Russische militaire inval ‘op verzoek’

De militaire inval in het Oekraïense de Krim is volgens Rusland gerechtvaardigd omdat de regioregering zelf om hulp heeft gevraagd.

Rusland is vrijdagnacht begonnen met een militaire invasie op het Oekraïense schiereiland de Krim. De Russische regering weigert internationale bemiddeling, zoals eerder door VS is voorgesteld. Volgens Moskou kan alleen de regionale regering van de Krim daarover beslissen.

Rusland zegt dat zijn gewapende interventie in overeenstemming is met de (huur)overeenkomsten die het voor zijn marinebases op de Krim heeft gesloten. Bovendien beroept Moskou zich er op dat eerste minister Sergej Aksjonov van de Krim zelf heeft gevraagd om hulp om de situatie op het schiereiland te „stabiliseren”.

Aksjonov, de leider van de politieke beweging Russische Eenheid werd donderdag door het parlement van de Oekraïense deelrepubliek de Krim benoemd, nadat zijn voorganger met een motie van wantrouwen was ontslagen. Die stemming in het parlement van de Krim vond plaats, terwijl anonieme geüniformeerde mannen met kalasjnikovs en andere wapens het gebouw van de regering en de volksvertegenwoordiging in de hoofdstad Simferopol hadden bezet.

Met de rechtvaardiging trekt Rusland een historische lijn door. De gewapende interventies in Ossetië (2008), Afghanistan (1979), Tsjechoslowakije (1968) en Hongarije (1956) werden formeel pas begonnen, nadat Moskou daartoe door bevriende politieke krachten was uitgenodigd.

De militaire interventie op de Krim werd vrijdag in de loop van de dag steeds meer onloochenbaar. ’s Ochtend namen gewapende mannen in uniformen zonder insignes bezit van de twee vliegvelden op de Krim. Ondanks waarschuwingen van de Oekraïense regering namen pantservoertuigen, zonder nummerplaten, daarna posities in buiten de militaire bases waarbinnen ze volgens de bilaterale verdragen moeten blijven. Tegelijkertijd namen helikopters bezit van het luchtruim, dat ’s avonds helemaal werd gesloten voor vliegverkeer. Ook de telecominstallaties werden bezet, waarna het telefoonverkeer werd afgesloten. In de tussentijd zouden circa tweeduizend Russische manschappen op het schiereiland zijn geland.

Aan het eind van de avond probeerde de regering in Moskou niet meer te ontkennen dat ze actief betrokken was bij het conflict op de Krim, zoals bleek uit het verweer van de Russische ambassadeur bij de Veiligheidsraad die in New York bijeenkwam.

De nieuwe Oekraïense regering in Kiev stelt zich behoedzaam op. Ze hekelde vrijdagavond de Russische „agressie” en vroeg het Westen hulp maar ondernam zelf geen stappen. Volgens parlementsvoorzitter Aleksandr Toertsjinov, sinds de afzetting van president Viktor Janoekovitsj tijdelijk staatshoofd en opperbevelhebber van de strijdkrachten, wil Rusland een „militair conflict provoceren”. De regering, die nog lang geen greep heeft op de openbare orde in het land, is bang dat een escalatie op de Krim ook andere separatistische krachten in met name het Oosten van het land zou kunnen stimuleren tot een breuk met de centrale macht in Kiev.