‘En ik? Ik blink nergens in uit’

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: pleidooi voor middelmatigheid

Mijn oudste dochter is uit de kast gekomen. Ze liep er al een tijd mee rond. De afgelopen maanden was ze erg witjes en wiebelig. Stress voor het naderende eindexamen, dacht ik. Ik had het natuurlijk eerder kunnen zien. Ze is altijd al anders dan haar vriendinnen geweest. Tijdens het verjaardagsfeestje van haar zusje, aan een tafel vol visite, brak ze. Snikkend kwam het hoge woord eruit: „Ik wil helemaal niet naar de universiteit.”

Voor haar coming-out was moed nodig. Mag ik u even aan een paar van haar briljante zeventienjarige vriendinnen voorstellen? Er is de exotische schoonheid die lachend door de wereld scootert. Om zich goed op de toekomst voor te bereiden, gaat zij na haar eindexamen eerst een taalcursus Engels in Miami Beach en New York doen en daarna nog Spaans in Barcelona. Er is de pittige blondine die weet dat de wereld vol kansen zit en dat je de beste moet zien te grijpen. Daarom gaat zij zich eerst bezinnen en heeft ze zich ingeschreven voor Breekjaar, volgens de website een „avontuurlijk tussenjaar” met „inspirerende workshops” (kosten: vijfduizend euro voor vijf maanden). En er is de weelderige brunette die vloeiend vier talen spreekt en die naar University College Utrecht wil, een college voor studenten „eager to excel”. „En ik? Ik blink nergens in uit”, riep mijn dochter laatst wanhopig uit.

Ze wacht al een tijdje op de dag dat het leven gaat beginnen. En hoe meer ze zichzelf probeerde te overtuigen dat bedrijfskunde aan de universiteit haar gedroomde studie was, hoe meer ze het idee kreeg dat het leven nooit meer zou beginnen, sterker nog: dat het misschien al bijna afgelopen was. Op de universiteit zou ze op haar tenen moeten lopen. Hoe moest ze dan nog pret maken? Via Whatsapp bracht ze haar vrienden op de hoogte van haar anders-zijn. Gelukkig reageerde iedereen „heel lief”.

Ik zou mijn dochter De prestatiegeneratie, een pleidooi voor middelmatigheid kunnen laten lezen, maar ze leest bijna nooit. In De prestatiegeneratie hekelt Jeroen van Baar mensen zoals hijzelf: jonge high potentials die in een ratrace met leeftijdgenoten zijn verwikkeld.

Van Baar leest trouwens ook nooit een boek, maar dat is niet omdat hij liever zijn nagels lakt of naar Proefkonijnen met Valerio kijkt. Lezen vindt Van Baar tijdsverspilling. „Tenzij het non-fictie is, met een onderwerp dat raakt aan mijn studie. Ik lig ’s ochtends ook nooit lang in bed, omdat ik me dan onproductief voel. De rest van de wereld is druk bezig en ik lig in mijn bed, dan word ik links en rechts ingehaald, dat kunnen we niet hebben. En dingen zomaar ‘een beetje doen’, voor de lol? Geen sprake van. Koken, muziek maken, sporten... ik wil overal meteen goed in zijn, en ik begrijp niet waarom iemand ook maar iets zou doen zonder meteen te proberen erin uit te blinken.”

Hij beschrijft een generatie twintigers die nooit gelukkig zal zijn, omdat ze altijd denken dat hun cv nog interessanter kan: een nog excellentere universiteit, een nog interessantere stage, nog exotischer vrijwilligerswerk, een nog betere bestuurfunctie. Tweederde van de twintigers, schrijft Van Baar, vindt zichzelf „een heel bijzonder persoon”. In werkelijkheid werkt een groot aantal op hun 28ste voor een hongerloontje als stagiair.

Ik vind het wijsheid als je op je zeventiende besluit niet te willen excelleren. Mijn dochter wil nog steeds „een business bitch” worden, maar wat haar nu vooral bezighoudt is de eindexamenvakantie naar Mallorca. Een week lang gaat ze volstrekt nutteloos dansen en drinken. Van mij mag ze dat op haar cv zetten.

    • Monique Snoeijen