Et imago animi emoticon :-)

Wat zou Cicero van de smiley hebben gevonden? En zou Julius Caesar ook wel eens een emoticon hebben geblogd?

In hun tijd was het schrijven van een tekst een feest van de juiste formulering. Verfijnde uitdrukking en precisie in woordkeuze vormden de hoogste culturele idealen, nauwkeurig vastgelegd in stijlregels. Het was de tijd waarin mensen een zin van een pagina lang konden schrijven die toch prettig leesbaar was. Bewondering voor dat streven was ooit de basis van de huidige gymnasiumopleiding, die overigens uit de negentiende eeuw stamt.

Dat hoge ideaal stamt uit een tijd waarin maar weinig mensen konden schrijven. Leren formuleren was de kern van een goede opleiding.

Nu wordt meer geschreven door meer mensen dan ooit te voren. Iedere dag worden er wereldwijd zo’n 500 miljoen twitterberichten verstuurd. Niet allemaal zorgvuldig gecomponeerde stijlvoorbeelden.

Anna Tuenter beschrijft verderop in deze bijlage de gestage opmars van de emoticon, en dan vooral ons grijnzende vriendje :-), in Twitter, chats en nu ook in zakelijk e-mailverkeer. Is die opmars een uitdrukking van het definitieve verval van een ooit verfijnde formuleringscultuur? Met een gezichtje uitdrukken wat met woorden kennelijk niet meer lukt?

Het is de vraag of de invoering van de spatie tussen losse woorden, ergens in de late oudheid, indertijd ook als een teken van verval werd gezien. Want waar de geoefende lezer daarvoor nooit strandde, was nu ineens een extra hulpmiddel nodig. En de invoering van het vraagteken? Hoe werd die ontvangen? De gedachtenstreep?

De communicatiedrang van mensen is onovertroffen, melden evolutiebiologen en antropologen keer op keer. Taal, gezichtsuitdrukking, houding, beweging, schilderijen, leestekens, vlaggenstokstanden: alles is communicatie, en meestal efficiënt. Nieuwe nuttige woorden zijn snel verzonnen.

Nieuwe tijden, nieuwe communicatiepatronen. Niemand zal nog het lichte taalritme van Cicero en zijn navolgers evenaren. En of Cicero zelf ooit de behoefte aan een ironieteken zou hebben begrepen is twijfelachtig. Maar Cicero kende zeker de communicatieve waarde van een gezichtje.

Animi est enim omnis actio, et imago animi vultus, indices oculi, schreef Marcus Tullius Cicero 2069 jaar geleden in boek III van zijn retoricaverhandeling De oratore: „Want de geest is de bron van alle handelingen en het gezicht weerspiegelt die geest: de ogen geven de bewijzen.”

    • Hendrik Spiering