‘Nooit was ik bozer dan op hem’

„Meestal vonden mannen het raar als ze erachter kwamen dat ik lid van Dolle Mina was. Maar Wijnand werd alleen maar enthousiast toen ik vertelde dat ik feministe was. Ik dacht: dit is een man die begrijpt wat ik bedoel. Een man met wie ik kan praten. Hij was een beetje hippieachtig, een beetje zonderling, hij woonde in een kraakpand waar hij kippen hield. Hij had lang haar en zag er niet zo verzorgd uit, maar ik dacht: dat veranderen we wel.

„Na een jaar gingen we samenwonen op een heel lullig kamertje. We waren niet zozeer smoorverliefd, maar we vonden elkaar in onze ideeën. We bruisten van de energie en bedachten allerlei creatieve plannen om geld bij te verdienen met bijvoorbeeld een verhuisdienst met bakfietsen of door tuinen aan te leggen bij mensen. Het was een gezellige tijd waarin we hele avonden met vrienden zaten te filosoferen en te blowen.

„Uiteindelijk is het misgegaan omdat ik vond dat Wijnand te nonchalant was. Hij hield zich niet aan afspraken. Want als hij gedronken had, vergat hij alles. Daar kwamen enorme ruzies van, waarbij ik van alles naar zijn hoofd gooide. Ik ben nog nooit zo boos op iemand geweest als op hem. We hadden allebei karaktertjes en konden allebei erg gelijkhebberig zijn. Op een gegeven moment moesten we toegeven dat het toch niet echt werkte tussen ons.

„Uiteindelijk vertrok hij om druiven te gaan plukken in Frankrijk en toen hij terugkwam, was er een afstand tussen ons. Zo verwaterde onze relatie, bijna als vanzelf. Maar na een tijdje zochten we elkaar toch weer op, want we misten de dingen die we deelden.

„Wijnand en ik zijn een soort bloedverwanten. We hebben dezelfde interesses en onze felle discussies kunnen we tegenwoordig meestal in goede banen leiden. Het mooie van Wijnand is dat hij heel trouw is. Hij is iemand die in mij gelooft. Wat wij samen hebben, gaat nooit meer over en dat weet ik zeker.”

Renate van der Zee