Het plein

Achtergrond //

Taksimplein, Tahrirplein, Maidan. Waarom vinden alle revoluties op pleinen plaats? En is een stad zonder plein een stad zonder opstand?

tekst Peter Zantingh

Maidan in Kiev, vorige week dinsdag. Er vielen die dag meerdere doden bij rellen tussen demonstranten en politie. Rechts op de foto rookwolken van de vele vuren en explosies op en rond het plein. Foto AFP

In grote steden hoef je vaak niet eens te vragen waar ze zijn. Je kunt voelen waar ze zitten, alsof de zon ervandaan schijnt. Je ziet de mensen ernaartoe stromen, of ervandaan trekken. Loop op het licht en het geluid af en dan ligt het voor je, in het hart van de binnenstad. Het plein.

Vrijwel alle grote protestbewegingen van de afgelopen jaren vonden plaats op een plein. In onder meer Egypte, Turkije en Oekraïne was het plein de rokende brandhaard waarop gevechten uitbraken, dictators verjaagd werden en revoluties ontkiemden. Waarom daar?

In Nederland ontstonden de eerste pleinen, net als eerder bij de Romeinen, om er handel te drijven. Tussen gebouwen werd ruimte opengelaten voor de markt. Omdat mensen daar samenkwamen, elkaar spraken bij de waterpomp, werd het plein een ontmoetingsplek. Er werden kermissen en feesten gehouden, op- en intochten georganiseerd. Men kwam naar het plein voor nieuwsgaring: daar bracht de stadsomroeper het nieuws, daar sprak de burgemeester tot het volk. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog kwamen Nederlanders samen op de pleinen, omdat ze er op de hoogte konden blijven van de laatste ontwikkelingen.

Ook in het buitenland werden pleinen van oorsprong vooral gebruikt als marktplaats. Het Praagse Wenceslas begon als paardenmarkt, het Alexanderplatz in Berlijn was een veemarkt en ook het Maidan Nezalezhnosti (of Onafhankelijkheidsplein) in Kiev, waar recentelijk hevige protesten tegen de regering van Janoekovitsj plaatsvonden, was er aan het eind van de negentiende eeuw voor de markt en het volksvermaak.

Op de plekken waar de handelsgeest minder, en de zucht naar status des te meer aanwezig was, legde men pleinen aan als uiting van macht. Stadhuizen, paleizen, kerken en musea werden aan een groot plein geplaatst om daarmee de grandeur van het gebouw te onderstrepen. In communistische landen was de enorme omvang van het plein op zichzelf al een uiting van macht. Op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing, tegenwoordig het op drie na grootste plein ter wereld, konden parades plaatsvinden. Het Rode plein in Moskou lag aan de voet van het fort, het Kremlin, en werd gebruikt voor militaire parades van de Sovjets.

Een plek om overwinning te vieren

Vanaf het balkon van een regeringsgebouw kon de leider bovendien het volk direct toespreken. De koninginnen Wilhelmina, Juliana en Beatrix namen alle drie afscheid van het volk op de Dam. Aan het Praagse Wenceslas vierde Václav Havel in december 1989 dat hij na de Fluwelen Revolutie tot nieuwe president van Tsjechië was gekozen. En een van de beroemdste voorbeelden: de Roemeense dictator Nicolae Ceausescu , die ondanks grote protesten van geen wijken wilde weten. Hij probeerde in 1989 vanaf het balkon aan het Paleisplein in Boekarest met zenuwachtige handgebaren de menigte tot bedaren te brengen („Kameraden, ga zitten en blijf rustig. Wat is er met jullie aan de hand?”), maar wakkerde de woede op het plein alleen maar aan. Hij werd vijf dagen later, na een haastig opgezette en geïmproviseerde ‘rechtszaak’, tot de dood veroordeeld en geëxecuteerd.

Gaandeweg kregen pleinen een symbolische waarde, omdat er overwinningen waren behaald of gevierd. Er verrezen nationalistische monumenten om aan die overwinningen te herinneren. Het Maidan heeft een onafhankelijkheidsmonument en op het Turkse Taksimplein, waar sinds mei vorig jaar veel protesten tegen Erdogan zijn, staat een monument dat de stichting van de Turkse Republiek herdenkt. Men veranderde bovendien de naam van pleinen: na de afzetting van Ceausescu werd het Paleisplein het Revolutieplein. Het Tahrirplein in Kairo kreeg die naam na de Egyptische revolutie van 1919; ‘Tahrir’ betekent ‘vrijheid’. Het Onafhankelijkheidsplein in Kiev heet zo sinds het land in 1991, na de ineenstorting van de Sovjet-Unie, op zichzelf kwam te staan – vanaf dat moment is het plein altijd het decor >> >>geweest van protesten; ook bij de beroemde Oranjerevolutie van 2004.

Een plek om onvrede te uiten

Aan het eind van de twintigste eeuw leken de oude functies van het plein langzaam te verdwijnen. Handelen, bekenden spreken en informatie uitwisselen, dat kan ook via internet. Pleinen werden vooral esthetisch, niet meer dan een mooie plek in een stad. Uiteindelijk, dachten sommigen, zouden pleinen nutteloos worden.

Maar juist de laatste jaren is het plein in veel landen de plek geworden om te demonstreren, om onvrede te uiten. Boze burgers trekken ernaartoe, slaan er hun tent op en blijven als het moet wekenlang zitten, op zoek naar die ene vonk die moet overslaan om van een demonstratie een revolutie te maken. Ze blijven niet thuis omdat het internet er is. Ze twitteren en facebooken elkaar juist naar het plein toe. Bovendien mobiliseert de massa zich niet alleen via sociale media, ook het effect ervan – de volle pleinen, de massaal geroepen leuzen, de harde confrontaties tussen strijdende partijen – is er voor iedereen te volgen.

