Oud!

Kun je een homo, een neger, een vrouw, een invalide, een jood, een katholiek, een buitenlander, uitschelden voor homo, neger, vrouw, invalide, jood, katholiek, buitenlander?

Elk woord in de vorige zin is zwaar beladen. Er zijn twee makkelijke antwoorden te geven. Ten eerste: ‘Ja, dat kan kennelijk, want het gebeurt elke dag.’ Ten tweede: ‘Nee, dat kan niet, want dat is gemene discriminatie.’

Neem de homo. Gaat het om een man die openlijk, misschien zelfs opdringerig, laat merken dat hij homo is? Of is het een man die dat in het geheim is, en niet van plan is ‘uit te komen’? Of is het een man die van zichzelf niet eens zeker weet of hij homo is? Of is het een man die zeker weet dat hij geen homo is, en die zelf graag ‘homo’ als scheldwoord gebruikt? [...]

Neem de neger. ‘Zwarte’ moet je zeggen. In Engeland heet iedereen, of hij nu uit India of Mongolië komt, ‘zwart’. Wie tegen een zwarte een scheldwoord gebruikt, dat op dat zwarte slaat, laat daarmee weten dat hij een racist is. Nuttige informatie voor de uitgescholdene. In Nederland heeft iedereen gehoord dat het niet mag. Toen in het televisieprogramma Sonja tegen taxichauffeurs werd gezegd dat ze altijd tegen zwarten en buitenlanders discriminerende opmerkingen gebruiken, waren ze zeer verontwaardigd.

‘Discriminatie!’ riep een chauffeur, bedoelend dat de taxichauffeur als groep iets verweten wordt dat slechts een minderheid te verwijten valt. Toen mevrouw Sonja zei dat ze uit eigen ervaring wist dat taxichauffeurs inderdaad heel vaak discriminerende opmerkingen maken, gingen ze verhalen vertellen hoe erg buitenlanders als klanten waren.

Een invalide met ‘mankepoot!’ of ‘blinde!’ uitschelden is ongebruikelijk. Waarom eigenlijk? Omdat ‘je daar niets aan kan doen’. Dat geldt voor de meeste andere groepen ook. ‘Omdat het zo zielig is.’ Ook dat geldt voor veel andere groepen waarbij natuurlijk vaak de zieligheid het gevolg is van het uitgescholden-worden.

Over het uitschelden van joden heeft Sartre het laatste woord gezegd. Wat hij nog niet meemaakte, was dat katholieken soms antipapisme en antisemitisme op één lijn zetten. Daar heb ik het al vaak over gehad. Mijn standpunt, dat iemand uit eigen vrije wil rooms-katholiek is en zich dan ook niet moet beklagen als hij met ‘rooms’ wordt uitgescholden, is niet helemaal eerlijk. Ten eerste worden de meeste katholieken als katholieken geboren en vallen ze daarmee in de categorie der invaliden. Ten tweede kun je natuurlijk niet iedere gelover in een geloof alle wandaden van zijn geloofsgenoten aanwrijven. Ik scheld al vijf jaar niemand meer voor ‘paap’ uit, want het is niet meer nodig.

Mag ik even eerlijk zijn? Vertelt u het niet verder? Net zoals ik wel eens de lust tot moorden of stelen in mij voel opwellen, zo heb ik wel eens gelegenheden waarin het discriminerende schelden me tot de lippen rijst. Dat maakt het antisemitisme tot zo’n bijzondere zonde, want het is de enige waar velen nooit de verleiding voor voelen. Komt dat omdat joden een onzichtbare minderheid vormen? Komt het door de Tweede Wereldoorlog? Het komt dus in ieder geval niet, zoals ik bekende, door mijn goedheid. [...]