Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Marcel Mijn moeder: geen commentaar

De laatste keer dat ik bij mijn moeder was, stond de schuur er vol potten met narcissen die ze in het tuincentrum met korting had kunnen krijgen.

„Wat moet je met al die narcissen?”, vroeg ik.

Mijn moeder: „Geen commentaar.”

Eergisteren – het was de verjaardag van mijn vader, ik ging spontaan bij haar langs – was ze onvindbaar. Bij het graf van mijn vader zat ze niet. Ik trof er wel vier van die potten met narcissen aan, en trok de voorzichtige conclusie dat ze die dus een voor een aan het verplaatsen was.

Ze bleek in Chinees Indisch Restaurant Blue Lotus, met afstand het lelijkst gesitueerde restaurant van Velp, te zitten. Achter een groot bord nasi goreng, het lievelingseten van mijn vader.

Ze was blij met mijn spontane bezoek.

Ik begon over al die potten met narcissen, ze mepte terug met de mededeling dat mijn vader altijd van bloemen had gehouden.

De volgende ochtend kwamen we te spreken over de ‘werkstukken’, zoals ze mijn columns noemt.

Ze werd er door kennissen regelmatig op aangesproken, vooral als ze er zelf in figureerde. Meestal waren de recensies positief, maar er was ook kritiek. Er waren erbij die het verschrikkelijk vonden.

„Wie dan?”, vroeg ik.

Mijn moeder: „Geen commentaar.”

Ik dacht in eerste instantie aan humor, maar het was serieus bedoeld. Ze bleef maar ‘geen commentaar’ zeggen.

Ik: „Hoezo geen commentaar?”

Zij: „Geen commentaar.”

Gezelliger werd het er niet op. Over de Renault Clio wilde ze wel praten, die was voor de derde keer in korte tijd kapot.

„Zet dat maar in de krant.”

De sleutel was bij het omdraaien in het contact afgebroken, de garage had een takelwagen moeten sturen en tot overmaat van ramp hadden ze bij de ABN Amro-bank per ongeluk al haar bankpassen geblokkeerd.

Ik: „Per ongeluk?”

Zij: „Geen commentaar.”

Later ging het gesprek over doctoren en dat die tegenwoordig zo ingewikkeld deden.

„Ze zaaien angst.”

Dat was vroeger anders. Toen ze pas getrouwd was en na de huwelijksreis nog niet zwanger bleek ging ze naar een huisarts in Arnhem. Die had haar alleen maar aangekeken en gezegd: „Ik zie aan uw oogjes dat u drie kinderen krijgt.”

Na een korte pauze: „En ik kreeg drie kinderen.”

Tegen zo veel waarheid kon ik niets inbrengen.

Bij het afscheid zei ze: „En nu ga je zeker over die potten met narcissen schrijven?”

Ik was dat niet van plan, maar zei voor de zekerheid toch ‘geen commentaar’.

    • Marcel van Roosmalen