Ook de rechter kan de digitale strafmachine niet meer stoppen

Loopt de repressie uit de hand? Ik geef toe, de vraag stel ik hier vaker. Deze week gaf de Raad voor de Rechtspraak echter ook een dergelijk signaal. Kantonrechters blijken zich zorgen te maken over het sterk gestegen aantal verzoeken van het parket om burgers te gijzelen die bekeuringen voor kleine kwesties niet voldeden. Denk aan wildplassen, baldadigheid, geen ID-bewijs, geluidsoverlast, geen visakte, open vuilniszak etc. Ik praat het niet goed, uiteraard. In 2012 vroeg de officier van justitie 1.200 keer om wanbetalers voor dergelijke feiten op te sluiten. En vorig jaar 37.000 keer.

Nu is de gijzeling van maximaal 15 dagen wettelijk bedoeld voor mensen die niet willen betalen. Maar de kantonrechters zien steeds meer dossiers van burgers die niet kunnen betalen. Dan wordt gijzeling een celstraf – en niet eens een vervangende. De boete blijft gewoon staan. Gijzeling moet onwillige burgers inprenten dat ze echt moeten dokken. In 40 procent van de gevallen werkte dat tot nu toe ook zo. De wanbetaler trekt gauw zijn portemonnee. Maar deze groep ziet er heel anders uit. De nieuwe kandidaten voor de cel zijn arm, laaggeletterd, zwakbegaafd, verslaafd – de groep met chaotische levens die de post niet (meer) open maken. De debtors’ prison uit de Middeleeuwen keert terug, zo lijkt het wel. Intussen kost de staat het gijzelen ruim 200 euro per dag.

Gijzeling past naadloos bij de striktere handhavingspraktijk van hogere boetes, strengere controle en geautomatiseerde afhandeling. Het Openbaar Ministerie straft zo meer burgers, maar lijkt ook minder in de gaten te hebben wie dat zijn. Het aantal verkeersboetes steeg vorig jaar met krap 700.000 naar ruim 12 miljoen. Vooral dankzij de automatische trajectcontroles met snelheidscamera’s. Nummerplaatherkenning en digitale verwerking maken zo totale handhaving mogelijk. De computers van justitie meten snelheid, lezen kentekens, verbaliseren en incasseren meteen als het rekeningnummer bekend is.

Vorige week trapte het Hof Arnhem/Leeuwarden nog op de rem, overigens vanwege een formaliteit. De Rijksdienst voor het Wegverkeer moet bij ‘onverzekerd rijden’ (390 euro) voortaan een echte, levende ‘verbaliserend ambtenaar’ aanwijzen. En niet het nummer van een machine (404040) opgeven. Mogelijk zijn er nu een paar duizend boetes oninbaar.

Het is een kleine correctie, maar het verraadt dat de rechter bij de strafcomputer vragen heeft. Ook omdat die vrij draconisch wordt geprogrammeerd. Wie niet tijdig betaalt, krijgt de boeteverdubbelaar op zijn dak. Eerst met 50 procent en daarna het (verhoogde) bedrag nog eens met 100 procent. Vorig jaar beschreef ik in de krant nog een zaak van een automobilist die een (principiële) betalingsachterstand van 6 euro verhoogd zag naar ruim 700 euro. Maar met geen ambtenaar was daarover een gesprek mogelijk. De rechter schreef daarop zich „steeds vaker af te vragen” of de manier waarop justitie boetes int niet in strijd is met het recht op een eerlijk proces uit het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. In deze zaak waren „buiten alle proporties incassomaatregelen toegepast”.

Ook de Nationale ombudsman maakt zich zorgen: het aantal klachten tegen het Centraal Justitieel Incasso Bureau verdubbelde vorig jaar. De burger is in betalingsnood door de economische crisis, noteerde de ombudsman, maar dat lijkt de staat niet veel te schelen. Het CJIB is ‘weinig flexibel’, moeilijk bereikbaar en accepteert geen redelijke uitleg van de burger. Wie zich vergist bij het kopiëren van het 16-cijferige ‘kenmerk’ op de boetegiro is nog niet jarig. De staat krijgt dan wel het geld, maar de computer laat de boete openstaan en noteert de burger als wanbetaler. Waarna de Marechaussee bij de grens uitreizen kan verhinderen. Of de agent op straat bij een routinecontrole de auto in beslag kan nemen. Ook als het die van je zus is, of je moeder. De hoeveelheid gezanik die dát oplevert, wens je je ergste vijand niet toe.

De kantonrechter is evenmin in staat de strafmachine te stoppen. Vorig jaar beklaagde een rechter zich in een zaak waarin meerdere vorderingen samenkwamen aldus: „Het CJIB gaat gewoon door met in iedere individuele zaak (geautomatiseerd) het totale pakket aan verhaalsmogelijkheden en dwangmiddelen af te werken met alle bijkomende kosten van dien.” En ‘wellicht ten overvloede’ plaatst de kantonrechter „grote vraagtekens bij het gemak waarmee het ingrijpende dwangmiddel (van gijzeling; red) op grote schaal wordt ingezet”.

Bij de gijzelingen van wanbetalers in kleine zaken zullen de rechters nu ‘duidelijker dossiers’ van de officier eisen. De rechter wil weten hoe de schuldenaar er écht voorstaat: 80 procent komt namelijk niet naar de zitting. De rechters vinden dat betalingsonwil voortaan echt bewezen moet worden. OM en CJIB moeten dus achter de terminal vandaan en met de burger gaan praten. Wie bent u, wat is er gebeurd, wat wilt u. Dat type vragen. Dan zal men hopelijk zien wat de boeteverdubbelaar aanricht. Vorig jaar confronteerde de ombudsman het CJIB nog met een timmerman die een ‘stokoude auto’ op zijn terrein had. Ieder kwartaal werd schorsing van het kenteken aangevraagd. Maar toen dat werd vergeten, liep de boete automatisch op tot 3.000 euro. Voor het het marginale klusbedrijfje een existentieel probleem. De ombudsman dwong het CJIB tot een coulantere opstelling, maar maakte ook zijn punt. Hoe kon dit zover komen? Wie stopt de digitale handhaving, zonder menselijk contact? Inmiddels zegt het kabinet dat er criteria worden ontwikkeld die moeten leiden tot „een persoonsgerichte aanpak als er sprake is van een onredelijke situatie”. Mooi hoor, maar had men daar niet mee kunnen beginnen?