Oerendhard e-fietsen

De nieuwe e-fietsen zijn monsters: ze kunnen wel 40 kilometer per uur.

foto’s Robin Utrecht

Ting!’ Het heldere racefietsbelletje achter me waarschuwt. Meteen komt de fiets langs. Wat een snelheid! Een man zit er rechtop op. Fietstasjes aan de achterbagagedrager. Wapperend jackje, open geritst omdat de rijzende zon snel warm maakt. Het is een vroege ochtend in het late voorjaar van 2013.

De fietscomputer op mijn racestuur zegt dat ik zelf boven de 30 kilometer per uur rij. Een mooie kruissnelheid voor mijn woon-werkfietstocht.

De man die zich daar met een rotvaart van me verwijdert, gaat harder dan 40. Misschien wel 45. Wie is dat? Welke oud-Olympisch kampioen fietst ’s morgens om zeven uur door Loenersloot richting Amsterdam?

Een week later haalt hij me weer in. Een paar dagen later nog eens. Dan kijk ik op tijd opzij en zie de batterij. Hij is geen wereldkampioen. Hij rijdt op een elektrische fiets, klaarblijkelijk opgevoerd. Zijn elektromotor blijft werken als de snelheid boven de 25 km/u komt. Wettelijk moet de elektromotor van een elektrische fiets in Nederland stilvallen als de fietser harder gaat.

Wie googlet met de zoekwoorden ‘elektrische fiets opvoeren’ vindt de opvoersetjes. Fietsforens Bert Witte legt het op zijn blog (elektrischefiets-bert.blogspot.nl) allemaal uit. Op de site van de Fietsersbond (vogelvrijefietser.nl) staat een overzicht, ook voor andere merken. De beginzin is: „De Fietsersbond vindt het opvoeren van elektrische fietsen geen goed idee.”

Opvoeren is straks ook helemaal niet meer nodig. Wen er maar vast aan. Dit jaar breekt de elektrische fiets door die zonder gepruts 40 kilometer per uur haalt, maar waarbij je nog steeds zelf moet trappen om de motor in beweging te krijgen. Die is ideaal voor het woon-werkverkeer. Voor mensen die liever naar hun werk zouden fietsen, maar 10 of 15 kilometer net te ver vinden.

De e-fietsforenzen zijn nieuw. De elektrische fiets is in tien jaar razend populair geworden, maar vooral onder zestigplussers. Eén op de twintig Nederlanders heeft een e-fiets en die staan nu vooral bij ouderen in de schuur. De e-fietser jonger dan 45 is zeldzaam. De cijfers zijn uit 2012. En ze veranderen snel.

De fietsverkoop is vorig jaar fors teruggevallen. De enige uitzondering was de elektrische fiets. Daarvan gingen er vijf procent meer de deur uit. Sinds vorig jaar zijn er een miljoen Nederlanders met een elektrische fiets. Elektrische bakfietsen, e-fietsen met veel ruimte voor kinderzitjes, mountainbike-achtige modellen, elektrische racefietsen, ze zijn er sinds een paar jaar. De snellere e-fietsen hebben krachtiger motoren, toegestaan door nieuwe EU-regels.

Officieel zijn die snelle e-fietsen in Nederland snorfietsen. Er moet een blauw verzekeringsplaatje op. Er is een bromfietsrijbewijs voor nodig, maar dat heeft iedereen die een autorijbewijs heeft automatisch. De snorfiets blijft op het fietspad. De berijder hoeft geen helm op. Maar, en nu komt het, de maximumsnelheid voor de snorfiets is officieel nog steeds 25 km/u. Vreemd. De snelle e-fiets is geen categorie. De wetgever zit in zijn maag met fietsen die te snel zijn voor het fietspad en te traag voor de weg.

In ieder geval wordt 2014 het jaar van de doorbraak van de speed-pedelec, zoals de nieuwe e-fiets ook wel heet. Of dat allemaal gezond is?

Wie de auto laat staan, of uit de luie stoel komt en op de e-fiets stapt, gaat meer bewegen. Maar wie zijn gewone fiets wegdoet en zich elektrisch laat ondersteunen, beweegt minder. De vraag of e-fietsen in een gezonde leefstijl past, heeft dus twee antwoorden.

De elektrische fiets heeft al veel slachtoffers gemaakt. Minister Schultz (Infrastructuur en Milieu) formuleerde eerder een streefgetal van maximaal 10.600 zwaargewonden in het verkeer in 2020 (nu ongeveer 20.000), maar in december 2013 schreef ze aan de Tweede Kamer dat mede dankzij de succesvolle introductie van de elektrische fiets het aantal zwaargewonden daar niet onder zal komen.

Jaarlijks komen nu al tegen de 10.000 e-fietsers na een ongeluk op de eerste hulpafdeling van een ziekenhuis terecht. Vooral oudere vrouwen worden het slachtoffer. Zij zijn de laatste jaren massaal op de elektrische fiets gestapt. Soms na jaren niet meer te hebben gefietst. Maar een elektrische fiets is de helft zwaarder dan een gewone fiets. Hij gaat nu anderhalf keer zo hard. En vooral als de motor in het voorwiel zit, stuurt hij anders dan een gewone fiets. Dat voorwiel slipt makkelijker weg. Iedereen is het er over eens dat de motor in de trapas het veiligst is.

De e-fiets waarvan de motor ook boven de 25 kilometer per uur kracht levert, maakt de berijder kwetsbaarder. Jongere e-fietsers kunnen meestal beter met die hoge snelheid omgaan, maar de vrees bestaat dat andere weggebruikers zo’n fiets verkeerd beoordelen. En hem aanrijden. Of oversteken terwijl dat eigenlijk niet meer kan. De snelheidsverschillen op het fietspad nemen gevaarlijk toe.

    • Robin Utrecht
    • Wim Köhler
    • Tekst