Dit doen de beulen van Boko Haram

Hun aanslagen krijgen meestal niet veel aandacht Maar de strijders van Boko Haram hebben al duizenden mensen gedood in Nigeria Wie zijn ze en wat willen ze?

Eerst sloten ze de deuren af en toen staken ze, bij het krieken van de dag, de slaapzalen van de school in brand. De meeste jongens die nog lagen te slapen, verbrandden levend. Degenen die door de ramen probeerden te ontsnappen, werden als schapen afgeslacht, vertelde onderwijzer Adamu Garba tegen persbureau AP. Met machetes werd hen de keel doorgesneden. Anderen werden doodgeschoten toen ze weg wilden rennen.

Dit gruwelijke tafereel speelde zich afgelopen dinsdag af in de buurt van het stadje Damaturu, in het afgelegen, overwegend islamitische noordoosten van Nigeria. De aanval, waarbij rond de zestig scholieren het leven lieten, was het werk van Boko Haram, een terreurgroep die al een jaar of vier dood en verderf zaait in de arme regio die grenst aan de buurlanden Kameroen, Tsjaad en Niger.

Het nieuws over het bloedbad ging de wereld over, in de vorm van standaardberichtjes op de binnenpagina’s van kranten. Barbaars genoeg voor voorpaginanieuws, inderdaad, maar ook een beetje déjà vu. Boko Haram, die zegt te streven naar een kalifaat, een puur islamitische staat zonder verderfelijke westerse invloeden, heeft al duizenden slachtoffers gemaakt met executies, schietpartijen, zelfmoordaanslagen, brandstichtingen en bomaanslagen. In 2013 waren het er meer dan 1.500. Dit jaar staat de teller al op ruim 300.

De schoolleiding in de buurt van Damaturu was dus gewaarschuwd. Maar achteraf bleek dat de bewakers aan de poort voor het schoolgebouw vlak voor de komst van de strijders waren verdwenen.

Voor de regerende elite in de hoofdstad Abuja waren Damaturu en de strijd in het noordoosten altijd ver weg. Maar in die houding komt een kentering nu het leger er maar niet in slaagt het extremistische geweld in te dammen, ondanks het sturen van extra troepen. Ook in het buitenland groeit de angst voor destabilisatie. Met 170 miljoen inwoners is Nigeria het volkrijkste land van Afrika en bovendien de belangrijkste olieproducent. Wat in Nigeria gebeurt, raakt de hele regio, en landen ver daarbuiten. Vandaar dat een bezoek donderdag van de Franse president François Hollande aan Abuja extra gewicht had. „Uw strijd tegen terreur is ook onze strijd”, zo probeerde Hollande zijn Nigeriaanse ambtgenoot Goodluck Jonathan een hart onder de riem te steken.

Sekteleider Yusuf kon zijn gang gaan

Boko Haram heeft haar bakermat in Maiduguri, de hoofdstad van de deelstaat Borno. Hier leidde de invloedrijke geestelijk leider Mohammed Yusuf jarenlang een ziekenhuis en een school, en predikte hij de in zijn ogen zuivere leer van de islam, zoals de geestelijke vaders van de Talibaan in Afghanistan en Pakistan dat ook deden. Hij fulmineerde tegen westerse decadentie, tegen gemengd onderwijs voor meisjes en jongens en tegen de corruptie van de politieke elite in Nigeria zelf.

Sekteleider Yusuf kon min of meer zijn gang gaan. Tot zijn overmoedig geworden aanhangers in 2009 de staat fysiek gingen belagen – en politiebureaus en andere overheidsgebouwen aanvielen. De veiligheidstroepen sloegen meedogenloos terug. Er vielen honderden doden. Ook Yusuf werd in de zomer van 2009 gedood, standrechtelijk geëxecuteerd volgens mensenrechtenorganisaties.

Na Yusufs dood radicaliseerde Boko Haram sterk, mede als reactie op de harde repressie van de overheid. Van een moslimfundamentalistische sekte werd Boko Haram een jihadistische strijdgroep, met als heilige missie de oorlog tegen de staat. Twee jaar geleden splitste zich een kleine groep af: Ansaru, ‘Voorhoede voor de Bescherming van Moslims in Zwart Afrika’. Zoals de naam suggereert heeft Ansaru ook internationale ambities. Ze onderhoudt betrekkingen met jihadgroepen in onder andere het noorden van Mali en Niger – waar overigens ook strijders van Boko Haram zijn gesignaleerd.

