Kuitenlijnen van Somaliërs en wadlopers

Foto HH

Nog even terug naar de foto waarmee de Amerikaanse fotograaf John Stanmeyer World Press Photo 2013 won. Hij kwam hier vorige week ter sprake en is nog makkelijk terug te vinden bij Google met de trefwoorden Stanmeyer en Djibouti. De foto toont Somalische vluchtelingen die bij maanlicht op het strand van Djibouti city proberen contact te maken met Somalië. Zij houden hun mobiele telefoons omhoog alsof ze een hogere macht aanbidden. ’t Doet verbazend bijbels aan.

De maan op de foto was zó groot en zó vreemd omfloerst dat er van AW-wege is gerekend aan de kans dat hier gemanipuleerd was. Er wordt heel veel met de maan gemanipuleerd.

Met enige moeite werd binnen de omfloersing de maanrand teruggevonden en toen bleek dat de maan maar 13 maandiameters boven de horizon stond, dat is 6,5 graden. Ze was pas een half uur op en moest dus wel pal in het oosten staan. Maar dan kon het niet anders of de foto was gemaakt bij het Plage la Siesta van Djibouti. Bezie dat eens vanuit de lucht met Google Maps.

Het van AW-wege berekende tijdstip van de opname kwam redelijk overeen met het tijdstip dat Stanmeyer desgevraagd opgaf, dus er was geen vuiltje aan de lucht. Het vaag geeloranje schijnsel dat op de twee meest nabije Somaliërs gloeide kwam niet van de laatste zonnestralen maar misschien van straatlantaarns, Stanmeyer sloot het niet uit.

Met de maan als maat kon worden uitgerekend dat de gefotografeerde mannen veel verder uit elkaar stonden dan het leek. De meest nabije man stond 12 meter van de camera, maar het kleinste mannetje verderop stond wel 70 meter ver. Bij nadere inspectie van de Google Maps-opname en diverse strandfoto’s op internet blijkt het siesta-strand die ruimte helemaal niet te hebben. Bij hoogwater is de afstand tussen het water en de autoweg die langs het strand loopt nergens meer dan 40 à 45 meter. En getijtafels laten zien dat het nagenoeg hoogwater wás toen Stanmeyer op 26 februari 2013 afdrukte.

En er is nog iets eigenaardigs. Stanmeyer maakte een foto met kikvorsperspectief, hij hield zijn camera maar 30 of 40 cm boven de grond. Je ziet het aan de kuiten van de Somaliërs die zich praktisch allemaal op één lijn bevinden. Het punt is dat de kuitenlijn niet samenvalt met de horizon maar er één à anderhalve maandiameter onder blijft, zeg 0,7 graad. Bekijk nu eens foto’s van het Hollandse wadlopen (Google: ‘wadlopen’) waarvoor ook vaak kikvorsperspectief wordt gebruikt om de blubber in beeld te krijgen. Die kuitenlijnen staan wél op de horizon. Dat is ook wat de perspectiefregels voorschrijven.

Kijk ten slotte nog eens goed naar het geeloranje schijnsel op de kleding van de twee meest nabije Somaliërs. Het valt op dat de een het schijnsel vooral op zijn rug heeft terwijl de grootste figuur helemaal links meer frontaal werd aangestraald. Wat leiden we eruit af? Dat Stanmeyer vér van het strand stond toen hij zijn foto nam. Hij stond achter de autoweg die langs het strand voert en die weg loopt tussen de Somaliërs door. Hij is netjes van de foto afgesneden. Stanmeyer moest tussen de lantaarns door fotograferen, maar ook dat is niet te zien. Vast staat dat het er lang zo donker niet was als de gepubliceerde versies van zijn opname suggereren. We begrijpen nu ook waarom de kuitenlijn afwijkt: Stanmeyer stond een meter hoger dan het laagste deel van het vlakke strand.

Enfin, het doet niets af aan de schoonheid van de foto en aan de boodschap die hij uitstraalt. Maar toch voel je je na zo’n onderzoekje lichtelijk verneukt. Dan wil je weten: is dit nog journalistiek of zitten we al in de kunstuitingen.

Er waren nogal wat AW-afleveringen met losse einden, de laatste weken. Het lukt niet goed om al die einden weer op te pakken. Intrigerend blijft de vraag waarom in een fles spawater die in de ijskast is afgekoeld tot min 1 of min 2 graden pas ijskristallen verschijnen als je hem open draait. Een enkeling suggereerde dat de hoge druk de ijsvorming tegen hield, maar daar is een druk van meer dan honderd bar voor nodig. Vermoedelijk doen de koolzuurbelletjes die opborrelen bij het openschroeven dienst als kristallisatiekernen maar dan blijft de vraag waarom de belletjes die je in het water brengt als je met gesloten fles schudt niet als zodanig werken. Men mailt dat ook flessen coladrank die tot min 10 zijn afgekoeld vloeibaar blijven tot ze worden geopend.

Nog steeds staan in de AW-keuken met dat ontbrekende bovenlicht die vrijwel lege Spaflessen die aan één zijde een wonderlijke streep condens verzamelen. De streep is naar het ontbrekende raam gericht. Draai je de flessen een kwartslag dan hergroeperen de druppeltjes zich tot ze na anderhalve dag weer op de oude plek zitten. Dat de koele luchtstroom die uit het bovenlicht glijdt het verschijnsel teweeg brengt is niet goed voorstelbaar. Meerdere lezers suggereren dat het een stralingseffect is, dat de flessen net dat beetje meer straling kwijt kunnen aan de raamkant dan aan de kant van het keukencentrum.

Dirk Brandt deed 40 jaar geleden dezelfde waarneming toen hij in zijn laboratorium aan de Leidse Sterrenwachtlaan werkte met een Piche evaporimeter (zie Google). Het lab keek op het noorden. ’s Ochtends stond de condens in de meter steevast aan de raamkant, maar als de zon de huizen aan de overkant van de straat flink had opgewarmd verplaatste de condens zich naar de kamerkant.

Laat dat bovenlicht open staan, maar hang er eens een doek voor, adviseren de lezers. Binnenkort!

    • Karel Knip