De verloren kunst van koning Willem II

In Dordrecht opent een tentoonstelling over de kunstcollectie van koning Willem II. Met zijn echtgenote Anna Paulowna leefde hij in pracht en praal. De schulden die hij achterliet leidden ertoe dat de collectie werd geveild.

‘Rijksmusea krijgen een verbod opgelegd om kunst aan te kopen. Die taak is voortaan alleen nog voorbehouden aan de koning.” Dat nieuws zou in deze tijd grote opschudding veroorzaken. Maar in december 1840 gaf het weinig deining dat koning Willem II zijn concurrenten op de kunstmarkt op deze manier uitschakelde.

De ‘Kunstenkoning’, zoals Willem II (1792-1849) werd genoemd, was een belangrijke verzamelaar en mecenas. Voor zijn eigen collectie liet hij naast zijn paleis op de Kneuterdijk een privémuseum bouwen, dat hij zelf had ontworpen. Deze Gotische Zaal, die nu door de Raad van State wordt gebruikt, was opengesteld voor het publiek wanneer de koning er niet resideerde.

Van die privécollectie, die talloze Vlaamse, Hollandse en Italiaanse meesters bevatte, is voor Nederland weinig bewaard gebleven, omdat de koning bij zijn dood torenhoge schulden naliet. De collectie werd geveild en verdween naar buitenlandse musea en verzamelaars.

Een belangrijke koper was de Russische tsaar Nicolaas I, die zijn zwager Willem II een jaar tevoren nota bene nog in het diepste geheim een miljoen gulden had geleend. Deze werken kwamen in de Hermitage in St. Petersburg terecht. Daar was vorig jaar in het kader van het Nederland-Ruslandjaar een tentoonstelling te zien over de uiteengevallen kunstcollectie.

Die tentoonstelling is vanaf komende woensdag ook te zien in Dordrecht, nu ter gelegenheid van de viering van 200 jaar Koninkrijk der Nederlanden. Koning Willem-Alexander, een nazaat (vijfde generatie) van Willem II verricht de opening. Zijn eigen Koninklijk Huisarchief heeft bijgedragen aan de tentoonstelling. Naast kunstwerken stelde het archiefstukken en voorwerpen beschikbaar die een indruk geven van het glamoureuze leven dat Willem II en zijn Russische echtgenote, tsarendochter Anna Paulowna Romanov (1795-1865), leidden. De tentoonstelling reist in juli door naar Luxemburg, waar Willem II groothertog was en waar ook een flink aantal schilderijen terechtkwam.

Dat de tentoonstelling in Dordrecht plaatsvindt en niet in residentiestad Den Haag heeft het Dordrechts Museum te danken aan zijn goede netwerk. Het museum bezit zelf slechts één werk uit de collectie van Willem II: een zeegezicht van de 19de-eeuwse schilder J.C. Schotel. Wel heeft Huis van Gijn, een kleiner museum in de stad, schilderijen, prenten en andere voorwerpen die herinneren aan Willem II.

„Het idee voor de tentoonstelling kwam oorspronkelijk van Bernard Woelderink, oud-directeur van het Koninklijk Huisarchief”, vertelt Sander Paarlberg, conservator Oude Kunst in Dordrecht. „De Koninklijke Verzamelingen in Den Haag werden partner in het project en vonden ons een geschikte locatie omdat wij sinds de verbouwing in 2010 mooie zalen hebben voor tijdelijke tentoonstellingen. Wij vroegen de Hermitage aanvankelijk slechts om een aantal bruiklenen. Daar raakten ze zo enthousiast dat ze de tentoonstelling ook in St. Petersburg wilden laten zien. Eerder sloot de Villa Vauban in Luxemburg zich al aan. Met die partners erbij werd het nog beter mogelijk om belangrijke bruiklenen aan te vragen bij musea als het Metropolitan in New York, de National Gallery in Londen en het Louvre in Parijs.”

Een volledige reconstructie van de kunstcollectie was niet mogelijk, omdat veel stukken zich bevinden in de Wallace Collection in Londen en de Frick Collection in New York, musea die in principe niet uitlenen. Bovendien had Willem II een voorkeur voor ‘gotische’ schilderijen, werk van vroege Vlaamse meesters onder wie Jan van Eyck. Deze panelen zijn bijzonder kwetsbaar en worden zelden uitgeleend.

