Column

Liefde voor dolfijnen

Psychologie Ellen de Bruin

Oké, de eerste vis die het land op kwam, was bijzonder. Maar de dieren die terug de zee ingingen waren minstens zo speciaal.

Zo’n 380 miljoen jaar geleden kroop de eerste vis het land op, en daaruit is in de loop van de evolutie uiteindelijk de mens ontstaan. Zo’n 330 miljoen jaar later besloten sommige gewervelde landdieren weer terug de zee in te gaan – daaruit ontstonden onder meer de walvissen en dolfijnen. Danny Shanahan maakte er voor The New Yorker ooit een anachronistische cartoon over waarop een enorme, chagrijnig kijkende walvis-op-pootjes de zee inloopt en tegen een dapper visje dat net het land opkomt, zegt: „It’s all yours.”

En oké, wat die vis deed was bijzonder, schrijft een psycholoog uit Texas in het nieuwste nummer Psychological Bulletin. Maar die dieren die terug de zee ingingen – die waren minstens zo speciaal. Walvissen en dolfijnen zijn in sommige opzichten succesvollere soorten dan de vissen die het land op zijn gekropen, betoogt de Texaan. De orka is het grootste nu levende roofdier, de blauwe vinvis is veruit het grootste dier ooit, en bovendien zijn walvis- en dolfijnachtigen hartstikke slim. Ze jagen in groepen prooidieren bijeen en eten die dan op. Ze gebruiken gereedschap. Ze vermaken zichzelf en elkaar met onder water geblazen luchtringen.

Het artikel van de Texaanse psycholoog gáát eigenlijk helemaal niet over zeezoogdieren. Het gaat over de evolutionaire geschiedenis van rechtshandigheid (en rechtsvinnigheid en lichamelijke afwijkingen naar rechts in allerlei andere opzichten). Dus als je dit allemaal leest, meteen op pagina één, denk je: deze man is verliefd. Hij schrijft ook wel over aapjes, maar hij houdt echt van walvissen en dolfijnen.

En hij is niet de enige. Walvissen en dolfijnen maken op de een of andere manier enorm indruk op mensen. Het is magisch om ze in het wild te zien. Strandt er een walvis op een waddeneiland, dan daalt er een waas van collectieve rouw over Nederland. Mensen betalen grof geld om te zwemmen met dolfijnen.

Het is een grappig soort liefde, de liefde voor een specifiek type dieren. Jonge jongetjes hebben het volgens het cliché met dinosaurussen, oude vrouwtjes met katten, en een diffuse, grote groep mensen heeft het dus met walvissen en, vooral, met dolfijnen.

Wat hebben we dan precies met dolfijnen? Een onderzoek uit 2006 vond vier thema’s in de manier waarop ze geportretteerd worden op tv, in films, literatuur en muziek. De dolfijn als vriend en helper van de mens, zoals Flipper. Als metafoor of symbool voor vrede, vrijheid, pure liefde en als boodschapper van de natuur (vooral in liedjes). Als speels, onschuldig wezen dat geholpen moet worden. Of als superieur aan de mens in intelligentie, communicatief vermogen en spirituele betekenis. In The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy verlaten de dolfijnen de tot vernietiging gedoemde planeet Aarde nadat ze hebben geprobeerd de mensheid te waarschuwen, maar wij begrepen hen niet. Uiteindelijk laten ze een briefje voor ons achter met ‘so long and thanks for all the fish’.

Zouden dolfijnen ons inderdaad ook aardig vinden? Het is te hopen, maar wat weten we ervan. Hooguit wat een andere cartoon uit The New Yorker, getekend door Paul Noth, laat zien. Zegt de ene dolfijn tegen de andere: „If I could do only one thing before I died, it would be to swim with a middle-aged couple from Connecticut.”