Opinie

    • Paulien Cornelisse

Dit is al de terugweg

Ik ken een stel dat aan het begin van hun relatie de Kilimanjaro (5.895 meter) ging beklimmen. Dat klinkt als zo’n typische activiteit waar je ‘sterker uitkomt’. Het samen afzien, daarna het samen ‘ergens doorheen gaan’ en uiteindelijk samen blarenpleisters plakken.

Misschien zijn ze er wel echt sterker uitgekomen, want ze zijn inmiddels alweer jaren bij elkaar, en gelukkig ook. Maar de vrouw van het stel kan buitengewoon eerlijk over deze beklimming vertellen. Het was, in één woord, verschrikkelijk. En nee, ook niet ‘ergens wel weer heel gaaf’. De zonsopgang bekijken terwijl je net de top bereikt hebt? „Dat kon me op dat moment écht niet meer schelen. Ik wilde zo snel mogelijk weer naar beneden.” De enige manier waarop ze het voor zichzelf psychisch dragelijk had gemaakt was door reeds na een paar uur, op de heenweg dus, te denken: „Elke stap brengt mij dichter bij het einde van deze wandeling. Dus eigenlijk ís dit al de terugweg.”

Dit slaat nergens op, maar toch voelt het als een eyeopener. Zodra je begint, ben je eigenlijk al bezig met terugkeren. Dat kan heel verfrissend werken, ook als je bijvoorbeeld op weg bent naar een vervelende vergadering. Die is eigenlijk al bezig afgelopen te zijn.

Sinds enige tijd ren ik. Dat voelt nogal ‘midlife’ en dat is het natuurlijk ook. Als ik begin met rennen wil ik altijd het eerste kwartier dood. Maar na een half uur denk ik dat ik eeuwig zal leven. Ik probeerde ook hier het Kilimanjaro-mantra uit. Maar het werkte niet. Ik bleek te veel moeite te hebben met het aanvaarden van de terugtocht. ‘Aanvaarden’ zegt al genoeg, dat is geen positieve, vrijwillige keuze. ‘De heenweg is de terugweg’, dacht ik, en meteen daarna: ‘en de geboorte is het begin van de dood.’

Tijd voor een andere strategie. Tegenwoordig doe ik niet meer aan het hele concept ‘terugweg’ (figuur 1). Nee. Ik neem mijn ov-kaart mee. En ik laat mij terugrijden.

    • Paulien Cornelisse