Tijdverspilling, die vele beursaanvragen

Frans Cremers is hoogleraar ooggenetica aan het Radboud UMC in Nijmegen. Hij doet onderzoek naar erfelijke oogziektes, die onder meer blindheid kunnen veroorzaken. Maar vaak voelt hij zich vooral hoogleraar administratie. „Steeds meer van mijn tijd ben ik kwijt met het schrijven van projectaanvragen en alle administratie die volgt na honorering van projecten”, zegt hij op zijn werkkamer. Hij schat dat inmiddels 40 procent van zijn tijd in deze administratieve rompslomp gaat zitten. „Ik vind dat on-ge-lo-fe-lijk.”

En als je dan tenminste wist dat al dat geschrijf ergens toe leidde. Maar voor de Nederlandse onderzoeker is de kans op succes, op een toegekend project, juist steeds kleiner, zegt Cremers. Neem de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), dat jaarlijks talentenbeurzen uitreikt, de Veni’s, de Vidi’s en de Vici’s. Cremers heeft het aantal Vidi’s voor de medische wetenschappen minder zien worden. Drie jaar geleden had NWO er 22 te verdelen, nu nog maar 14. Maar de afgelopen jaren is het aantal onderzoekers, met name de promovendi en de postdocs, toegenomen. Er worden dus meer aanvragen richting NWO gestuurd, terwijl er minder goedgekeurd kunnen worden. „Het honoreringspercentage is te laag geworden”, zegt Cremers. Het leidt tot een enorme verkwisting van tijd en menskracht. Niet alleen van de mensen die projectaanvragen indienen. Ook van degene die ze beoordelen.

Cremers kent allebei de kanten. Hij stuurt aanvragen in voor de financiering van zijn projecten, maar zit ook regelmatig in commissies die aanvragen beoordelen. Een commissie telt al gauw twaalf mensen, zegt hij. „Binnen- en buitenlandse collega’s beoordelen de aanvragen, de commissie kijkt vervolgens naar de kwaliteit van de beoordelingen en interviewt de kandidaten.” De beste vijf inzendingen haal je er meestal zo uit, zegt Cremers. „Dat zijn de echte talenten. Maar daarna krijg je een grote groep van hele goede onderzoekers. De verschillen onderling zijn heel klein. Toch kun je slechts een deel ervan honoreren. Wie de Vidi binnensleept, krijgt dan iets heel willekeurigs. Terwijl het voor iemands carrière een make-or-break moment is.”

Het is iets wat ook president Hans Clevers van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen zorgen baart. Hij ziet dat universiteiten moeten bezuinigen en hun geld vooral aan vast personeel uitgeven. Het groeiend aantal promovendi en postdocs zoekt zijn heil steeds vaker bij de tweede geldstroom, bij NWO. Om daar steeds vaker op een teleurstelling te stuiten. Dat komt mede door het topsectorenbeleid, waarbij negen industriële sectoren (onder andere agrofood en chemie) bevoordeeld worden bij de toewijzing van onderzoeksgeld. Wil het NWO-systeem goed werken dan moet je zo’n 20 tot 30 procent van de aanvragen honoreren, zegt Clevers. Maar in sommige vakgebieden is dat gezakt naar 15 procent, in andere zelfs naar 8 procent.

Het Rathenau-instituut heeft vorig jaar drie oplossingen gegeven om de tekortkomingen van het huidige systeem aan te pakken. Stoppen met de Veni’s, de Vidi’s en de Vici’s, meer geld ervoor vrijmaken, of een deel van de beurzen via loting verdelen.

Frans Cremers ziet het liefst de tweede oplossing. Er moet meer geld komen voor persoonsgebonden beurzen en algemene programma’s. „De Nederlandse overheid besteedt vergeleken met andere EU-landen middelmatig aan onderzoek en ontwikkeling terwijl wij de ambitie hebben om een ‘kenniseconomie’ te zijn. Dat vind ik beschamend.”

    • Marcel aan de Brugh