Je wilt altijd wat je niet hebt

Eerst zat ze voor de PvdA in de Tweede Kamer, nu doet Samira Bouchibti (43) mee aan de gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam. Voor de VVD. „ Ik vind het niet erg als mensen me een overloper noemen. Dat ben ik ook.”

Tekst Yasmina Aboutaleb, foto Andreas Terlaak

Overloper

„Tweede Kamerlid voor de PvdA zijn, was een eer. Maar het was achteraf gezien ook een zware periode. Het duurt een aantal jaar voordat je je het werk eigen hebt gemaakt. Het eerste jaar was ik letterlijk bezig de weg te vinden naar de toiletten. Het tweede jaar was keihard werken. En in het derde jaar viel het kabinet al. De politiek is ook keihard. Er is veel jaloezie, fractiegenoten die in de pers praten over onderwerpen uit jouw portefeuille. Daar moet je tegen kunnen. Ik vond het na één periode wel mooi geweest.

„Nadat ik uit de Kamer kwam, merkte ik dat ik langzamerhand over veel thema’s anders was gaan denken, liberaler. Ik was het pamperen van de PvdA zat: het niet uitgaan van de eigen kracht van mensen. En het behandelen van mensen als groep, terwijl iedereen een individu is met een eigen verantwoordelijkheid. Ik heb ook altijd alles zelf moeten doen.

„Ik wist wel dat ik politiek actief wilde blijven, niet terug de journalistiek in [ze werkte onder andere voor de NPS en Migrantentelevisie]. Een journalist brengt dingen teweeg, maar een politicus kan daadwerkelijk dingen veranderen. Dat ik eerst op gesprek ging bij D66 paste in mijn zoektocht. Ik vond D66 niet liberaal genoeg. En de VVD is een brede volkspartij, daar voel ik me meer thuis. Nu ga ik elke weekend in mijn witte VVD-jas op campagne. Praten met Amsterdammers, ze overtuigen. Ik vind het niet erg als mensen me een overloper noemen. Dat ben ik ook.”

Grens

„Ik ben voor strafbaarstelling van illegaliteit. Het binnenlaten van mensen is lekker makkelijk praten. Maar waar eindigen die mensen? In een tent, kerk, gevangenis. Daar is niks sociaals aan. We kunnen mensen niet ongelimiteerd het land in laten. We hebben ze niets te bieden. Het is hier behoorlijk vol. We moeten mensen die hier al zijn perspectief bieden. Daarom moeten we illegaliteit strafbaar stellen. Om een signaal af te geven. Je bent hier niet welkom, het heeft geen zin om hierheen te komen. Er is hier geen toekomst voor je. Ik heb destijds met overtuiging voor het generaal pardon gestemd. Daar sta ik nog steeds achter. Maar nu is het tijd om een grens te trekken.”

Erger dan ruzie maken

„We gingen met mijn moeder in Schalkwijk wonen toen mijn ouders uit elkaar gingen. Ik was toen 14 jaar. Het was een gezellige, witte buurt in Haarlem. Nu is het een achterstandswijk, maar toen niet. Ik vond het niet leuk dat mijn ouders gingen scheiden. Ik zag wel dat het niet goed ging, ze spraken nauwelijks met elkaar. Negeren is misschien nog wel erger dan ruzie maken. Mijn vader hertrouwde, maar we hielden contact.

„Ik ben opgegroeid in een gezin met zeven kinderen: drie meisjes, vier jongens. Het was altijd druk. Ik hield van lezen, dus ik trok me vaak terug. Alle jeugdboeken van toen heb ik stukgelezen. Ik hoefde gelukkig nooit in de keuken te helpen, omdat ik twee oudere zussen had. Ik had meer vrijheden dan het gemiddelde Marokkaanse meisje. Dat komt door mijn zussen, die de weg al hadden vrijgemaakt, en door de scheiding: ik hoefde alleen met mijn moeder te onderhandelen over hoe laat ik thuiskwam.”

Pragmatisch geloof

„Ik sta pragmatisch in mijn geloof. Ik hou van de islamitische cultuur en traditie, maar ik doe wat mij uitkomt. Het is míjn leven. Vijf keer bidden op een dag is onpraktisch dus dat doe ik niet. Vasten wel. Dat vind ik een mooie maand, omdat je wordt teruggeworpen op jezelf. Het vraagt om discipline.

