Janoekovitsj komt terug, denkt hij

Een konvooi van acht Russische militaire wagens rijdt over de Krim, waar spanningen de afgelopen dagen hoog zijn opgelopen. foto PIERRE CROM

Viktor Janoekovitsj denkt dat zijn handtekening nog steeds macht uitstraalt. Maar veel meer dan een handtekening heeft zijn presidentschap van Oekraïne niet meer om het lijf. Want een serieus plan om naar Kiev terug te keren en daar een einde te maken aan de „onwettige” machtsgreep heeft hij niet.

Vrijdag gaf Janoekovitsj een uur lang een persconferentie in Rostov aan de Don, een Russische stad waar hij onderdak krijgt van een vriend. Hij kwam over als een man die zich door bijna iedereen in de steek gelaten voelt en niet weet hoe hij dat noodlot nog kan keren.

Ga maar na. Janoekovitsj, zei hij, is in de steek gelaten door zijn geestverwanten. Zij zijn als wezels uit zijn voormalige regeringspartij overlopen naar de nieuwe machthebbers.

Hij is in de steek gelaten door het Westen. De Duitse, Poolse en Franse ministers van Buitenlandse Zaken stonden vorige week vrijdag met hun handtekening onder een politiek compromis garant voor een vreedzame overgang. Maar ze deden niets toen dat akkoord nog dezelfde dag met geweld om zeep werd geholpen door „nationalisten en fascisten op de Maidan”, zoals Janoekovitsj ze noemde in zijn persconferentie.

En eigenlijk is hij ook in de steek gelaten door de Russische president Poetin. Die heeft hem nog altijd niet willen ontvangen en doet intussen ook niets concreets.

Vooral die houding van Moskou kan Janoekovitsj niet vatten. Rusland, die historische en economische partner van Oekraïne, kan „niet aan de kant blijven staan”, zei hij, maar moet de „middelen inzetten” die het heeft. Toch zwijgt het Kremlin. „Het karakter van Poetin kennende, verbaast me dat”, zei de president, die naar eigen zeggen vorig weekend op de Krim werd gered door „patriottische officieren”.

Wat Rusland dan moet doen? „Moeilijk te zeggen”, zei Janoekovitsj. Hij wist vooral wat Rusland níet moet doen: „Ik ben categorisch tegen een militaire invasie.” Hij was ook tegen elke andere actie die de „eenheid en ondeelbaarheid van Oekraïne” op het spel zet.

Zijn eigen rol kwam zo mogelijk nog minder uit de verf. Zelf kon hij niet veel meer actie bedenken dan weigeren zijn handtekening te zetten onder wetten die het parlement nu aan de lopende band aanneemt. Als hij zijn contraseign weigert, kunnen die wetten formeel geen wet worden, redeneerde Janoekovitsj.

Hij ziet geen kans „de fascisten” te verdrijven. Hij keert enkel terug naar Kiev als de Europese ministers van Buitenlandse Zaken, die de afgelopen week zelfs geen telefoontje aan hem hadden besteed, zijn veiligheid zouden garanderen.

In dat geval zou hij het Oekraïense volk, nee zou hij elk gezin „op zijn knieën om vergiffenis” smeken, besloot Janoekovitsj. Met gebroken stem en net niet in tranen.

Zo was het slot van de politieke zwanenzang van een man die, een week na zijn vlucht uit zijn ambt en zijn land, de nieuwe realiteit nog niet onder ogen kon zien. En tegelijkertijd onmachtig was om zijn lot in eigen hand te nemen.

    • Hubert Smeets