Een Gucci-tas van 15.000 euro. Wat zou Mao daarvan vinden?

Wie woonde er ooit in het huisje tegenover het grootste luxewarenhuis van Shanghai? // Het antwoord: Mao // Hier wordt zichtbaar hoe China veranderd is

„Wie dáár gewoond heeft? Pfff, moet ik dat weten”, antwoordt de elegante Shanghaise die net uit haar Bentley is gestapt en naar de ingang van Jingan Kerry Centre wandelt, het nieuwste en duurste winkelpaleis van Shanghai en daarmee van China. Nieuwsgierig blikt zij naar het lage, gele, klei-kleurige huis met traditionele balkons en houten raamkozijnen.

„Echt waar, heeft Voorzitter Mao daar gewoond? Aaayiaa, dat wist ik niet”, zegt ze en haast zich richting Prada, Burberry, Gucci en Paul Smith. Wie wil zien hoe spectaculair China veranderd is, mag het oude huis van de communist die China de afgelopen eeuw leidde en vormde niet missen. Vanwege de symbolische tegenstellingen. Mao’s oude werkkamer kijkt uit op „een verzamelplaats van kosmopolitische chique” – zo typeert het Jingan Kerry Centre zichzelf, met winkels, hotels en appartementen met huren vanaf 6.000 euro per maand.

Binnen, in het pas geopende museumpje, legt een gids uit dat hier, pal tegenover een van de kapitalistische symbolen van China, toch echt de wieg staat van het maoïsme. Hier maakte Mao kennis met de werken van Marx en Lenin en werd hij gerekruteerd door de Shanghaise onderwijzer Chen Duxiu, die een paar jaar later de Communistische Partij van China zou oprichten. Chens foto’s en teksten ontbreken dan ook niet.

Vanuit Mao’s keukentje is te zien hoe met kranen een nieuw uithangbord van Burberry wordt opgehangen en de winkels van Gucci en Paul Smith worden bevoorraad. Wat zou de ‘Grote Roerganger’ eigenlijk vinden van die dure Paul Smith-overhemden met bloemetjesmotief of Gucci-tassen van 15.000 euro?

In de zitkamer legt de gids uit dat Mao de kost verdiende als krantenbezorger en soms ook in een wasserij werkte. In de vitrines liggen Mao’s eet- en rookgerei uitgestald. „Hij had een zwaar leven.” Revolutie maken is iets anders dan een gezellig etentje organiseren, schreef hij in een tekst die later werd opgenomen in zijn Rode Boekje. Hij moest inderdaad in die tijd nog zelf zijn rijst koken. Nu zou hij kunnen oversteken naar de duurste bars van de stad, waar een fles whisky al snel 3.000 euro kost.

De gids denkt ook dat Mao nooit had kunnen bedenken dat het huis waar hij leefde als student en revolutionaire leider in spe ooit zou worden omsingeld door kapitalistische symboliek van glas en staal. In het Jingan Kerry Centre is ook een boekhandel, waar je toch werk van Mao verwacht, gezien de locatie. Een misvatting. Het communistisch orakel ontbreekt volledig. Kapitalistische goeroes, onder wie de in China diep bewonderde zakenman Warren Buffett, zijn wel ruim voorradig. „Boeken van Mao verkopen niet”, weet de jongen van de kassa. Hier wordt niet aan sentimentele Maostalgie gedaan.