‘Een berg bedwing je niet’

Katja Staartjes liep de Nepal Traverse. Ze vond gletsjerspleten, kolkende rivieren en beren op haar weg.

tekst Martine Kamsma

Foto Katja Staartjes

Sommige mensen vragen zich af waar ze koffie kunnen drinken als ze de Vaalserberg, 322 meter hoog, hebben beklommen. Katja Staartjes en haar man Henk Wesselius dachten in het najaar van 2008 aan iets anders: waar heb je eigenlijk nog meer drielandenpunten? Nepal! Sterker: Nepal heeft er twee, beide met India en Tibet (China). En zou dát geen bijzondere tocht zijn: van het noordwestelijke naar het noordoostelijke drielandenpunt? Het lijkt een naïeve gedachte, van West- naar Oost-Nepal lopen. Maar niet voor wie weet dat Katja Staartjes in 1999 als eerste Nederlandse vrouw de top bereikte van de hoogste berg ter wereld, de Mount Everest. 8.848 meter hoog. Ze was al een ervaren klimmer en expeditieleider, ze kende delen van Nepal.

Twee jaar na de ingeving op de Vaalserberg beginnen Staartjes en Wesselius aan hun tocht. In het najaar van 2013, 141 dagen en 2.000 kilometer verder, voltooien ze hun vierde en laatste etappe. Een tocht met gapende gletsjerspleten, kolkende rivieren, en – letterlijk – beren op de weg. Dat wisten ze allemaal niet, op die decemberdag op de Vaalserberg.

Staartjes is net klaar met haar boek over wat zij de de Nepal Traverse heeft genoemd. Lopen over de grens. Het zou weleens een standaardwerk kunnen worden in de trekkinggemeenschap. Onmisbaar voor wie de route wil lopen en voor wie daarvan droomt. Want de Nepal Traverse bestond nog niet, en is door Staartjes nu voor het eerst beschreven. Wel was er de Great Himalaya Trail, ook recent opgetekend, door de Australiër Robin Boustead. Hij knoopte bestaande routes in de Himalaya aan elkaar tot een 4.500 kilometer lange trail door het hele gebergte. 1.600 kilometer ervan loopt door Nepal en vormt de basis van Staartjes’ Nepal Traverse. Maar zij knoopte er nog eens 400 kilometer aan vast, door grotendeels onbekend en moeilijk begaanbaar gebied.

Het boek is niet alleen een reisverslag en een trekkinggids. Het is ook een (foto)boek over de ontzagwekkende natuur en de ontmoetingen met de bewoners van het land. En het is een boek over grenzen. Katja Staartjes vertelt over vijf van die grenzen, vanuit haar huis in Okkenbroek (9,2 meter boven n.a.p.).

1. GRENZEN VAN HET INDIVIDU

„Je ziet bij trektochten vaak mensen die met een hele troep op reis zijn, een gids, een kok, meerdere dragers. Dat wilden wij niet. We dachten: we doen dit gewoon met z’n tweeën, net als in de Alpen en eerder in Nepal. Maar onze reisagent in Kathmandu zei meteen: dat kan helemaal niet. In de gebieden waar je alleen met een vergunning mag reizen, is het verplicht met een Nepalese gids te reizen. Bovendien: niemand wist iets over de Far West. Hoe moesten we daar, met alleen dierenpaadjes, de weg vragen? Dan heb je iemand nodig die met de lokale bevolking kan praten.” Staartjes en Wesselius vinden uiteindelijk een gids die de onbekende delen van de route ook als een nieuw avontuur ziet. Hij wordt een gelijkwaardige reisgezel, en een vriend voor het leven.

