Genialiteit en gekte

Negentiende en twintigste-eeuwse schrijvers en beeldend kunstenaars zijn beter en belangrijker naarmate ze gekker zijn, dus naarmate ze meer psychopathologische eigenschappen hebben. Grote creatieve denkers staan ook in hoger aanzien naarmate ze gekker zijn, maar of ze gewoon flink of echt ernstig gestoord zijn, maakt niet veel meer uit. En wetenschappers en componisten moeten wel een klein beetje gek zijn, maar zeker niet té, want dan worden ze weer minder goed.

Dat blijkt uit historiometrisch onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Dean Keith Simonton (Psychology of Aesthetics, Creativity, and the Arts, februari).

Het idee dat genialiteit en gekte dicht bij elkaar liggen bestaat al eeuwen, maar goed onderzoek naar het verband ertussen ontbrak nog. Met dit onderzoek is ook niet het laatste erover gezegd, benadrukt Simonton, maar het is wel een verbetering ten opzichte van eerder onderzoek. Daarin werden vaak te grove maten gebruikt – iemand was gek of niet, en geniaal of niet. Of onderzoekers scoorden zelf zowel de gekte als de genialiteit van de mensen die ze bestudeerden. Dat moet onafhankelijk gebeuren, anders kan er een verband insluipen dat niet bestaat.

Simonton gebruikt ten eerste een bestaande studie uit 1994, waarin de mate van psychopathologie (geen, mild, uitgesproken, ernstig) van 291 19de en 20ste-eeuwse beroemdheden in kaart was gebracht. Verder baseert Simonton zich op eminentiescores (van 0 tot 100) van duizenden creatieve personen door een andere onderzoeker, uit 2003. Er kwamen 204 creatieve personen in beide verzamelingen voor: 42 wetenschappers, 40 beeldend kunstenaars, 50 componisten, 49 schrijvers en 23 denkers. Voor die vijf groepen blijkt het verband tussen genialiteit en gekte dus verschillend uit te pakken.

Eigenlijk, schrijft Simonton, moet deze studie nu nog zorgvuldiger worden overgedaan: informatie over psychopathologie en eminentie moet uit biografieën worden gelicht en gescoord door mensen die niet weten over wie het gaat. En het verband tussen genialiteit en gekte zou ook eens in een langlopende studie moeten worden onderzocht, want niemand is zijn hele leven lang even geniaal of even gek. En naarmate iemand eminenter wordt, kan hij gekker worden, bijvoorbeeld door een drank- of drugsverslaving.

Overigens: de enigen in de nu onderzochte steekproef die de maximale eminentiescore van 100 haalden, waren wetenschappers: bioloog Charles Darwin, chemicus Louis Pasteur en geoloog Charles Lyell. Aristoteles, Beethoven, Mozart, Michelangelo en Shakespeare haalden ook 100, maar die zijn van voor de 19de eeuw.

    • Ellen de Bruin