Maar: waarom daar? Waarom op het plein? De moeder aller revoluties, de Franse Revolutie die aan het eind van de achttiende eeuw plaatsvond, begon met de bestorming van de Bastille in Parijs. Een als gevangenis dienstdoend middeleeuws fort en géén plein (al wil de ironie dat het tegenwoordig wel een plein is, het Place de la Bastille). Een plein is dus geen vereiste, maar dat lijkt de laatste jaren wel zo te zijn.

In de eerste plaats is er de logistieke reden. Pleinen zijn zo geschikt omdat ze meestal in het centrum liggen, makkelijk bereikbaar zijn en omdat er plek is voor een grote groep mensen. In een straat sta je achter elkaar, op een plein ben je één grote menigte. Je kunt in één keer vastgelegd worden door de televisiecamera’s, die de opstand in al zijn ontzagwekkende omvang uitzenden, de rode balk met LIVE CNN eronder. De machthebber kan ingrijpen en het hele plein in één keer schoonvegen, maar dan ziet de wereld dat ook.

Door op het plein te demonstreren volgt het volk het voorbeeld van z’n leider: die wilde ooit met een plein zijn of haar macht laten zien, nu doen zij dat ook. Ooit sprak de leider vanaf het balkon het volk direct toe, nu is het andersom.

En er is meer. De symboliek van het plein speelt mee, dat tenslotte al ‘Vrijheidsplein’ of ‘Onafhankelijkheidsplein’ heet, en waar de monumenten staan die aan die nationale historie herinneren. De menigte claimt die verworvenheden en zegt: kijk, wij staan voor die vrijheid, onze leiders niet.

Kan een opstand zonder plein?

The first thing I'm going to do when I'm a dictator? Get rid of all these f'ing squares”, zei presentator Jon Stewart van het Amerikaanse The Daily Show deze week in een item over de gebeurtenissen in Kiev. Een grap, maar ook een interessante gedachte: is een stad zonder pleinen een stad zonder opstand?

Uiteraard is het niet zo simpel, maar dat er een verband is, is aannemelijk. De militaire junta van Myanmar (voorheen Birma) verhuisde in 2005 van Rangoon, een metropool met vijf miljoen inwoners, naar Naypyidaw. Dat was een klein, geïsoleerd plaatsje totdat het helemaal opnieuw ingericht werd, met als enige doel de regering er te huisvesten. Een presidentieel verblijf, militaire complexen, regeringsgebouwen en een nieuws parlementsgebouw werden voor veel geld uit de grond gestampt – maar openbare pleinen zijn er niet. En omdat iedereen die er woont bij de regering hoort of ervoor werkt, ontbreekt het zowel aan kritisch volk als aan plekken waar ze zouden kunnen samendrommen. Naypyidaw is, kortom, een groot bungalowpark voor bureaucraten. Daar kan geen revolutie plaatsvinden.

Toen er in 2007 een door monniken geleid vreedzaam protest ontstond in het land, gebeurde er in de hoofdstad niets. Het leger werd naar de steden gestuurd waar geprotesteerd werd en greep daar hard in, maar het eigen stoepje bleef schoon.

En op het Tahrirplein was ten tijde van het begin van de Egyptische revolutie, in januari 2011, een groot deel van het plein afgesloten. Daar werd gebouwd, al jaren. Een grote zandbak, ongeveer ter grootte van een voetbalveld, omsloten door metalen hekken. De meeste demonstranten kenden de plek niet anders. Al sinds de jaren zeventig was men daar bezig – aanvankelijk was onduidelijk waarmee, later kwam er een bord, waarop stond dat er aan een ondergrondse parkeergarage werd gewerkt. Omdat er geen cafés of koffietentjes in de buurt waren, gebruikten de demonstranten de zandbak als openbaar toilet. Wie nodig moest, plaste door een gat in het hek. Het stonk er enorm.

Begin februari verhardde de situatie op het plein. Demonstranten raakten slaags met Mubarak-aanhangers, die het plein doorkruisten op paarden en kamelen. In >> >> de consternatie trokken mensen de hekken van de bouwplaats los, om zich te beschermen of om ermee te gooien. Toen werd duidelijk dat er nooit iets van de beloofde werkzaamheden had plaatsgevonden.

Het braakliggende terrein was Mubarak goed uitgekomen: op de bouwplaats kon immers niet geprotesteerd worden. Planologie voor dictators. In The Square, de voor een Oscar genomineerde documentaire over het Tahrirplein ten tijde van de revolutie, zegt een van de aanwezigen trots: „We hebben eindelijk een stuk land dat van ons is, waarop we onze rechten kunnen opeisen.”

Misschien is dat dé reden dat het plein de plek is om de onderdrukking door een machthebber te pareren. Als je een plein bezet, kun je zeggen: dit is van ons, hier staan wij. Hier gelden onze regels. Wij hebben het hart van de stad te pakken. <<

met medewerking van Jacco Pekelder, docent Geschiedenis, Hans Karssenberg, partner bij Stipo (team voor stedelijke ontwikkeling) en pleinkenner, Maarten Hajer, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving, Arnold Reijndorp, hoogleraar stadssociologie aan de UvA, Guus Valk, voormalig NRC-correspondent in het Midden-Oosten en Hubert Smeets, voor NRC in Oekraïne ten tijde van de meest recente protesten

    • Peter Zantingh