Een van de redenen voor de afsplitsing was volgens analisten een verschil van mening over de geoorloofde middelen in de gewapende jihad. Ansaru wijst aanvallen op burgers af. Boko Haram is minder kieskeurig in het bepalen van haar doelen. De meeste slachtoffers van bomaanslagen en andere aanvallen van islamitische extremisten in landen als Pakistan, Afghanistan en Irak zijn moslimburgers – zij vormen nu eenmaal de grote meerderheid van de bevolking. Datzelfde geldt voor het noordoosten van Nigeria waar Boko Haram opereert.

Boko Haram is niet te verslaan

Vanuit Maiduguri schreef NRC-correspondent Koert Lindijer in april 2011 over de aantrekkingskracht van Boko Haram op de jeugd. Op iedere straathoek, onder iedere boom in Maiduguri, hingen jongeren doelloos rond, vertelde hij. „We nemen ieder klusje aan”, zei Yahaya Ibrahim. Hij uitte sympathie voor Boko Haram, want: „Wat moeten we anders, het leven is ondraaglijk geworden zonder werk en inkomsten.” Zo was religie als enige wapen overgebleven voor wanhopige jongeren die geen enkel ander toekomstperspectief hadden.

Anno 2014 is het voor (buitenlandse) journalisten onmogelijk om zomaar naar het noordoosten te reizen. Ook daarom horen we zo weinig over wat er daar gebeurt. Vorig jaar kondigde president Jonathan de noodtoestand af in de drie noordoostelijke deelstaten. Maar die poging „om de territoriale integriteit van Nigeria te herstellen” heeft alleen maar geleid tot meer doden. Ondanks de massale inzet van leger en speciale veiligheidstroepen. En het bestoken van geïmproviseerde kampen van Boko Haram in de bossen van Borno met gevechtsvliegtuigen.

Ook de omstreden tactiek om lokale burgermilities te bewapenen is desastreus uitgepakt. Afgelopen augustus werd zo’n groep ingehuurde jongeren in een hinderlaag gelokt en afgemaakt door strijders van Boko Haram. Ze hadden zich verkleed als regeringssoldaten.

Die tegenslagen drijven president Jonathan langzamerhand tot wanhoop. In januari stuurde hij de volledige legertop naar huis. Maar tot een ommekeer in de strijd heeft dat niet geleid, getuige de moordpartij in Damaturu. „Het is absoluut onmogelijk Boko Haram te verslaan”, zei de gouverneur van de deelstaat Borno vorige week. Volgens hem zijn de strijders van Boko Haram veel sterker gemotiveerd dan de soldaten van de regering. En beschikken ze over goede wapens die vanuit Libië en andere gebieden zijn aangevoerd.

Tegen die achtergrond van falend leiderschap is het ‘hulpaanbod’ van de Franse president Hollande vernederend. Nigeria heeft in het verleden zelf de rol van regionale politieagent gespeeld, onder andere in Liberia. Begin vorig jaar stuurde het nog troepen naar Noord-Mali om de Fransen te helpen in de strijd tegen terreurgroepen daar. Nu is Nigeria blijkbaar niet meer in staat de problemen in eigen huis op te lossen. En moet bijvoorbeeld het leger van Kameroen in actie komen om strijders van Boko Haram van zijn grondgebied te verjagen. Nigeria is een regionaal probleem geworden in plaats van een regionale probleemoplosser.

Voor de bevolking verandert er voorlopig niets. Bij de school in Damaturu werden alleen jongens gedood, de meisjes (die volgens Boka Haram niet op school thuishoren) mochten gaan. Zo handelen de strijders van Boko Haram overigens niet altijd. Volgens onder andere Human Rights Watch zijn veel vrouwen en meisjes weggevoerd door Boko Haram.

Maar ook het regeringsleger is verantwoordelijk voor de verdwijning van honderden mannen en jongens. Ze worden verdacht van betrokkenheid bij de terreurgroep. „Er is niemand die ons beschermt”, zei een lokale functionaris onlangs tegen AP. „Het is niet te voorspellen waar en wanneer we worden aangevallen. Mensen kunnen niet gaan slapen met de ogen dicht.”

    • Wim Brummelman