Een echte romanticus

Gelukkig voor de bezoeker in Dordrecht bestond de collectie van Willem II grotendeels uit meesterwerken, waardoor er nog steeds zeer veel topstukken te zien zijn. Zo leende het Louvre een drieluik uit van de 15de-eeuwse Vlaamse meester Hans Memling. Er zijn ook een Rogier van der Weyden (geleend uit de National Gallery of Ireland) en twee panelen van Bernard van Orley (één uit de National Gallery of Canada en één uit Museum Boijmans Van Beuningen).

Zijn voorliefde voor gotiek en kunst uit deze periode, die dwars tegen de heersende mode inging, had Willem II ontwikkeld tijdens jeugdige omzwervingen door Engeland, Portugal en Spanje. In de kastelen die hij bezocht hing het vol met deze werken. „Willem II was een romanticus”, zegt Paarlberg. „Hij droomde graag over vroeger tijden, was gek op de Middeleeuwen.”

In 1816 trouwde hij met Anna Paulowna. Haar broer, tsaar Nicolaas I, was ook een fervent kunstverzamelaar. Willem, toen nog kroonprins, was zeer onder de indruk van de werken in het Winterpaleis in St. Petersburg, de latere Hermitage. Daarna stortte hij zich nog meer op het uitbreiden van zijn collectie. Aanvankelijk verzamelde hij alleen vroege meesters, maar toen hij koning was voegde hij zich meer naar de smaak van zijn tijd en ging meesters verzamelen die tot de klassieke canon uit de 16de en 17de eeuw behoorden: Leonardo da Vinci, Titiaan, Rafaël, Michelangelo, Velázquez, Murillo, Rubens, Van Dyck en Rembrandt. Ook van deze collectie zijn in Dordrecht prachtige exemplaren aanwezig. Daarnaast stelde Willem II zich op als mecenas van eigentijdse kunstenaars, zoals Barend Cornelis Koekkoek, die voor hem een serie Luxemburgse landschappen schilderde.

Andere kunstenaars kregen opdrachten voor staatsieportretten, historiestukken en bustes. Paarlberg: „Willem II stond bekend als de held van Waterloo. Hij had daar gestreden en was gewond geraakt. Dat beeld liet hij graag bevestigen in kunstwerken.” Het Koninklijk Huisarchief gaf het uniform in bruikleen dat Willem II aanhad tijdens zijn inhuldiging, inclusief de sabel die hij gebruikte tijdens de Slag bij Waterloo (1815). Ook zijn paard Wexy is in Dordrecht te zien. Willem II liet het dier opzetten na het was overleden en plaatste het tussen de kunstwerken.

Eén meesterwerk per maand

De tentoonstelling geeft een goed beeld van de pracht en praal aan het hof van Willem II. Hij brak met de sobere hoftraditie onder Willem I en blies het Haagse societyleven nieuw leven in door grote hoffeesten en galabals te organiseren. Hij kocht land, liet paleizen bouwen en gaf edelsmeden en kleermakers opdrachten.

De koning schafte gemiddeld één meesterwerk per maand aan. Toen de opening van de Gotische Zaal in zicht was, in 1842, en zijn dochter Sophie daarin zou trouwen, versnelde hij zijn kunstaankopen. Bij zijn dood in 1949 omvatte zijn verzameling 192 schilderijen en 342 tekeningen van oude meesters. Daarnaast bezat hij 162 eigentijdse schilderijen en 26 beeldhouwwerken.

Maar de koning liet ook grote schulden na: 4,5 miljoen gulden. De nabestaanden van Willem II besloten de collectie te laten veilen. „Dat was nogal een fiasco”, zegt Paarlberg. „De topstukken waren snel weg, maar veel oude meesters bleven onverkocht. Daarom werd in 1851 een tweede veiling gehouden. De verkoop heeft veel minder opgebracht dan was gehoopt.”

De meeste kunstwerken verdwenen naar het buitenland. De Nederlandse staat hield zich bij de veiling afzijdig. „Het was een tijd van nationale onverschilligheid”, zegt Paarlberg. „Men vond, net als Willem II zelf, dat kunst geen zaak was waar de regering zich mee moest bezighouden. Achteraf blijkt het verlies van de collectie voor Nederland onnodig. Willem II had zoveel land en andere goederen dat daarmee de schulden ook ruimschoots konden worden afbetaald, als de schuldeisers en de nabestaanden wat meer geduld hadden gehad.”