat inzicht in eigen prestaties en die van anderen “een belangrijke prikkel tot verbetering” vormt.

3. Overleden in het Ruwaard van Putten (Spijkenisse) en het Haga-ziekenhuis (Den Haag) niet bovengemiddeld veel patiënten?
Dat klopt. Het is niet de eerste keer dat sterftecijfers worden gepubliceerd. In 2009 maakten brancheorga-nisaties hier al afspraken over; vanaf vandaag is publicatie pas verplicht. Eind 2011 bleek uit die publicaties dat een jaar eerder opvallend veel mensen overleden in het Ruwaard van Putten. Uit extern onderzoek dat volgde bleek dat het geen toeval was. Op de afdeling cardiologie van het Ruwaard waren grote problemen, waardoor bovengemiddeld veel patiënten overleden. Ook in het Haga-ziekenhuis – op de hartafdeling – kwamen interne problemen aan het licht nadat de sterftecijfers erg hoog waren gebleken. Het is daarom volgens de minister vooral een goede interne controle voor ziekenhuizen.

De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen publiceerde eerder ranglijsten over de sterftecijfers, maar ziet daar nu van af. Een woordvoerder:

“Elk ziekenhuis publiceert de gegevens op de eigen website. Er komt niet één lijst. Dat deden we eerder wel, maar eigenlijk kun je absolute cijfers niet met elkaar vergelijken. Media en journalisten zullen dat natuurlijk wel doen, dat begrijpen we, maar de cijfers zijn eigenlijk niet bedoeld om te vergelijken.”

4. Waarom biedt het sterftecijfer geen vergelijkingsmateriaal?
Er zijn veel kritische kanttekeningen te plaatsen bij de vergelijking. In academische ziekenhuizen zijn vaak veel complexere behandelingen mogelijk, voor aanzienlijk ziekere patiënten, dan in regionale ziekenhuizen. Er zullen in de acht academische ziekenhuizen dus meer mensen overlijden dan elders, terwijl dat niets met kwaliteit te maken hoeft te hebben.

Ander kritiekpunt: het cijfer meet de “gemiddelde mortaliteit”. Een omstreden begrip, want aan een heupoperatie hoor je niet te overlijden; bij een hartoperatie is die kans veel groter. Het is volgens critici ook onvergelijkbaar. Het Erasmus MC in Rotterdam, het grootste ziekenhuis van Nederland, vindt deze argumenten zo belangrijk dat het niet meewerkt aan Schippers’ eis en kwam gisteren met een eigen cijfer. Het riskeert daarmee een boete van de toezichthouder te krijgen.

    • Enzo van Steenbergen