„Geloof is de een-op-eenrelatie met God. Dat gaat niemand wat aan. Mijn moeder zegt: iedereen gaat in zijn eigen graf. En ik moet mezelf in de spiegel kunnen aankijken. Daarom geloof ik alleen in grote zonden: moorden, stelen, liegen en bedriegen. Maar niet dat een glaasje wijn drinken, of een sigaretje roken een zonde is. Hierdoor zeggen mensen vaak: jij bent geen echte moslim. Daar heb ik geen moeite mee. Iedereen mag een mening over me hebben. Ik ben een publiek figuur, ik draag mijn overtuiging ook uit. Dat is mijn keuze, dus dat hoort erbij.”

Paris Hilton

„Ik ga al vijftien jaar elke week naar kapsalon Malika in Slotervaart. Elke week föhnt Malika mijn haar en eens in de vier weken verft ze mijn uitgroei en verzorgt ze me met een haarmasker. Malika is steengoed: mijn geföhnde haar blijft vijf, zes dagen goed zitten. Ook met vies weer. En ze is goedkoop: 20 euro. Daarom kan het elke week. Mijn haar moet gewoon altijd goed zitten. Dat bepaalt hoe ik me voel. Ik ben blij met mijn haar. Het is dik en gezond – ondanks het blonderen.

„Het blonderen ging geleidelijk. Eerst eens een keer highlights toen ik 25 jaar was, daarna steeds blonder. Tot ik op mijn dertigste platinablond was. Paris Hilton was er niks bij. Nu is het gelukkig donkerder. Maar toen wilde ik anders zijn. Je wilt altijd wat je niet hebt. Als je stijl haar hebt, wil je krullen. En als je brunette bent, wil je blondine zijn. Het was niet om er Nederlandser uit te zien, of zo.”

Achternaam

„Toen ik journalist en programmamaker was, gebruikte ik altijd de achternaam van mijn moeder: Abbos. Dat vond ik mooier dan de achternaam van mijn vader. Bouchibti moet ik áltijd spellen. En Abbos Produkties vond ik een mooie bedrijfsnaam. Het was ook een eerbetoon aan mijn moeder. Maar toen ik lid werd van de Tweede Kamer moest ik ingezworen worden onder de naam die in mijn paspoort staat. Sindsdien heet ik weer Bouchibti. Het is niet anders.”

Geitenballen

„Moeders weten alles. Toen ik vijf jaar geleden met mijn Hollandse vriend bij haar aanbelde, zag mijn moeder meteen: dit is geen collega. Ze was meteen hartelijk tegen hem: ‘hallo, koffie? thee?’ De rest moest ik vertalen. En nu hoort hij erbij. We eten vaak met de hele familie op zondag bij mijn moeder. Altijd Marokkaans. Daar is hij gek op. Al zijn het schapenogen of geitenballen: hij eet alles. Mijn moeder is blij dat ik door mijn vriend tenminste regelmatig leef. Door hem eet ik elke avond warm. Eerst at ik een boterham met pindakaas als ik om elf uur thuis kwam. Dus het maakt mijn moeder niet uit of hij Mohammed heet of niet.”

Kinderhater

„Tot mijn dertigste wilde ik absoluut geen kinderen. Ik wilde werken, reizen, schrijven... Alles behalve kinderen, want dan moest je thuis zitten. Mensen met kinderen vond ik vervelend. De hele tijd praten over kinderen. Dat gejengel ook in een restaurant of vliegtuig. Maar ik was geen kinderhater, want nichtjes en neefjes vond ik wel leuk.

„Ik had geen begrip voor werkende moeders. Dat gezeur dat kinderen en werk moeilijk te combineren zijn. Ik dacht: je regelt toch gewoon kinderopvang of een oppas? Ik wist echt niet waar ik het over had. Nu weet ik hoe moeilijk het is. Een oppas vinden die je vertrouwt. Hoe duur het is. En de organisatie: werken, brengen, koken. Ik zou bijna mijn excuses moeten aanbieden aan moeders tegen wie ik zo fel was.

„Na mijn dertigste werd ik vanzelf minder radicaal over kinderen, maar ik had geen rammelende eierstokken. Daarom ben ik pas op mijn 42ste moeder geworden, nadat ik mijn vriend tegenkwam. Met hem viel alles op zijn plek. Dat past ook wel bij mijn leven. Ik wilde eerst veel beleven, nu is het tijd voor meer rust. Daarom heb ik ook voor de lokale politiek gekozen: makkelijk te combineren met moeder zijn. Ik kijk nu met verbazing naar mezelf. Hoe ik een half uur lang met mijn dochtertje en tientallen knuffels speel en hele toneelstukjes uitvoer. Heerlijk. De telefoon laat ik dan gerust rinkelen. Zo ken ik mezelf.” niet. Maar deze Samira vind ik ook mooi.”