2.FYSIEKE GRENZEN

Een reis als deze kost maanden voorbereiding. Zo gaat Staartjes alleen een week naar Kathmandu om kaarten te kopen, advies in te winnen over het onbekende westen, vergunningen aan te vragen. Zij en haar man regelen elf weken verlof en beginnen in 2010 met hun voettocht naar het westelijke drielandenpunt. Op dag 11 glijdt Henk uit en breekt zijn sleutelbeen. Einde oefening. Een helikopter evacueert ze uit het onherbergzame gebied, en ze gaan terug naar Nederland. Een half jaar later beginnen ze opnieuw. Ze volbrengen hun tocht, al moeten ze voortdurend hun plannen aanpassen aan de omstandigheden ter plekke. Sommige routes blijken, bijvoorbeeld door het weer, moeilijker begaanbaar dan gedacht, dan kun je alleen maar buigen. „Een berg bedwing je niet. Daar is geen sprake van. De kracht van de natuur is zo groot, je kunt je alleen aanpassen en je wordt hooguit toegelaten. Je moet heel eerlijk zijn over je eigen grenzen.”

3. GEOGRAFISCHE GRENZEN

De route volgt de natuurlijke grens van de Himalaya tussen Nepal en Tibet. Al bij het beginpunt is door de grensdisputen niet duidelijk waar het drielandenpunt nu precies ligt. Staartjes en Wesselius besluiten de Tinkar La (een bergpas van 5.258 meter) als startpunt te nemen – dat lukt omdat de grenspost naar Tibet op dat moment onbemand is. Twintig dagen later komen ze op een punt waar ze moeten kiezen tussen hoge, ijzige bergruggen in Nepal of omlopen via een makkelijker route, door Tibet, waar ze dan maar moeten hopen dat er geen Chinese grenspolitie zit. Ook omdat Staartjes bij een eerdere klim haar kuitspieren heeft geblesseerd, kiezen ze voor het laatste. Zonder kaart moeten ze hun weg in het verboden gebied zien te vinden. Onderweg terug naar Nepal treffen ze in de verse sneeuw voetsporen aan. Als die van Chinese grenswachters zijn, lopen ze het risico in de cel of het vliegtuig naar huis te belanden. Toch lopen ze door, tot ze opgelucht de grens over gaan. Daar ontmoeten ze hun voorgangers: twee gevluchte monniken uit Tibet.

4. ARMOEDEGRENS

Nepal behoort tot de armste landen ter wereld. Gebieden waar veel trekkers komen, profiteren zichtbaar, daar groeit de welvaart. Maar in de onbekende gebieden zien Staartjes en Wesselius veel armoede. Het dieptepunt treffen ze aan in de gebieden Mugu en Humla. „Verschrikkelijk, vooral in combinatie met het alcoholmisbruik.” De cynische ironie wil dat de tarwe die er verbouwd wordt, gebruikt wordt om drank van te stoken, omdat hulporganisaties toch wel rijst brengen. Staartjes ziet hongerige kinderen, magere mensen, zieken, verdriet – en dat in combinatie met de verwoestende moessonregens. „Er wordt daar intens geleden. Ik voelde me voor het eerst ongemakkelijk in Nepal, volstrekt machteloos.”

5. PSYCHOLOGISCHE GRENZEN

Drie keer is Katja Staartjes bang geweest. Toen ze verdwaalde in een berenbos, toen ze over een bemoste gladde boomstam een kolkende rivier moesten oversteken, en een week voor het einde, toen ze in de mist bij elke stap wegzakten in diepe, natte sneeuw, geen weg terug, met dreigende lawines. Nooit eerder was Staartjes zo koud. Vlak voor het eindpunt, onder vergelijkbare weersomstandigheden, was vooral bij Wesselius en reisgezel Chhiree de grens van het vertrouwen op een goede afloop bereikt. „Ik wilde op dat moment door, maar zonder vertrouwen in het team kun je niet verder”, zegt Staartjes. 9 kilometer voor het einde zijn ze gestopt. „Ik heb het daar nog wel moeilijk mee gehad, dat we de traverse niet voor honderd procent hadden gehaald. Dat we ons doel niet hadden bereikt.” Inmiddels is ‘doel’ voor Staartjes een breder begrip geworden dan ‘eindpunt’. En ziet ze dat je een voettocht van 2.000 kilometer niet af hoeft te schrijven vanwege die laatste paar kilometer die ze mogelijk niet met behoud van lijf en leden zou hebben voltooid. „Soms is 99,95 procent misschien wel meer dan 100.”