Noodzakelijk door alle nieuwe taken

Bijna de helft van de burgemeesters, 46 procent, vindt dat er grotere gemeenten moeten komen om de volgend jaar over te dragen rijkstaken te kunnen opvangen. Maar: grotere gemeenten betekent minder gemeenten. Deze burgemeesters wensen dus minder burgemeesters. Het moet, zeggen zij. Kleine gemeenten hebben een klein ambtenarenkorps, met meer generalisten dan specialisten. En de nieuwe taken die per 2015 aan de gemeenten komen, vergen juist veel specialisme. Zoals de kennis over de geestelijke gezondheid van jongeren.

Hoe kleiner de gemeente, hoe groter de afhankelijkheid van de grote buurgemeente, of van samenwerkingsverbanden tussen verschillende gemeenten. En dat zorgt weer voor een democratisch probleem, zegt een CDA-burgemeester: „Als er verschillende gemeenteraden samen over één probleem gaan, loop je het risico dat ze zich minder verantwoordelijk gaan voelen.”

Het zijn niet alleen burgemeesters van grote gemeenten, die pleiten voor ‘opschaling’. Ook van de burgemeesters met minder dan 25.000 inwoners wil bijna 40 procent dat gemeenten groter worden. Een ideale grootte is er niet, zeggen de meeste burgemeesters. Het aanvankelijke streefgetal van minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA), minstens 100.000 inwoners per gemeente, krijgt ook in deze enquête weinig bijval.

Tegenover de voorstanders van grotere gemeenten staat een iets grotere groep tegenstribbelende burgemeesters. Neutraal is bijna niemand over deze kwestie. Grootste bezwaar tegen opschaling: ook een grotere gemeente moet samenwerken in allerlei gemeenteverbanden. Waarom zou je dan fuseren? vraagt een PvdA-burgemeester (41.000 inwoners) zich af. Kleiner is dan fijner, vinden veel burgemeesters.

De hele reden voor de overheveling van de jeugdzorg en de langdurige zorg is dat gemeenten dicht bij de burgers staan. „Maar dat geldt alleen voor kleine gemeenten”, zegt een CDA-burgemeester van een dorp met een kleine 20.000 inwoners.