Gucci op wielen

De Macan is de auto die Porsche nog niet had. Verder heeft hij volgens Bas van Putten geen enkel nut.

Foto Lars van den Brink

Klein leed is zo betrekkelijk. In een wereld vol echt drama wordt gênant wat ik in alle onschuld wilde zeggen: dat het erg is op een racecircuit bijrijder in een Porsche te zijn.

Porsche heeft een nieuw model, de Macan. Omdat een Porsche altijd snel is, mag het journaille hem beproeven op de testbaan naast de Porsche-fabriek in Leipzig. De journalistenduo’s, elke auto start met twee inzittenden, krijgen vijf circuitronden met drie Macans cadeau; diesel, S en Turbo. Wij rijden treintje achter de door een Porsche-coureur bestuurde 911, die aan kop blijft om idioten kort te houden en het tempo te dicteren. Dat tempo ligt hoog.

In de Turbo passagier ik naast collega Ton Roks, die het hogesnelheidskaravaantje fluitend bijbeent. Na vijf rondjes stap ik zo beroerd uit dat ik geen bocht meer kan zien. De eer is nu aan mij. Volgens mijn maag gaat de cheerleader voorop steeds harder. Dat ik bijblijf is uitsluitend de verdienste van de auto. Op gierend rubber vliegt hij natuurkundig onvoorstelbaar hard door de chicanes. Ontsporen is dankzij vierwielaandrijving en altijd waakzame onderstel-elektronica ondenkbaar.

Wat een verspilde energie, dit meesterstuk. Zulk vernuft, fluistert Calvijn in mij, verdient een hogere bestemming dan een jongensspeeltje. Een filosofische verbazing over de zinloosheid van competitie zuigt het laatste beetje tempo uit mijn rondetijden. Na afloop gaat de centrifuge in de maagstreek zo tekeer dat ik de handdoek in de ring werp. Diesel en S bewaar ik voor de openbare weg, als de innerlijke mens nog wil meewerken.

Dit race-uitje is opmerkelijk. De Macan is namelijk geen sportwagen maar een compacte SUV, een gekrompen Cayenne. Met vermogens van respectievelijk 258, 340 en 400 pk zijn diesel, S en Turbo uiteraard de Terminators van hun klasse. Niettemin blijft dit een 1.900 kilo zware vijfdeurs semiterreinwagen met neerklapbare achterbank en isofix-fixeerpunt voor de kinderzitjes. Hij wordt de boodschappenwagen van oligarchenvrouwen in Sint-Petersburg en van Chinezen voor wie een Porsche Gucci op wielen is. Ze hebben bij wijze van spreken nog nooit een 911 gezien, ze kopen puur het dure.

Het is aan de Macan die nieuwe generatie labelshoppers tot Porsche te bekeren. De Macan is een keuzemogelijkheid. Porsche moet er niet aan denken dat een Chinees in een met Panamera’s en Cayennes afgeladen showroom net naar de kleine SUV komt vragen die ze nog niet hadden. Desnoods bouwen ze hem op basis van een Audi, zoals deze, als het logo maar goed zit. De vorm maakt niet uit, die kerels weten van een bloempot nog een echte Porsche te maken.

Merchandising

Porsche is merchandising geworden en zit daar niet mee. Het wil en zal dik geld aan de Macan verdienen. In de nieuwe productiehal in Leipzig zullen er jaarlijks 50.000 van de band lopen. De levertijd: acht maanden. Nu al.

Hoe zinloos dat de S 254 haalt, de Turbo 266. De dieselversie die het Nederlandse volk uit armoe zal omarmen, bereikt die snelheden bij lange na niet, maar compenseert dat met zijn beestachtige trekkracht aardig. Het is wel degelijk een sportwagen, maar voor wie? Boven de 60 zal hij zelden komen in het Gooi en downtown Beijng.

Op de openbare weg begint het grote chillen. Op de Autobahn gaan we heel even 240. Op het platteland haken we aan bij een ander treintje, de forensenoptocht van mamataxi’s en beroepsvervoer. De realiteit waar Chinese kinderen geen kolkende magen aan overhouden, geluk bij een ongeluk. Tussen nul en zeventig kilometer per uur speel ik met de afstemknoppen op de middentunnel. In de supersportstand imiteert het normaliter stille SUV’tje dolgeestig een Porsche. Trap op het gaspedaal en een heel roofdierenverblijf breekt uit. Helaas is het voor herrieschoppen net te laat, daar is de volgende bebouwde kom al. „Wat rijdt hij heerlijk hè?” zeg ik.

Terug in de Porsche-fabriek zie ik een poster met een quote van Ferry Porsche, aartsvader van de 911: „Das letzte Auto das gebaut werden wird, wird ein Sportwagen sein”. Mis. Dat wordt een multiple purpose vehicle van Porsche, de laatste niche. Daarna gaat Porsche in lifestyle-accessoires. Die toekomst is allang begonnen. Met mijn Porsche-bril ben ik schuldig als de hel. Dragers koesteren de losergrap die spot en pijn verenigt: „De enige Porsche die ik kan betalen.” Wij proletariërs aller landen zijn een wereldmarkt.

    • Bas van Putten