Eindelijk kleur in het interieur

Hollandse huizen werden in de jaren vijftig vrolijk modernistisch. Heimwee naar het Tomado-rekje. tekst Bernard Hulsman

Natuurlijk werd niet iedereen plotseling modern in de jaren vijftig. Maar in het decennium dat altijd geassocieerd wordt met spruitjeslucht raakte het modernisme wijdverbreid in het Nederlands interieur. Zelfs in de doorzonwoning die het katholieke gezin-Hulsman begin jaren zestig in Weesp betrok, deden – een beetje laat, dat wel – modernistische meubelen hun intrede. Zoals in zo veel jonge gezinnen, was de verhuizing naar een gloednieuw rijtjeshuis aanleiding om de oude, zware meubels te vervangen door lichtere. Zo kwamen we in onze doorzonwoning te zitten op een bank met ranke, schuine poten van hout. Ook verschenen er kuipstoeltjes van rotan op dunne, stalen onderstellen. De tv stond in een strakke, luchtige kast, vermoedelijk van ‘Scandinavisch’ hout. En de eettafel werd omringd door houten stoelen, met slanke poten en ovale ruggen.

Niet alleen in de woonkamer brak het modernisme door. Mijn oudste zus, die al naar de middelbare school ging, zette haar boeken in haar slaapkamer op de felgekeurde stalen plankjes van een ‘Tomado-rekje’, het beroemdste product van Tomado, de Nederlandse firma in moderne huishoudelijke artikelen. Van Tomado hadden we ook ronde onderzetters van draadstaal, die we ‘treefjes’ noemden. Weinig mensen kennen het woord nog, maar de onverslijtbare treefjes doen nog altijd, als erfstukken, dienst.

Populair Modern, tegendraadse vormgeving uit de jaren vijftig, de tentoonstelling over moderne interieurs uit de jaren vijftig, is dan ook een feest der herkenning. De expositie in het Stadsmuseum Zoetermeer, de nieuwe stad waarvan de bouw in de jaren zestig begon, staat vol soortgelijke meubels en kasten die mijn ouders in hun moderne periode aanschaften.

In het kloeke boek bij de tentoonstelling maken verschillende auteurs duidelijk hoe het modernisme in de tweede helft van de jaren vijftig doorbrak in het Nederlandse interieur. Grappig genoeg heet het boek niet ook Populair modern, maar Tegendraads modern. Toch gaat het om hetzelfde fenomeen: het vrolijke modernisme van frisse, lichte meubels, gordijnen met kleurige abstract-expressionistische patronen en vazen en andere huisraad met Atomium-achtige versieringen uit het ruimtevaarttijdperk.

‘Tegendraads’ noemen André Koch en de andere auteurs van het boek het vrolijke modernisme omdat het werd afgekeurd door de Stichting Goed Wonen. Deze stichting werd in 1946 opgericht door meubelontwerpers en -fabrikanten om het Nederlandse binnenhuis te verlossen van bedomptheid en zware huisraad. Vooral in het gelijknamige tijdschrift, met de beroemde rubriek ‘niet zó, maar zó’, lieten de redacteuren van Goed Wonen zien hoe het sombere Nederlandse binnenhuis licht, helder en strak kon worden. Hoewel licht en luchtig, werd het vrolijke modernisme afgekeurd door de Stichting Goed Wonen, zo blijkt telkens weer uit de veertien artikelen in Tegendraads modernisme. De mannen en vrouwen van de Goed Wonen waren streng in de functionalistische leer. Tafels met paletvormige bladen, stoelen met schuine, taps toelopende poten en gordijnen met vrolijke dessins waren uit den boze. Eigenlijk werd alles wat kleurig, kromlijnig en ‘niet zuiver functionalistisch’ was, afgedaan als irrationeel, modieus, smakeloos, en zelfs zondig.

Ook gebruikten de critici opvallend vaak de woorden ‘feminiem’ en ‘verwijfd’ om hun afkeuring van het vrolijke modernisme kracht bij te zetten. Volgens designhistorica Esther Nanlohy in een van artikelen in Tegendraads modern was het offensief van Goed Wonen tegen het vrolijke modernisme dan ook niets minder dan een poging om het binnenhuis, van oudsher het domein van de vrouw, te ontdoen van de vrouwelijke inbreng. Tevergeefs. Het vrolijke modernisme was in de jaren vijftig en zestig veel populairder dan de mannelijke woonmachine die de strenge modernisten als ideale woning propageerden.

Op één punt had Goed Wonen gelijk: het vrolijke modernisme was modieus – maar dit geldt natuurlijk voor alle interieurstijlen. Het tijdperk van het vrolijke modernisme duurde een jaar of twaalf. Begin jaren zeventig, toen schrootjesplafonds, zitkuilen en nostalgie in Nederlandse interieurs gewoon werden, verdwenen de moderne meubels weer geleidelijk uit onze doorzonwoning en keerden zware meubels en ijzeren lampen, overgenomen van een oude tante, weer terug.

    • Bernard Hulsman